• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Een geleidelijke openbaring van de verrijzenis
De verrijzenis van de doden is door God geleidelijk geopenbaard aan zijn volk. De hoop op de lichamelijke verrijzenis van de doden heeft zich opgedrongen als een wezenlijk gevolg van het geloof in God als Schepper van de hele mens, van ziel en lichaam. De Schepper van hemel en aarde is ook degene die trouw zijn verbond met Abraham en zijn nageslacht in stand houdt. Vanuit dit dubbele perspectief zal het geloof in de verrijzenis gestalte beginnen te krijgen. In hun beproevingen belijden de als martelaar gestorven Makkabeeën:
De Koning van de wereld zal ons, die voor zijn wet sterven, opwekken tot een eeuwig leven (2 Makk. 7, 9). De dood door de handen van mensen wordt begerenswaardig door de hoop die God ons geeft, dat Hij ons weer doet opstaan (2 Makk. 7, 14). Vgl. 2 Makk. 7, 29 Vgl. Dan. 12, 1-13
De Farizeeën Vgl. Hand. 23, 6 en heel wat tijdgenoten van de Heer Vgl. Joh. 11, 24 hoopten op de verrijzenis. Jezus leert deze uitdrukkelijk. Aan de Sadduceeën, die de verrijzenis ontkennen, antwoordt Hij: "Zijt gij niet op een dwaalspoor, juist omdat gij noch de Schrift, noch Gods macht kent?" (Mc. 12, 24). Het geloof in de verrijzenis berust op het geloof in God, die "geen God van doden, maar van levenden is" (Mc. 12, 27).

Maar er is meer: Jezus verbindt het geloof in de verrijzenis met zijn eigen persoon: "Ik ben de verrijzenis en het leven" (Joh. 11, 25). Het is Jezus zelf die op de laatste dag hen zal doen verrijzen die in Hem geloofd hebben Vgl. Joh. 5, 24-25 Vgl. Joh. 6, 40 en die zijn lichaam gegeten en zijn bloed gedronken hebben. Vgl. Joh. 6, 54 Hij geeft hiervan nu reeds een teken en een onderpand door sommige doden het leven terug te geven. Vgl. Joh. 11 Hij kondigt daarmee zijn eigen verrijzenis aan, die evenwel van een andere orde zal zijn. Over dit unieke gebeuren spreekt Hij als over "het teken van de profeet Jona" (Mt. 12, 39), het teken van de tempel. Vgl. Joh. 2, 19-22 Hij kondigt zijn verrijzenis aan die op de derde dag na zijn terechtstelling zal plaatshebben. Vgl. Mc. 10, 34

Getuige zijn van Christus is "getuige" zijn" van zijn verrijzenis" (Hand. 1, 22), Vgl. Hand. 4, 33 "met Hem gegeten en gedronken hebben, nadat Hij uit de doden was opgestaan" (Hand. 10, 41). De christelijke hoop op de verrijzenis is volledig getekend door de ontmoetingen met de verrezen Christus. Wij zullen evenals Hij, met Hem en door Hem verrijzen.
Vanaf het begin heeft het christelijk geloof in de verrijzenis onbegrip en tegenstand ontmoet. Vgl. Hand. 17, 32 Vgl. 1 Kor. 15, 12-13 "Op geen enkel punt ontmoet het christelijk geloof meer tegenstand dan inzake de verrijzenis van het lichaam". H. Augustinus, Enarrationes in Psalmos. 88,2,5, vert. uit Lat. Over het algemeen aanvaardt men dat het leven van de mens na de dood in geestelijke zin wordt voortgezet. Maar hoe kan men geloven dat dit zo duidelijk sterfelijk lichaam kan verrijzen tot het eeuwig leven?
Hoe verrijzen de doden?
Wat is "verrijzen"? Bij de dood, die de scheiding is van lichaam en ziel, gaat het lichaam van de mens tot ontbinding over, terwijl zijn ziel God tegemoet gaat in de verwachting van de hereniging met haar verheerlijkt lichaam. God zal in zijn almacht het onvergankelijk leven definitief aan ons lichaam teruggeven door het krachtens de verrijzenis van Jezus met onze ziel te verenigen.
Wie zal verrijzen? Alle mensen die gestorven zijn: "Dan zullen zij die het goede deden, uit de graven te voorschijn komen tot de opstanding ten leven, maar die het kwade deden, tot de opstanding ten oordeel" (Joh. 5, 29). Vgl. Dan. 12, 2
Hoe? Christus is met zijn eigen lichaam verrezen. "Kijkt naar mijn handen en voeten: Ik ben het zelf" (Lc. 24, 39); maar Hij is niet opnieuw teruggekeerd naar een leven op aarde. Evenzo zullen "in Hem allen met hun eigen lichaam verrijzen dat zij nu hebben". 4e Concilie van Lateranen, Hfd 1. Over het Katholieke geloof, Caput 1: De fide catholica (11 nov 1215), 2 Dat lichaam zal echter "veranderd worden in een verheerlijkt lichaam" (Fil. 3, 21), in een "geestelijk lichaam" (1 Kor. 15, 44).
Maar, zal iemand vragen, hoe verrijzen de doden? Met wat voor lichaam? Een dwaze vraag! Ook wat gijzelf zaait, moet eerst sterven, voor het tot leven komt, en wat gij zaait, is slechts een graankorrel (...). Wat gezaaid wordt in vergankelijkheid, verrijst in onvergankelijkheid. (...) De doden zullen verrijzen in onvergankelijkheid (...). Want dit vergankelijke moet met onvergankelijkheid worden bekleed" (1 Kor. 15, 35-37.42.52-53).
Dit "hoe" gaat onze verbeeldingskracht en ons begrip te boven: het kan slechts in geloof benaderd worden. Maar onze deelname aan de eucharistie geeft ons al een voorproef van de gedaanteverandering van ons lichaam door Christus:
Want zoals het brood van de aarde door de aanroeping van God geen gewoon brood meer is, maar de eucharistie, die een aards en een hemels aspect heeft, zo ook zijn onze lichamen die delen in de eucharistie, niet meer vergankelijk, maar bezitten zij de hoop op de verrijzenis. H. Ireneüs van Lyon, Tegen de ketters, Adversus Haereses. 4,18,4-5, vert. Getijdenboek Lect. 1,2,44
Wanneer? Definitief "op de laatste dag" (Joh. 6, 39-40.44.54)(Joh. 11, 24), "op het einde van de wereld". 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 48 Immers, de verrijzenis van de doden is innig verbonden met de parousie van Christus:
Want wanneer het bevel gegeven wordt, als de stem van de aartsengel weerklinkt en de bazuin van God, dan zal de Heer zelf van de hemel neerdalen en eerst zullen de doden die in Christus zijn, verrijzen (1 Tess. 4, 16).
Verrezen met Christus
Als het waar is dat Christus ons "op de laatste dag" zal doen verrijzen, dan is het ook waar dat wij in zekere zin reeds verrezen zijn met Christus. Immers, dankzij de heilige Geest is het christelijk leven op aarde van nu af aan een deelnemen aan de dood en de verrijzenis van Christus:
In de doop zijt gij met Hem begraven, maar ook met Hem verrezen, door uw geloof in de kracht van God, die Hem uit de doden deed opstaan (...). Als gij dan met Christus ten leven zijt gewekt, zoekt wat boven is, daar waar Christus zetelt aan de rechterhand Gods" (Kol. 2, 12)(Kol. 3, 1).
Verenigd met Christus door het doopsel hebben de gelovigen al werkelijk deel aan het hemelse leven van de verrezen Christus, Vgl. Fil. 3, 20 maar dit leven blijft "met Christus verborgen in God" (Kol. 3, 3). "En Hij heeft ons samen met Hem doen opstaan en zetelen in de hemelen, in Christus Jezus" (Ef. 2, 6). Gevoed met zijn lichaam in de eucharistie behoren wij reeds tot het lichaam van Christus. Wanneer wij op de laatste dag zullen verrijzen, zullen wij "met Hem verschijnen in heerlijkheid" (Kol. 3, 4).
In afwachting van die dag delen lichaam en ziel van de gelovige reeds in de waardigheid van het zijn "in Christus"; vandaar de eis eerbied te hebben voor het eigen lichaam, maar ook voor dat van anderen, vooral wanneer het lijdt:
Het lichaam is er voor de Heer en de Heer voor het lichaam. God heeft niet alleen de Heer opgewekt uit de dood, Hij zal ook ons doen opstaan door zijn kracht. Gij weet toch dat uw lichamen ledematen zijn van Christus? (...) Gij zijt niet van uzelf. (...) Eert dan God met uw lichaam (1 Kor. 6, 13-15.19-20).

Document

Naam: CATECHISMUS VAN DE KATHOLIEKE KERK
Soort: Catechismus-Compendium
Datum: 15 augustus 1997
Copyrights: © 1997, Libreria Editrice Vaticana
waarin verwerkt niet officiële aanpassing aan de "editio typica"
Bewerkt: 2 juni 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam