• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Ook al zijn de Wet en de Tempel van Jeruzalem door Jezus een "teken van tegenspraak" Vgl. Lc. 2, 34 gemaakt voor de religieuze autoriteiten van Israël, toch is het zijn rol in de verlossing uit de zonde, een goddelijk werk bij uitstek, voor hen de werkelijke steen des aanstoots geweest Vgl. Lc. 20, 17-18 Vgl. Ps. 118, 22 .

Door met tollenaars en zondaars even vertrouwelijk te eten Vgl. Lc. 5, 30 als met de Farizeeën zelf heeft Jezus hun aanstoot gegeven Vgl. Lc. 7, 36 Vgl. Lc. 11, 37 Vgl. Lc. 14, 1 . Tegen diegenen onder hen "die, overtuigd van eigen gerechtigheid, de anderen minachtten" (Lc. 18, 9) Vgl. Joh. 7, 49 Vgl. Joh. 9, 34 , heeft Jezus duidelijk gezegd: "Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen, maar om zondaars te roepen" (Lc. 5, 32). Hij is nog verder gegaan: Hij verkondigt ten overstaan van de Farizeeën dat zij die beweren geen redding nodig te hebben, blind zijn Vgl. Joh. 9, 40-41 , ten aanzien van zichzelf, Vgl. Joh. 8, 33-36 aangezien de zonde universeel is.

Jezus heeft vooral aanstoot gegeven, omdat Hij zijn barmhartige houding jegens zondaars vereenzelvigd heeft met Gods eigen houding jegens hen Vgl. Mt. 9, 13 Vgl. Hos. 6, 6 . Hij heeft zelfs te verstaan gegeven dat Hij, door met zondaars aan tafel aan te zitten Vgl. Lc. 15, 1-2 , hen toeliet tot het Messiaanse feestmaal Vgl. Lc. 15, 23-32 . Maar het is heel in het bijzonder door de zonden te vergeven dat Jezus de religieuze autoriteiten van Israël voor een dilemma geplaatst heeft. Zouden zij niet terecht zeggen in hun ontzetting: "Wie anders kan er zonden vergeven dan God alleen?" (Mc. 2, 7). Of Jezus lastert God door zonden te vergeven, want dan is het een mens die zich aan zichzelf gelijk maakt Vgl. Joh. 5, 18 Vgl. Joh. 10, 33 , of Hij spreekt de waarheid en zijn persoon stelt dan de naam van God tegenwoordig en openbaart deze Vgl. Joh. 17, 6.26 .

Alleen de goddelijke identiteit van de persoon van Jezus kan een zo dwingende eis als de volgende rechtvaardigen: "Wie niet met Mij is, is tegen Mij" (Mt. 12, 30); evenals de uitspraak dat er in Hem "meer dan Jona, (...) meer dan Salomo" (Mt. 12, 41-42) is, "meer dan de tempel" (Mt. 12, 6); of wanneer Hij met betrekking tot zichzelf eraan herinnert dat David de Messias zijn Heer genoemd heeft Vgl. Mt. 12, 36.37 of wanneer Hij zegt: "Voor Abraham werd, ben Ik" (Joh. 8, 58) en zelfs: "Ik en de Vader Wij zijn één" (Joh. 10, 30).

Jezus heeft de religieuze autoriteiten van Jeruzalem gevraagd in Hem te geloven op grond van de werken van de Vader die Hij verrichtte Vgl. Joh. 10, 36-38 . Maar een dergelijke daad van geloof moest de weg gaan van een geheimvol sterven aan zichzelf om "opnieuw geboren te worden" Vgl. Joh. 3, 7 in de aantrekkingskracht van de goddelijke genade Vgl. Joh. 6, 44 . Een dergelijke eis tot bekering waar het gaat over een zo verrassende vervulling van de beloften Vgl. Jes. 53, 1 maakt het mogelijk de tragische vergissing van het sanhedrin te begrijpen. Dit meende dat Jezus als godslasteraar de dood verdiende Vgl. Mc. 3, 6 Vgl. Mt. 26, 64-66 . Zijn leden handelden tegelijkertijd zowel uit "onwetendheid" Vgl. Lc. 23, 34 Vgl. Hand. 3, 17-18 als vanwege "de verharding" Vgl. Mc. 3, 5 Vgl. Rom. 11, 25 van "het ongeloof" Vgl. Rom. 11, 20 .

Document

Naam: CATECHISMUS VAN DE KATHOLIEKE KERK
Soort: Catechismus-Compendium
Datum: 15 augustus 1997
Copyrights: © 1997, Libreria Editrice Vaticana
waarin verwerkt niet officiële aanpassing aan de "editio typica"
Bewerkt: 7 november 2019

Referenties naar dit document

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam