• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
In de schepping van de wereld en van de mens heeft God het eerste, universeel getuigenis afgelegd van zijn almachtige liefde en wijsheid, de eerste aankondiging van zijn "liefdevol heilsplan" dat zijn doel vindt in de nieuwe schepping in Christus.
Hoewel het werk van de schepping in het bijzonder aan de Vader wordt toegeschreven, is het evenzeer een geloofswaarheid dat de Vader, de Zoon en de heilige Geest het éne, ondeelbare beginsel van de schepping zijn.
God alleen heeft in vrijheid, direct en zonder enige hulp het heelal geschapen.

Geen enkel schepsel heeft de oneindige macht die noodzakelijk is om "te scheppen", in de ware betekenis van het woord, d.w.z. het zijn voort te brengen en dit te geven aan wie het in het geheel niet bezat ("uit het niet" tot het bestaan te roepen). Congregatie voor de Studies, Decreet, Goedkeuring van enkele stellingen in de leer van Sint-Thomas van Aquino en voorgelegd aan de leraren in de wijsbegeerte (27 juli 1914), 24. DH 3624

God heeft de wereld geschapen om zijn heerlijkheid te manifesteren en mee te delen. Dat zijn schepselen deel hebben aan zijn waarheid, goedheid en schoonheid: dàt is de heerlijkheid waartoe God hen geschapen heeft.
God, die het heelal geschapen heeft, laat dit voortbestaan door zijn Woord, de Zoon "die alles in stand houdt door zijn machtig woord", (Heb. 1, 3) en door zijn scheppende Geest die het leven geeft.
De goddelijke voorzienigheid bestaat uit de beschikkingen waardoor God met wijsheid en liefde al de schepselen naar hun uiteindelijk doel leidt.
Christus nodigt ons uit ons als kinderen over te geven aan de voorzienigheid van onze hemelse Vader Vgl. Mt. 6, 25-34 en de apostel Petrus herhaalt: "Schuift alle zorgen op Hem af, want Hij heeft zorg voor u" (1 Petr. 5, 7). Vgl. Ps. 55, 23
De goddelijke voorzienigheid is ook werkzaam in het handelen van de schepselen. God geeft aan de menselijke wezens de mogelijkheid in vrijheid mee te werken aan zijn heilsbeschikkingen.
Het feit dat God het fysieke kwaad en het morele kwaad toelaat, is een mysterie dat God opheldert door zijn Zoon, Jezus Christus, gestorven en verrezen om het kwaad te overwinnen. Het geloof schenkt ons de zekerheid dat God nooit het kwaad zou toelaten, als Hij niet het goede uit het kwaad zelf zou laten voortkomen, langs wegen die wij pas in het eeuwige leven ten volle zullen kennen.

Document

Naam: CATECHISMUS VAN DE KATHOLIEKE KERK
Soort: Catechismus-Compendium
Datum: 15 augustus 1997
Copyrights: © 1997, Libreria Editrice Vaticana
waarin verwerkt niet officiële aanpassing aan de "editio typica"
Bewerkt: 2 juni 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam