• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Zoon van God is in het Oude Testament een benaming die gegeven wordt aan de engelen, Vgl. Deut. 32, 8. Septuagint Vgl. Job 1, 6 aan het uitverkoren volk, Vgl. Ex. 4, 22 Vgl. Hos. 11, 1 Vgl. Jer. 3, 19 Vgl. Sir. 36, 11 Vgl. Wijsh. 18, 13 aan de kinderen van Israël Vgl. Deut. 14, 1 Vgl. Hos. 2, 1 en aan hun koningen. Vgl. 2 Sam. 7, 14 Vgl. Ps. 82, 6 Deze naam duidt dan op een verwantschap door middel van aanname, die tussen God en zijn schepsel een bijzonder innige relatie tot stand brengt. Wanneer de beloofde koning-Messias "Zoon van God" Vgl. 1 Kron. 17, 13 Vgl. Ps. 2, 7 genoemd wordt, dan houdt dat overeenkomstig de letterlijke betekenis van deze teksten niet noodzakelijkerwijze in dat Hij meer dan menselijk is. Zij die Jezus zo als Messias van Israël hebben aangeduid, hebben misschien niet meer willen zeggen. Vgl. Mt. 27, 54

Dat geldt niet voor Petrus, wanneer hij Jezus belijdt als "de Christus, de Zoon van de levende God" Vgl. Mt. 16, 16 , want deze Jezus antwoordt hem op plechtige wijze: "Niet vlees en bloed hebben u dit geopenbaard, maar mijn Vader die in de hemel is" (Mt. 16, 17). Dienovereenkomstig zal Paulus zeggen met betrekking tot zijn bekering op de weg naar Damascus: "Maar toen Hij die mij vanaf mijn geboorte had uitgekozen en mij riep door zijn genade, besloot zijn Zoon aan mij te openbaren, opdat ik Hem onder de heidenvolken zou verkondigen (...)" (Gal. 1, 15-16). "Terstond begon hij in de synagoge Jezus te prediken en zei: 'Deze is de zoon Gods"' (Hand. 9, 20). Dit zal vanaf het begin Vgl. 1 Tess. 1, 10 het middelpunt zijn van het apostolisch geloof, Vgl. Joh. 20, 31 dat allereerst door Petrus beleden is als het fundament van de Kerk. Vgl. Mt. 16, 18

Als Petrus het transcendente karakter van de goddelijke afstamming van Jezus de Messias heeft kunnen herkennen, dan komt dat omdat deze laatste dat duidelijk te verstaan heeft gegeven. Voor het sanhedrin heeft Jezus op de vraag van zijn aanklagers "Gij zijt dus de Zoon van God?" geantwoord: "Gij hebt het gezegd, dat ben ik" (Lc. 22, 70). Vgl. Mt. 26, 64 Vgl. Mc. 14, 61 Lang tevoren heeft Hij zichzelf al aangeduid als "de Zoon" die de Vader kent, Vgl. Mt. 11, 27 Vgl. Mt. 21, 37-38 als iemand die zich onderscheidt van de "dienaren" die God tevoren aan zijn volk gestuurd heeft, Vgl. Mt. 21, 34-36 en als boven de engelen zelf verheven. Vgl. Mt. 24, 36 Hij heeft een onderscheid gemaakt tussen zijn afstamming en die van zijn leerlingen door nooit te zeggen "Onze Vader" Vgl. Mt. 5, 48 Vgl. Mt. 6, 8 Vgl. Mt. 7, 21 Vgl. Lc. 11, 13 behalve om hun op te dragen: "Gij moet daarom zo bidden: Onze Vader" (Mt. 6, 9); en Hij heeft dit onderscheid onderstreept: "Mijn Vader en uw Vader" (Joh. 20, 17).
De evangelies spreken bij gelegenheid van twee plechtige gebeurtenissen, het doopsel en de gedaanteverandering van Christus, over de stem van de Vader die Hem aanduidt als zijn "welbeminde Zoon". Vgl. Mt. 3, 17 Vgl. Mt. 17, 5 Jezus duidt zichzelf aan als "de eniggeboren Zoon van God" (Joh. 3, 16) en bevestigt daarmee zijn preëxistente van eeuwigheid af. Vgl. Joh. 10, 36 Hij vraagt geloof "in de naam van de eniggeboren Zoon van God" (Joh. 3, 18). Deze christelijke belijdenis is al te horen in de uitroep van de honderdman die ten overstaan van Jezus post had gevat bij het kruis: "Waarlijk, deze mens was Zoon van God" (Mc. 15, 39). Alleen in het paasmysterie kan de gelovige aan de benaming "Zoon van God" haar uiteindelijke draagwijdte geven.
Na zijn verrijzenis komt Christus' goddelijke afstamming in de macht van zijn verheerlijkte menselijke natuur naar voren. "Naar de heilige Geest is Hij aangewezen als Zoon van God door Gods machtige daad, door zijn opstanding uit de doden" (Rom. 1, 4). Vgl. Hand. 13, 33 De apostelen zullen kunnen belijden: "Wij hebben zijn heerlijkheid aanschouwd, zulk een heerlijkheid als de Eniggeborene van de Vader ontvangt, vol genade en waarheid" (Joh. 1, 14).

Document

Naam: CATECHISMUS VAN DE KATHOLIEKE KERK
Soort: Catechismus-Compendium
Datum: 15 augustus 1997
Copyrights: © 1997, Libreria Editrice Vaticana
waarin verwerkt niet officiële aanpassing aan de "editio typica"
Bewerkt: 2 juni 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam