• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Om met Christus te verrijzen moeten wij met Christus sterven, moeten wij "uit dit lichaam verhuizen om onze intrek te nemen bij de Heer" (2 Kor. 5, 8). Bij dit "heengaan" (Fil. 1, 23) dat de dood is, wordt de ziel van het lichaam gescheiden. Zij zal met haar lichaam weer verenigd worden op de dag van de verrijzenis van de doden. Vgl. H. Paus Paulus VI, Motu Proprio, Sollemnis Professio Fidei - Ter afsluiting van het jaar van het geloof, Credo van het Volk van God (30 juni 1968), 38
De dood
"Nergens wordt het raadsel van het menselijk bestaan zo groot als in het licht van de dood". 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 18. vert. uit Lat. Van de ene kant is de lichamelijke dood een natuurlijk gegeven, maar voor het geloof is hij in feite "het loon van de zonde" (Rom. 6, 23). Vgl. Gen. 2, 17 En voor hen die sterven in de genade van Christus, is de dood een deelnemen Vgl. Rom. 6, 3-9 Vgl. Fil. 3, 10-11 aan de dood van de Heer om zo deel te nemen aan zijn verrijzenis.
De dood is het einde van het aardse leven. Ons leven wordt gemeten naar de tijd, in de loop waarvan wij veranderen, verouderen en, zoals bij alle levende wezens op aarde, verschijnt de dood als het normale einde van het leven. Dit aspect van de dood geeft ons leven een dringend karakter: het besef van onze sterfelijkheid dient er ook toe ons eraan te herinneren dat wij slechts een beperkte tijd hebben om ons leven te verwezenlijken:
Houd je Schepper in ere, zolang je nog jong bent (...), voordat het stof terugkeert naar de aarde waar het vandaan kwam, en de levensgeest naar God die hem schonk (Pred. 12, 1.7).
De dood is het gevolg van de zonde. Als authentiek vertolkster van de uitspraken van de heilige Schrift Vgl. Gen. 2, 17 Vgl. Gen. 3, 3 Vgl. Gen. 3, 19 Vgl. Wijsh. 1, 13 Vgl. Rom. 5, 12 Vgl. Rom. 6, 23 en de overlevering leert het leergezag van de Kerk dat de dood in de wereld is gekomen door de zonde van de mens. Vgl. Concilie van Trente, 5e Zitting - Decreet over de erfzonde, Sessio V - Decretum super peccato originali (17 juni 1546), 1 Hoewel de mens een sterfelijke natuur bezat, wilde God dat hij niet zou sterven. De dood was dus tegengesteld aan de heilsbeschikkingen van God de Schepper en hij kwam de wereld binnen als gevolg van de zonde. Vgl. Wijsh. 2, 23-24 "De lichamelijke dood, waarvan de mens, als hij niet gezondigd had, 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 18 gevrijwaard zou zijn gebleven", is zo "de laatste vijand" van de mens die overwonnen moet worden. Vgl. Mc. 14, 33-34 Vgl. Heb. 5, 7-8
De dood wordt door Christus veranderd. Ook Jezus, de Zoon van God, heeft de dood, die eigen is aan het menselijk bestaan, ondergaan. Maar ondanks zijn angst ervoor Vgl. Mc. 14, 33-34 Vgl. Heb. 5, 7-8 aanvaardde Hij die in een daad van totale en vrijwillige onderwerping aan de wil van zijn Vader. De gehoorzaamheid van Jezus heeft de vloek van de dood in een zegen veranderd. Vgl. Rom. 5, 19-21
De betekenis van de christelijke dood
Dankzij Christus heeft de christelijke dood een positieve betekenis. "Voor mij is leven Christus en sterven winst" (Fil. 1, 21)". "Hoe waar is dit woord: Als wij met Hem gestorven zijn, zullen wij met Hem leven" (2 Tim. 2, 11). Hierin is het wezenlijk nieuwe van de christelijke dood gelegen: door het doopsel is de christen op sacramentele wijze al "gestorven met Christus" om een nieuw leven te beginnen; en als wij in de genade van Christus sterven, is de lichamelijke dood de volle verwerkelijking van dit "sterven met Christus" en voltooit hij onze inlijving in Hem in zijn verlossende heilsdaad.
Voor mij is het beter te sterven in (eis) Christus dan te heersen over de uiteinden der aarde. Hem zoek ik die voor ons gestorven is, naar Hem verlang ik die voor ons is opgestaan Mijn geboorte is nabij. (..) Laat mij het heldere licht ontvangen: eenmaal daar gekomen, zal ik pas ten volle mens zijn. H. Ignatius van Antiochië, Brief aan de Romeinen, Epistula ad Romanos. 6,1-2, vert. Getijdenboek Lect. 1,8,190
In de dood roept God de mens tot zich. Daarom kan de christen een verlangen naar de dood voelen dat gelijkt op dat van de heilige Paulus: "Ik verlang te gaan om met Christus te zijn" (Fil. 1, 23); en hij kan zijn eigen dood veranderen in een daad van gehoorzaamheid en liefde jegens de Vader naar het voorbeeld van Christus: Vgl. Lc. 23, 46
Mijn aardse verlangen is gekruisigd; (..) er is in mij een levend water dat murmelt en binnen in mij zegt: "Kom naar de Vader" H. Ignatius van Antiochië, Brief aan de Romeinen, Epistula ad Romanos. 7,2, vert. uit Gr.

Ik wil God zien en om Hem te zien, moet ik sterven. H. Teresia van Avila, Gedicht, Poesías. 7

Ik sterf niet, ik ga het leven binnen. H. Teresia van Lisieux van het Kind Jezus, Brieven

De christelijke visie op de dood Vgl. 1 Tess. 4, 13-14 wordt op een bevoorrechte manier in de liturgie van de kerk tot uitdrukking gebracht:
Gij neemt het leven, God, niet van ons af, Gij maakt het nieuw, dat geloven wij op uw woord; en als ons aardse huis, ons lichaam, afgebroken wordt, heeft Jezus al een plaats voor ons bereid in uw huis, om daar voorgoed te wonen H. Paus Paulus VI, Apostolische Constitutie, ex Decr. Sacr. Oec. Conc. Vat. II instauratum, auctoritate Pauli PP. VI promulgatum, ed. typica, Missale Romanum (3 apr 1969). prefatie van de overledenen I, in: Altaarmissaal (NL) blz. 673; Missaal voor Werkdagen (B),315
De dood is het einde van de pelgrimstocht van de mens op aarde, van de tijd van genade en barmhartigheid die God hem schenkt om zijn aardse leven te verwezenlijken overeenkomstig het goddelijk heilsplan en om over zijn uiteindelijke bestemming te beslissen. Wanneer "onze enige aardse levensloop" 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 48 ten einde is, zullen wij niet meer terugkeren tot andere aardse levens. "Het is het lot van de mens éénmaal te sterven" (Heb. 9, 27). Er is geen "reïncarnatie" na de dood.
De kerk spoort ons aan ons voor te bereiden op het uur van onze dood ("Van een plotselinge en onvoorziene dood, verlos ons, Heer": oude Litanie van alle heiligen), de Moeder van God te vragen voor ons ten beste te spreken "in het uur van onze dood" (Wees Gegroet) en ons toe te vertrouwen aan de heilige Jozef, patroon van een goede dood:
In geheel uw handelen, in al uw gedachten zoudt gij u moeten gedragen als moest gij vandaag sterven. Als uw geweten zuiver zou zijn, dan zoudt gij de dood niet hoeven te vrezen. Het zou beter zijn u verre van de zonde te houden dan de dood te ontvluchten. Als gij vandaag niet bereid zijt, hoe zult gij het dan morgen kunnen zijn? Thomas à Kempis, Over de Navolging van Christus, De Imitatio Christi. 1,23,5-8 vert. uit orig.

Geloofd zijt Gij, mijn Heer, door onze broeder de lichamelijke dood,
waaraan geen levend mens ontsnappen kan.
Wee hun die zullen sterven in doodzonde!;
Gelukkig wie hij aantreft
in uw allerheiligste wil,
want de tweede dood zal hun geen kwaad doen. H. Franciscus van Assisi, Zonnelied, Cantico della creature - Cantico di frate sole. vert. uit It.

Document

Naam: CATECHISMUS VAN DE KATHOLIEKE KERK
Soort: Catechismus-Compendium
Datum: 15 augustus 1997
Copyrights: © 1997, Libreria Editrice Vaticana
waarin verwerkt niet officiële aanpassing aan de "editio typica"
Bewerkt: 21 november 2018

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2018, Stg. InterKerk, Schiedam