• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Christus regeert reeds door middel van de Kerk...

"Daarvoor is Christus gestorven en weer levend geworden: om Heer te zijn over doden en levenden" (Rom. 14, 9). Het opstijgen ten hemel van Christus betekent dat Hij in zijn menselijke natuur deel heeft aan de macht en het gezag van God zelf. Jezus Christus is de Heer. Hij heeft alle macht in de hemel en op aarde. Hij staat "hoog boven alle heerschappijen, machten, krachten en hoogheden," want de Vader heeft "alles onder zijn voeten gelegd" (Ef. 1, 20-22), Christus is de Heer van het heelal Vgl. Ef. 4, 10 Vgl. 1 Kor. 15, 24.27-28 en van de geschiedenis. In Hem vinden de geschiedenis van de mens en zelfs heel de schepping hun "samenvatting" Vgl. Ef. 1, 10 , hun transcendente voltooiing.

Als de Heer is Christus ook het hoofd van de kerk, die zijn lichaam is. Vgl. Ef. 1, 22 Omhoog geheven ten hemel en verheerlijkt, nadat Hij zo zijn zending ten volle vervuld heeft, blijft Hij op aarde in zijn kerk. De verlossing is de bron en de oorsprong van het gezag dat Christus dankzij de heilige Geest uitoefent over zijn kerk. Vgl. Ef. 4,11-13 "Het rijk van Christus is al in mysterie aanwezig in de kerk" 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 3. vert. uit Lat., "kiem en begin van dit koninkrijk op aarde". 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 5. vert. uit Lat.

Sinds de Hemelvaart is Gods heilsbeschikking in de fase van haar voltooiing gekomen. Wij zijn reeds in "het laatste uur" (1 Joh. 2,18). Vgl. 1 Pt. 4,7 "Zo is het einde der tijden reeds tot ons gekomen en de vernieuwing van de wereld is onherroepelijk vastgelegd en wordt in deze tijd op reële wijze geanticipeerd: de Kerk is immers reeds op aarde getooid met een echte, zij het dan ook onvolmaakte heiligheid". 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 48. vert. uit Lat. Het koninkrijk van Christus laat reeds zijn aanwezigheid blijken in de wonderbaarlijke tekenen Vgl. Mc. 16, 17-18 die zijn verkondiging door de Kerk vergezellen. Vgl. Mc. 16, 20

... wachtend tot alles aan Hem onderworpen is
Toch is het rijk van Christus, reeds tegenwoordig in zijn Kerk, nog niet volledig "met macht en grote heerlijkheid" (Lc. 21, 27) Vgl. Mt. 25, 31 gevestigd door de komst van de Koning op aarde. Dit rijk wordt nog belaagd door de boze machten, Vgl. 2 Tess. 2, 7 ook al zijn deze reeds overwonnen door het Pasen van Christus, totdat alles aan Hem onderworpen is, Vgl. 1 Kor. 15, 28 "zolang de nieuwe hemelen en de nieuwe aarde, waar gerechtigheid woont, er nog niet zijn, draagt de Kerk op haar aardse pelgrimstocht in haar Sacramenten en instellingen, die op deze tijd betrekking hebben, de vergankelijke gedaante van deze wereld. Zolang ook leeft zij te midden van de schepselen die nog steeds zuchten en barensweeën lijden en uitzien naar de openbaring van de kinderen Gods". 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 48. vert. uit Lat. Om de wederkomst van Christus te verhaasten Vgl. 2 Pt. 3, 11-12 bidden daarom de christenen, vooral in de Eucharistie Vgl. 1 Kor. 11, 26 tot Hem met de woorden: "Kom, Heer" (Openb. 22, 20) Vgl. 1 Kor. 16, 22 Vgl. Openb. 22, 17 .
Christus heeft vóór zijn hemelvaart gezegd dat het uur van de glorievolle vestiging van het Messiaanse koninkrijk Vgl. Hand. 1, 6-7 , dat door Israël verwacht werd, nog niet was aangebroken. Dat rijk zou, volgens de profeten Vgl. Jes. 11, 1-9 alle mensen de definitieve orde van gerechtigheid, liefde en vrede moeten brengen. De huidige tijd is volgens de Heer de tijd van de Geest en van het getuigenis, Vgl. Hand. 1, 8 maar het is ook een tijd die nog steeds gekenmerkt wordt door de "nood" Vgl. 1 Kor. 7, 26 en de beproeving van het kwaad Vgl. Ef. 5, 16 die de Kerk niet sparen Vgl. 1 Pt. 4, 17 en het begin inluidt van de strijd van de laatste dagen. Vgl. 1 Joh. 2, 18 Vgl. 1 Joh. 4, 3 Vgl. 1 Tim. 4, 1 Het is een tijd van wachten en waakzaam zijn. Vgl. Mt. 25, 1-13 Vgl. Mc. 13, 33-37
De glorievolle komst van Christus, de hoop van Israël
Sinds de hemelvaart is de komst van Christus in heerlijkheid aanstaande, Vgl. Hand. 22, 20 zelfs als het ons "niet toekomt dag en uur te kennen, die de Vader in zijn macht heeft vastgesteld" (Hand. 1, 7). Vgl. Mc. 13, 32 Deze eschatologische komst kan ieder ogenblik plaatsvinden, Vgl. Mt. 24, 44 Vgl. 1 Tess. 5, 2 zelfs al wordt ze, en met haar de laatste beproeving die eraan voorafgaat Vgl. 2 Tess. 2, 3-12 , "opgehouden".
De komst van de verheerlijkte Messias wordt op elk ogenblik van de geschiedenis uitgesteld, Vgl. Rom. 11, 31 totdat Hij wordt erkend door "heel Israël" Vgl. Rom. 11, 26 Vgl. Mt. 23, 39 waarover ten dele "de verharding gekomen is" Vgl. Rom. 11, 25 in de vorm van "het ongeloof" (Rom. 11, 20) ten opzichte van Jezus. De heilige Petrus zegt het tegen de Joden van Jeruzalem na Pinksteren: "Bekeert u dus en hebt berouw, opdat uw zonden worden uitgewist en er van de Heer uit tijden van verkwikking mogen komen en Hij u Jezus zende, die voor u als Messias was voorbestemd. De hemel moest Hem opnemen tot de tijd van het herstel van alle dingen, waarover God gesproken heeft bij monde van zijn heilige profeten" (Hand. 3, 19-21). En bij de heilige Paulus klinken deze woorden door, wanneer hij zegt: "Als hun verwerping de wereld verzoening heeft gebracht, wat kan dan hun aanneming anders betekenen dan leven uit de doden?" (Rom. 11, 15). Het binnengaan van "het volledig getal van de Joden" Vgl. Rom. 11, 12 in het Messiaanse heil, in het voetspoor van het "volledig getal van de heidenvolken" Vgl. Rom. 11, 25 Vgl. Lc. 21, 24 zal het volk van God de mogelijkheid geven "de volheid in Christus" (Ef. 4, 13) tot stand te brengen, waarin God alles in alles is" (1 Kor. 15, 28).
De laatste beproeving van de Kerk

Voorafgaand aan de komst van Christus moet de Kerk een laatste beproeving doorstaan die het geloof van talrijke gelovigen zal doen wankelen. Vgl. Lc. 18, 8 Vgl. Mt. 24, 12 De vervolging waarmee haar pelgrimstocht op aarde vergezeld gaat, Vgl. Lc. 21, 12 Vgl. Joh. 15, 19-20 zal het "mysterie van de ongerechtigheid" onthullen in de vorm van een godsdienstig bedrog dat de mensen een schijnoplossing biedt voor hun problemen. De prijs die zij daarvoor betalen is dat zij afvallen van de waarheid. De ergste godsdienstige dwaalleer is die van de Antichrist, d.w.z. die van een pseudo-messianisme waarin de mens zichzelf verheerlijkt in plaats van God en zijn Messias, die in het vlees gekomen is. Vgl. 2 Tess. 2, 4-12 Vgl. 1 Tess. 5, 2-3 Vgl. 2 Joh 7 Vgl. 1 Joh. 2, 18.22

Deze dwaalleer van de Antichrist tekent zich reeds in de wereld af, telkens als men beweert de Messiaanse verwachting in de geschiedenis in vervulling te doen gaan: deze verwachting kan alleen maar buiten de geschiedenis langs de weg van het eschatologisch oordeel in vervulling gaan: zelfs in haar gematigde vorm heeft de kerk deze vervalsing van het komende koninkrijk onder de naam van chiliasme verworpen, Vgl. Heilig Officie, Decreet over het millenniarisme (duizendjarig (vredes)rijk of chiliasme) (21 juli 1944) vooral in de politieke vorm van een geseculariseerd, "intrinsiek verkeerd" messianisme. Vgl. Paus Pius XI, Encycliek, Over het goddeloze communisme, Divini Redemptoris (19 mrt 1937), 8. die "het valse mysticisme" van deze "omkering van de verlossing van de nederigen" veroordeelt Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 20-21
De Kerk zal de heerlijkheid van het koninkrijk alleen maar binnengaan door dit laatste Pasen heen, wanneer zij haar Heer in zijn dood en verrijzenis zal volgen. Vgl. Openb. 19, 1-9 Het koninkrijk zal derhalve niet tot stand komen door een historische triomf van de Kerk Vgl. Openb. 13, 8 op grond van een steeds verdere vooruitgang, maar door een overwinning van God op het kwaad dat zich voor de laatste strijd heeft opgemaakt. Vgl. Openb. 20, 7-10 Met die overwinning zal de bruid van Christus uit de hemel neerdalen. Vgl. Openb. 21, 2-4 De triomf van God over de opstand van het kwaad zal de vorm aannemen van het laatste oordeel Vgl. Openb. 20, 12 na de laatste kosmische beving van deze wereld, die voorbijgaat. Vgl. 2 Pt. 3, 12-13

Document

Naam: CATECHISMUS VAN DE KATHOLIEKE KERK
Soort: Catechismus-Compendium
Datum: 15 augustus 1997
Copyrights: © 1997, Libreria Editrice Vaticana
waarin verwerkt niet officiële aanpassing aan de "editio typica"
Bewerkt: 17 september 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam