• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Jezus betekent in het Hebreeuws: "Jahwe is redding". Bij de boodschap aan Maria geeft de engel Gabriël Hem als eigennaam de naam Jezus, die tegelijkertijd zijn identiteit en zijn zending tot uitdrukking brengt. Vgl. Lc. 1, 31 Omdat "God alleen zonden kan vergeven" (Mc. 2, 7), is Hij het die in Jezus, zijn eeuwige, mensgeworden Zoon, "zijn volk zal redden uit hun zonden" (Mt. 1, 21). In Jezus vat God zo heel de heilsgeschiedenis ten gunste van de mensen samen.
In de heilsgeschiedenis heeft God zich er niet mee tevreden gesteld Israël te bevrijden "uit het slavenhuis" (Deut. 5, 6) door het uit Egypte te laten vertrekken. Hij redt het nog steeds uit de zonde. Omdat de zonde nog altijd een belediging van God is, Vgl. Ps. 51,6 kan Hij alleen haar vergeven. Vgl. Ps. 51, 12 Daarom zal Israël door zich steeds meer bewust te worden van de universaliteit van de zonde uiteindelijk slechts het heil kunnen zoeken in het aanroepen van God, de Verlosser. Vgl. Ps. 79, 9
De naam Jezus betekent dat de naam van God zelf tegenwoordig is in de persoon van zijn Zoon, Vgl. Hand. 5, 41 Vgl. 3 Joh. 7 die mens geworden is voor de algehele en definitieve verlossing uit de zonde. Het is de goddelijke naam die alleen het heil brengt Vgl. Joh. 3, 5 Vgl. Hand. 2, 21 en die voortaan door allen aangeroepen kan worden, want Hij heeft zich met alle mensen verenigd door de menswording, Vgl. Rom. 10, 6-13 en wel zo dat "er geen andere Naam onder de hemel is waarin wij gered moeten worden" (Hand. 4, 12). Vgl. Hand. 9, 14 Vgl. Jak. 2, 7
De naam van God, de Redder, werd één keer per jaar aangeroepen door de hogepriester voor de verzoening van de zonden van Israël, nadat hij de dekplaat van het heilige der heiligen met offerbloed besprenkeld had. Vgl. Lev. 16, 15.16 Vgl. Sir. 50, 20 Vgl. Heb. 9, 7 De dekplaat was de plaats waar God tegenwoordig was. Vgl. Ex. 25, 22 Vgl. Lev. 16, 2 Vgl. Num. 7, 89 Vgl. Heb. 9, 5 Wanneer de heilige Paulus over Jezus zegt dat "God Hem heeft aangewezen als zoenoffer door zijn bloed" (Rom. 3, 25), dan wil hij hiermee zeggen dat in zijn mensheid "God het was die in Christus de wereld met zich verzoende" (2 Kor. 5, 19).
De verrijzenis van Jezus verheerlijkt de naam van God, de Redder, Vgl. Joh. 12, 28 want voortaan is het Jezus' naam die ten volle de hoogste macht van de "naam die boven alle namen is" (Fil. 2, 9-10), toont. De boze geesten vrezen zijn naam Vgl. Hand. 16, 16-18 Vgl. Hand. 19, 13-16 en de leerlingen van Jezus doen in zijn naam wonderen, Vgl. Mc. 16, 17 want al wat zij de Vader in zijn naam vragen, geeft Hij hun (Joh. 15, 16).

Jezus' naam staat centraal in het christelijk gebed. Alle liturgische gebeden eindigen met de formule "door onze Heer Jezus Christus". Het Weesgegroet heeft zijn hoogtepunt in: "en gezegend is Jezus, de vrucht van uw schoot". Het innerlijk gebed van de oosterse kerk, "Gebed tot Jezus" geheten, zegt: "Jezus Christus, Zoon van God, Heer, ontferm u over mij, zondaar". Talrijke Christenen sterven, zoals de heilige Jeanne d'Arc, met slechts het woord "Jezus" op de lippen. Vgl. Réhabilitation de Jeanne la Pucelle: L'Enquette ordonné par Charles VII en 1450 et le codicielle de Guillaume Bouillé, éd. P. Doncoeur - Y. Lanhers (Paris 1956) blz. 39, 45, 56

Document

Naam: CATECHISMUS VAN DE KATHOLIEKE KERK
Soort: Catechismus-Compendium
Datum: 15 augustus 1997
Copyrights: © 1997, Libreria Editrice Vaticana
waarin verwerkt niet officiële aanpassing aan de "editio typica"
Bewerkt: 2 juni 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam