• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Veel zaken waardoor de menselijke nieuwsgierigheid met betrekking tot Jezus geboeid wordt, komen niet voor in de Evangelies. Er wordt bijna niets gezegd over zijn leven in Nazaret en zelfs een groot gedeelte van zijn openbare leven komt niet ter sprake. Vgl. Joh. 20, 30 Wat in de Evangelies geschreven staat, dat is opgetekend, "opdat gij moogt geloven dat Jezus de Christus is, de Zoon van God, en opdat gij door te geloven leven moogt bezitten in zijn naam" (Joh. 20, 31).
De Evangelies zijn geschreven door mensen die hoorden tot de eerste gelovigen Vgl. Mc. 1, 1 Vgl. Joh. 21, 24 en die anderen in dit geloof wilden laten delen. Toen zij eenmaal in het geloof de persoon van Jezus hadden leren kennen, hebben zij de sporen van zijn mysterie in heel zijn aardse leven kunnen zien en aan anderen kunnen laten zien. Alles in het leven van Jezus staat in het teken van zijn mysterie, te beginnen bij de doeken waarin Hij bij zijn geboorte gewikkeld werd, Vgl. Lc. 2, 7 tot aan de azijn van zijn lijden Vgl. Mt. 27, 48 en de zweetdoek van zijn verrijzenis. Vgl. Joh. 20, 7 Door zijn optreden, wonderen en woorden is geopenbaard dat "in Hem de godheid in heel haar volheid lijfelijk aanwezig is" (Kol. 2, 9). Zijn mensheid verschijnt zo als het "sacrament", d.w.z. het teken en het instrument van zijn godheid en het heil dat Hij komt brengen: wat er zichtbaar was in zijn aardse leven, voerde tot het onzichtbare mysterie van zijn goddelijke afstamming en zijn verlossende zending.
De gemeenschappelijke trekken in de mysteries van Jezus
Heel het leven van Christus is openbaring van de Vader: zijn woorden en zijn daden, zijn stilzwijgen en lijden, zijn manier van zijn en spreken. Jezus kan zeggen: "Wie mij ziet, ziet de Vader" (Joh. 14, 9) en de Vader kan zeggen: "Dit is mijn Zoon, de Uitverkorene; luistert naar Hem" (Lc. 9, 35). Onze Heer is mens geworden om de wil van de Vader te doen, Vgl. Heb. 10, 5-7 en vanaf dat moment laten de kleinste details van zijn mysteries ons "de liefde die God is" (1 Joh. 4, 9) zien.
Heel het leven van Christus is een mysterie van verlossing. De verlossing verkrijgen wij voor alles door het bloed van het kruis, Vgl. Ef. 1, 7 Vgl. Kol. 1, 13-14 Vgl. 1 Pt. 1, 18-19 maar dit mysterie is in het gehele leven van Christus werkzaam: reeds in zijn menswording, waardoor Hij door arm te worden ons verrijkt met zijn armoede, Vgl. 2 Kor. 8, 9 in zijn verborgen leven, dat door zijn onderdanigheid Vgl. Lc. 2, 51 onze ongehoorzaamheid weer goedmaakt, in zijn woord, dat zijn toehoorders rein maakt, Vgl. Joh. 15, 3 in zijn genezingen en duiveluitdrijvingen, waardoor Hij "onze zwakheden heeft weggenomen en onze ziekten heeft gedragen" (Mt. 8, 17), Vgl. Jes. 53, 4 in zijn verrijzenis, waardoor Hij ons rechtvaardigt. Vgl. Rom. 4, 25
Heel het leven van Christus is een mysterie van recapitulatie. Al wat Jezus heeft gedaan, gezegd en geleden, had ten doel de gevallen mens in zijn eerste roeping te herstellen:
Toen Hij het vlees aannam en mens werd, heeft Hij in zichzelf de lange geschiedenis van de mensen onder één hoofd gebracht en ons het heil, in zijn persoon samengevat, geschonken, zodat wij datgene wat wij in Adam verloren hadden, d.w.z. het zijn naar Gods beeld en gelijkenis, in Christus Jezus terugkregen. H. Ireneüs van Lyon, Tegen de ketters, Adversus Haereses. 3,18,1 vert. uit Lat. Daarom heeft Jezus trouwens alle stadia van een menselijk leven doorlopen, om zo voor alle mensen de gemeenschap met God te herstellen. H. Ireneüs van Lyon, Tegen de ketters, Adversus Haereses. 3,18,7: vert. uit Lat. Vgl. H. Ireneüs van Lyon, Tegen de ketters, Adversus Haereses. 2,22,4
Onze gemeenschap met de mysteries van Jezus
Heel de rijkdom van Christus "is bestemd voor elke mens en staat ter beschikking van iedereen." H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, De Verlosser van de mensen, Redemptor Hominis (4 mrt 1979), 11. vert. uit Lat. Christus heeft zijn leven niet voor zichzelf geleefd, maar voor ons, vanaf zijn menswording "voor ons mensen en omwille van ons heil" 1e Concilie van Constantinopel, Credo van Nicea - Constantinopel (31 juli 381) tot aan zijn dood "voor onze zonden" (1 Kor. 15, 3) en zijn verrijzenis "om onze rechtvaardiging" (Rom. 4, 25). Nu nog is Hij "onze voorspreker bij de Vader" (1 Joh. 2, 1), "daar Hij altijd leeft om voor ons te pleiten" (Heb. 7, 25). Met al hetgeen Hij tijdens zijn leven voor ons eens voor altijd heeft doorgemaakt en geleden, blijft Hij voor altijd "voor ons bij God present" (Heb. 9, 24).
Heel zijn leven toont Jezus zich een voorbeeld voor ons: Vgl. Rom. 15, 5 Vgl. Fil. 2, 5 Hij is "de volmaakte mens" 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 38. vert. uit Lat. die ons uitnodigt zijn leerlingen te worden en Hem te volgen: door zich te vernederen heeft Hij ons een voorbeeld gegeven om na te volgen, Vgl. Joh. 13, 15 door zijn gebed wekt Hij in ons het gebed, Vgl. Lc. 11, 1 door zijn armoede roept Hij ons op vrijwillig gebrek en vervolging te aanvaarden. Vgl. Mt. 5, 11-12
Al wat Christus in zijn leven doorstaan heeft, doorleeft Hij, opdat wij het kunnen beleven in Hem en Hij het beleeft in ons. "Door zijn menswording heeft de Zoon van God zich in zekere zin verenigd met iedere mens." 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 22. § 2, vert. uit Lat. Wij zijn slechts geroepen één met Hem te worden; wat Hij in het vlees voor ons en als ons voorbeeld doorgemaakt heeft, daaraan laat Hij ons deel hebben als ledematen van zijn lichaam:
Wij moeten de stadia van het leven en de mysteries van Christus voortzetten en in onszelf vervullen. Wij moeten dikwijls tot Hem bidden dat Hij die mysteries in ons en in heel zijn kerk voltooit en tot vervulling brengt. (...) Want Gods Zoon heeft het voornemen zijn mysteries aan ons mee te delen, ze in heel zijn kerk op een of andere wijze te ontwikkelen en voort te zetten, zowel door de genade die Hij ons wil schenken, als ook door de vruchten die Hij door deze mysteries in ons wil bewerken. En zo wil Hij ze in ons vervullen. H. Johannes Eudes, Tractatus de regno Jesus. Regn., vert. Getijdenboek Lect. II,6,149-150

Document

Naam: CATECHISMUS VAN DE KATHOLIEKE KERK
Soort: Catechismus-Compendium
Datum: 15 augustus 1997
Copyrights: © 1997, Libreria Editrice Vaticana
waarin verwerkt niet officiële aanpassing aan de "editio typica"
Bewerkt: 7 november 2019

Referenties naar dit document

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam