• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
De herhaalde bevestigingen van het Nieuwe Testament dat Jezus is opgewekt uit de doden" (1 Kor. 15, 20) Vgl. Hand. 3, 15 Vgl. Rom. 8, 11 , veronderstellen dat Hij voorafgaand aan de verrijzenis in het verblijf van de doden vertoefd heeft Vgl. Heb. 13, 20 . Dat is de eerste betekenis die de prediking van de apostelen gegeven heeft aan Jezus' nederdaling ter helle. Jezus heeft, evenals alle mensen, de dood gekend. Hij heeft zich met zijn ziel bij hen gevoegd in het dodenrijk. Maar Hij is er nedergedaald als Verlosser, de Blijde Boodschap verkondigend aan de geesten die er waren gekerkerd Vgl. 1 Pt. 3, 18-19 .
"Het evangelie is ook aan gestorvenen verkondigd..." (1 Pt. 4, 6). De nederdaling ter helle is de volledige vervulling van de evangelische aankondiging van het heil. Zij is de allerlaatste fase van de Messiaanse zending van Jezus. Deze fase is zeer beperkt in de tijd, maar strekt zich ontzettend ver uit wat haar werkelijke betekenis betreft. Zij leert dat het verlossingswerk zich uitbreidt tot alle mensen van alle tijden en van alle plaatsen, want allen die zijn gered, hebben immers deel gekregen aan de verlossing.
Christus is dus neergedaald in de diepte van de dood, Vgl. Mt. 12, 40 Vgl. Rom. 10, 7 Vgl. Ef. 4, 9 opdat "de doden de stem van Gods Zoon zullen horen en die haar horen, zullen leven" (Joh. 5, 25). Jezus, "de leidsman ten leven" Vgl. Hand. 3, 15 heeft "door zijn dood de vorst van de dood, de duivel, onttroond en hen die door de vrees voor de dood heel hun leven aan onvrijheid onderworpen waren, bevrijd" (Heb. 2, 14-15). Voortaan heeft de verrezen Christus "de sleutels van de dood en het dodenrijk" (Openb. 1, 18) en "buigt bij de naam van Jezus zich iedere knie in de hemel, op aarde en onder de aarde" (Fil. 2, 10).
Vandaag heerst er een grote stilte op aarde; een grote stilte en verder een grote verlatenheid. Een grote stilte want de Koning slaapt. De aarde heeft gebeefd en is tot rust gekomen, omdat God in het vlees is ingeslapen en hen die sedert eeuwen sliepen, heeft Hij doen opstaan (...). Voorzeker gaat Hij onze eerste voorvader, zoals het verloren schaap, zoeken. Ongetwijfeld wil Hij ook hen die in de duisternis en de schaduw van de dood gezeten zijn, bezoeken, ongetwijfeld gaat Hij de gevangen Adam en ook Eva, die met hem gevangen zit, van hun smarten bevrijden, Hij, hun God en hun Zoon (...). Ik ben uw God, degene die omwille van u uw zoon geworden is (...). Ontwaak, gij die slaapt, want Ik heb u niet daarom geschapen, opdat gij hier in de onderwereld geketend uw dagen slijt. Sta op uit de doden, Ik ben het leven van de doden. Oude homilie op Paaszaterdag, vert. uit orig. (vgl. ook Getijdenboek, Lect II,2,184-185)

Document

Naam: CATECHISMUS VAN DE KATHOLIEKE KERK
Soort: Catechismus-Compendium
Datum: 15 augustus 1997
Copyrights: © 1997, Libreria Editrice Vaticana
waarin verwerkt niet officiële aanpassing aan de "editio typica"
Bewerkt: 21 november 2018

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2018, Stg. InterKerk, Schiedam