• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
De eigennaam van de Heilige Geest

"Heilige Geest", zo luidt de eigennaam van Hem die wij aanbidden en verheerlijken tezamen met de Vader en de Zoon. De Kerk heeft deze naam ontvangen van de Heer en belijdt hem bij het Doopsel van haar nieuwe kinderen. Vgl. Mt. 28, 19

De term "Geest" is een vertaling van de Hebreeuwse term ruach, die allereerst adem, lucht of wind betekent Jezus gebruikt juist dit zintuiglijke beeld van de wind om Nikodemus een idee te geven van de transcendente nieuwheid van Hem die persoonlijk Gods adem is, de goddelijke Geest Vgl. Joh. 3, 5-8 . Anderzijds zijn "Geest" en "heilig" goddelijke attributen die gemeenschappelijk zijn aan de drie goddelijke personen Maar door de twee termen met elkaar te verbinden duiden de Schrift, de liturgie en het theologisch taalgebruik op de onuitsprekelijke persoon van de Heilige Geest en sluiten de dubbelzinnigheid uit die mogelijk is in andere gevallen waarin men "geest" en "heilig" gebruikt.
De benamingen van de Heilige Geest

Wanneer Jezus de komst van de Heilige Geest aankondigt en belooft, noemt Hij Hem "Paracleet", letterlijk: "Hij die erbij geroepen wordt", ad-vocatus. "Paracleet" wordt gewoonlijk vertaald met "Helper" Vgl. Joh. 14, 16.26 Vgl. Joh. 15, 26 Vgl. Joh. 16, 7 , waarbij Jezus de eerste helper is. Vgl. 1 Joh. 2, 1 De Heer zelf noemt de Heilige Geest: "Geest der waarheid" Vgl. Joh. 16, 13 .

Behalve zijn eigen naam die het meest gebruikt wordt in de Handelingen van de Apostelen en de Brieven, vindt men bij de heilige Paulus de benamingen: de "Geest der belofte" (Gal. 3, 14)(Ef. 1, 13), de "Geest van kindschap" (Rom. 8, 15)(Gal. 4, 6), de "Geest van Christus" (Rom. 8, 11), de "Geest des Heren" (2 Kor. 3, 17), de "Geest van (onze) God" Vgl. Rom. 8, 9.14 Vgl. Rom. 15, 19 Vgl. 1 Kor. 6, 11 Vgl. 1 Kor. 7, 40 en bij de heilige Petrus: de "Geest der heerlijkheid" (1 Pt. 4, 14).
De symbolen van de Heilige Geest
Het water. De symboliek van het water is kenmerkend voor de werking van de Heilige Geest bij het doopsel. Na het aanroepen van de Heilige Geest wordt het water immers het werkzame teken van de wedergeboorte: evenals ons leven, voor onze geboorte, tijdens de zwangerschap, zich ontwikkelde omgeven door water, zo geeft het water van het doopsel werkelijk aan dat onze geboorte tot het goddelijk leven ons in de Heilige Geest geschonken wordt. Maar "gedoopt in één Geest" zijn wij ook "gedrenkt met één Geest" (1 Kor. 12, 13): de Geest is daarom ook persoonlijk het levende water dat uit de gekruisigde Christus opwelt Vgl. Joh. 19, 34 Vgl. 1 Joh. 5, 8 als uit zijn bron en dat in ons opwelt tot eeuwig leven. Vgl. Joh. 4, 10-14 Vgl. Joh. 7, 38 Vgl. Ex. 17, 1-6 Vgl. Jes. 55, 1 Vgl. Zach. 14, 8 Vgl. 1 Kor. 10, 4 Vgl. Openb. 21, 6 Vgl. Openb. 22, 17
De zalving. De symboliek van de zalving met olie is eveneens kenmerkend voor de heilige Geest, zelfs zó dat zalving en heilige Geest synoniem geworden zijn. Vgl. 1 Joh. 2, 20.27 Vgl. 2 Kor. 1, 21 Bij de christelijke initiatie is de zalving het sacramentele teken van het vormsel. In de Oosterse Kerken wordt ze daarom terecht "chrismatie" genoemd. Men moet echter teruggaan naar de eerste zalving die de heilige Geest verricht heeft, om de hele kracht ervan te kunnen begrijpen: de zalving van Jezus. Christus ("Messias" in het Hebreeuws) betekent "gezalfd" met de Geest van God. In het Oude Verbond zijn er "gezalfden" van de Heer geweest. Vgl. Ex. 30, 22-32 Onder hen was koning David, de gezalfde uitstek Vgl. 1 Sam. 16, 13 Maar Jezus is op een unieke manier de gezalfde van God: de menselijke natuur die de Zoon aanneemt, is in haar geheel "gezalfd met de heilige Geest". Jezus is "Christus" geworden door de heilige Geest. Vgl. Lc. 4, 18-19 Vgl. Jes. 61, 1 De maagd Maria ontvangt Christus van de heilige Geest. Bij zijn geboorte kondigt de heilige Geest, door de engel, Hem aan als Christus Vgl. Lc. 2, 11 en zet Hij Simeon ertoe aan naar de tempel te komen om de Gezalfde van de Heer te zien; Vgl. Lc. 2, 26-27 Hij is het die Christus vervult Vgl. Lc. 4, 1 en zijn kracht is het die van Christus uitgaat als Hij genezingen verricht en heil brengt. Vgl. Lc. 6, 19 Vgl. Lc. 8, 46 Hij is het tenslotte die Jezus uit de doden opwekt. Vgl. Rom. 1, 4 Vgl. Rom. 8, 11 Dan stort Jezus, ten volle tot "Christus" aangesteld in zijn menselijke natuur die over de dood gezegevierd heeft, Vgl. Hand. 2, 36 de heilige Geest in overvloed uit, totdat "de heiligen" in vereniging met het mens-zijn van Gods Zoon, "tezamen komen (...) tot de volmaakte Man, tot de gehele omvang van de volheid van de Christus" (Ef. 4, 13): "de gehele Christus", om een uitdrukking van de heilige Augustinus te gebruiken. H. Augustinus, Sermones. 341, 1, 1. 9, 11
Het vuur. Terwijl het water het teken is van de geboorte en de vruchtbaarheid van het leven dat in de heilige Geest geschonken wordt, symboliseert het vuur de kracht waarmee de werkzaamheid van de heilige Geest veranderingen tot stand brengt. De profeet Elia, die "opstond als een vuur en wiens woord brandde als een fakkel", (Sir. 48, 1) laat door zijn gebed het vuur uit de hemel neerstorten op het offer op de berg Karmel. Vgl. 1 Kon. 18, 38-39 Het is een voorafbeelding van het vuur van de heilige Geest dat al wat het raakt, verandert. Johannes de Doper, "die voor de Heer uitgaat met "de geest" en "de kracht van Elia" (Lc. 1, 17), kondigt Christus aan als degene die "met de heilige Geest en met vuur zal dopen" (Lc. 3, 16), de Geest van wie Jezus zal zeggen: "Vuur ben Ik op aarde komen brengen, en hoe verlang Ik dat het reeds oplaait!" (Lc. 12, 49). Het is in de gedaante van tongen, van "iets dat op vuur geleek" dat de heilige Geest zich op Pinkstermorgen neerzet op de leerlingen en hen met zichzelf vervult Vgl. Hand. 2, 3-4 . De geestelijke traditie zal aan deze symboliek van het vuur vasthouden als aan één van de sprekendste manieren om de werkzaamheid van de heilige Geest tot uitdrukking te brengen: Vgl. H. Johannes van het Kruis, De levende vlam van liefde, Ilama de amor viva "Blust de Geest niet uit" (1 Tess. 5, 19).
De wolk en het licht. Deze twee symbolen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden bij de manifestaties van de heilige Geest. Vanaf de verschillende theofanieën in het Oude Testament openbaart de wolk, die nu eens donker, dan weer lichtend is, een levende en reddende God en zij verhult daarbij het transcendente karakter van zijn heerlijkheid: in het geval van Mozes op de berg Sinaï, Vgl. Ex. 24, 15-18 aan die in de tent van de samenkomst Vgl. Ex. 33, 9-10 en gedurende de tocht door de woestijn Vgl. Ex. 40, 36-38 Vgl. 1 Kor. 10, 1-2 , evenals in het geval van Salomo bij de inwijding van de tempel Vgl. 1 Kon. 8, 10-12 . In de heilige Geest brengt Christus de totale vervulling van deze voorafbeeldingen. Hij is het die over de maagd Maria komt en haar "overschaduwt", opdat zij Jezus ontvangt en ter wereld brengt Vgl. Lc. 1, 35 . Op de berg van de gedaanteverandering komt de heilige Geest in een wolk, die "een schaduw werpt" over Jezus, Mozes, Elia, Petrus, Jakobus en Johannes, en "uit de wolk klinkt een stem die spreekt: 'Dit is mijn Zoon, de Uitverkorene, luistert naar Hem'" (Lc. 9, 34-35). Tenslotte is het dezelfde wolk die "Jezus onttrekt aan de ogen" van de leerlingen op de dag van de hemelvaart Vgl. Hand. 1, 9 en die Hem als Mensenzoon zal openbaren in zijn heerlijkheid op de dag dat Hij komt Vgl. Lc. 21, 27 .
Het zegel. is een symbool dat nauw aansluit bij dat van de zalving. Het is immers Christus op wie "God zijn zegel heeft gedrukt" (Joh. 6, 27) en het is in Hem dat de Vader ook op ons zijn zegel drukt Vgl. 2 Kor. 1, 22 Vgl. Ef. 1, 13 Vgl. Ef. 4, 30 . Omdat het beeld van het zegel (in het Grieks sfragis) wijst op de onuitwisbare uitwerking van de zalving met de heilige Geest in de sacramenten van Doopsel, Vormsel en Wijding, is het in sommige theologische tradities gebruikt om het onuitwisbare "merkteken" aan te duiden dat door deze drie sacramenten, die niet opnieuw toegediend kunnen worden, in iemand gegrift wordt.
De hand. Door handoplegging geneest Jezus zieken Vgl. Mc. 6, 5 Vgl. Mc. 8, 23 en zegent Hij kleine kinderen Vgl. Mc. 10, 16 . In zijn naam zullen de apostelen hetzelfde doen Vgl. Mc. 16, 18 Vgl. Hand. 5, 12 Vgl. Hand. 14, 3 . Beter gezegd, het is door de handoplegging van de apostelen dat de heilige Geest geschonken wordt Vgl. Hand. 8, 17-19 Vgl. Hand. 13, 3 Vgl. Hand. 19, 6 . De brief aan de Hebreeën rekent de handoplegging tot de "fundamentele onderdelen" van Zijn onderricht Vgl. Heb. 6, 2 . Dit teken van de almachtige uitstorting van de heilige Geest heeft de Kerk behouden in haar sacramentele aanroepingen.
De vinger. "Het is door de vinger Gods dat (Jezus) de duivels uitdrijft" Vgl. Lc. 11, 20 . Als de Wet van God "door de vinger van God" (Ex. 31, 18) op de stenen tafelen geschreven is, dan is "de brief van Christus", overgelaten aan de zorg van de apostelen, "met de Geest van de levende God geschreven, niet op stenen tafelen, maar in de harten van levende mensen" (2 Kor. 3, 3). De hymne "Kom, Schepper Geest, daal tot ons neer" ("Veni Creator Spiritus") roept de heilige Geest aan als "de vinger van de rechterhand van de Vader". Getijdengebed, Hymne voor de Vespers op het Pinksterfeest
De duif. Op het einde van de zondvloed (waarvan de symboliek betrekking heeft op het Doopsel) keert de door Noach losgelaten duif terug met een groene olijftak in de bek, een teken dat de aarde opnieuw bewoonbaar is. Vgl. Gen. 8, 8-12 Wanneer Christus uit het water waarin Hij gedoopt is, omhoog stijgt, daalt de Heilige Geest in de gedaante van een duif op Hem neer en blijft in Hem. Vgl. Mt. 3, 16. parr. De Geest daalt neer en rust in het gezuiverde hart van de gedoopten. In sommige kerken wordt de heilige eucharistische Reserve bewaard in een metalen kistje in de vorm van een duif (het columbarium) dat boven het altaar opgehangen is. De duif als voorstelling van de Heilige Geest is een traditioneel symbool in de christelijke iconografie.

Document

Naam: CATECHISMUS VAN DE KATHOLIEKE KERK
Soort: Catechismus-Compendium
Datum: 15 augustus 1997
Copyrights: © 1997, Libreria Editrice Vaticana
waarin verwerkt niet officiële aanpassing aan de "editio typica"
Bewerkt: 7 november 2019

Referenties naar dit document

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam