• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
God schept in wijsheid en liefde.

Wij geloven dat God de wereld heeft geschapen overeenkomstig zijn wijsheid. Vgl. Wijsh. 9, 9 Ze is niet het product van een of andere noodzaak, van een blind lot of van het toeval. Wij geloven dat ze voortkomt uit de vrije wilsbeschikking van God, die de schepselen heeft willen laten delen in zijn wezen, wijsheid en goedheid. "Want Gij hebt het heelal geschapen: door uw wil ontstond het en werd het gemaakt" (Openb. 4, 11). "Hoeveel is het wat Gij gedaan hebt, Heer, en alles in wijsheid gemaakt" (Ps. 104, 24). "De Heer is bezorgd voor iedere mens, barmhartig voor al wat Hij maakte" (Ps. 145, 9).

God schept "uit het niet"
Wij geloven dat God geen behoefte heeft aan iets wat tevoren al bestond, noch aan enige hulp om te scheppen. Vgl. 1e Vaticaans Concilie, 3e Zitting - Dogmatische Constitutie over het Katholieke Geloof, Dei Filius (24 apr 1870), 24 De schepping is evenmin een noodzakelijk voortvloeisel (emanatie) van de goddelijke substantie. Vgl. 1e Vaticaans Concilie, 3e Zitting - Dogmatische Constitutie over het Katholieke Geloof, Dei Filius (24 apr 1870), 25.26 God schept in vrijheid "uit het niet". Vgl. 4e Concilie van Lateranen, Hfd 1. Over het Katholieke geloof, Caput 1: De fide catholica (11 nov 1215), 1 Vgl. 1e Vaticaans Concilie, 3e Zitting - Dogmatische Constitutie over het Katholieke Geloof, Dei Filius (24 apr 1870), 27
Wat voor buitengewoons zou het geweest zijn, als God de wereld had geschapen uit materie die tevoren bestond? Als men een menselijk vakman materiaal geeft, dan maakt hij daarvan wat hij maar wil. Gods macht wordt echter hierin zichtbaar dat Hij uit het niet schept wat Hij maar wil. H. Theofilus van Antiochië, Ad Autolycum. 2,4, vert. uit Gr.
De Schrift getuigt van het geloof in de schepping "uit het niet" als een waarheid vol belofte en hoop. Zo moedigt de moeder haar zeven zonen aan tot het martelaarschap:
Ik weet niet hoe jullie in mijn schoot gevormd zijn; niet ik heb jullie de levensadem geschonken, niet ik heb de bestanddelen waaruit ieder van jullie bestaat, tot een harmonisch geheel geordend, maar de Schepper van de wereld: Hij bewerkt het ontstaan van de mens, zoals Hij van alles de oorsprong is. Hij zal jullie in zijn barmhartigheid de levensadem teruggeven, omdat jullie omwille van zijn wet jezelf nu niet spaart (...). Ik smeek je, mijn kind, beschouw de hemel en de aarde met al wat ze bevatten en bedenk dat God dit alles uit het niet gemaakt heeft en dat ook het menselijk geslacht op dezelfde wijze is ontstaan (2 Makk. 7, 22-23.28).
Aangezien God uit het niet kan scheppen, kan Hij ook door de heilige Geest het leven van de ziel geven aan de zondaars door in hen een zuiver hart te scheppen Vgl. Ps. 51, 12 en het leven van het lichaam aan de gestorvenen door de verrijzenis, Hij "die de doden levend maakt en wat niet bestaat in het aanzijn roept" (Rom. 4, 17). En aangezien Hij door zijn woord het licht in de duisternis heeft kunnen laten schijnen, Vgl. Gen. 1, 3 kan Hij ook het licht van het geloof geven aan hen die het niet kennen. Vgl. 2 Kor. 4, 6
God schept een geordende en goede wereld
Als God met wijsheid schept, dan is de schepping geordend: "Maar Gij hebt alles naar maat en getal en gewicht geordend" (Wijsh. 11, 20). Geschapen in en door het eeuwig Woord, "beeld van de onzichtbare God" (Kol. 1, 15), is ze bestemd voor en gericht op de mens als beeld van God, Vgl. Gen. 1, 26 zelf geroepen tot een persoonlijke band met God. Ons verstand kan, omdat het deel heeft aan het licht van het goddelijk intellect, begrijpen wat God ons zegt door zijn schepping, Vgl. Ps. 19, 2-5 maar enkel met een grote inspanning en in een geest van nederigheid en respect ten opzichte van de Schepper en zijn werk. Vgl. Job 42, 3 Voortgekomen uit de goddelijke goedheid heeft de schepping deel aan deze goedheid "En God zag dat het goed was (...) zeer goed was" (Gen. 1, 4.10.12.18.21.31) . De schepping is immers door God gewild als een geschenk aan de mens, als een erfenis die voor hem is bestemd en aan hem is toevertrouwd. De kerk heeft herhaaldelijk moeten verdedigen dat de schepping, de materiële wereld inbegrepen, van nature goed is. Vgl. H. Paus Leo I de Grote, Aan Bisschop Turribius van Astorga, Quam laudabiliter (21 juli 447). DS 286 Vgl. 1e Concilie van Braga, Anathematismi praesertim contra Priscilianistas. DS 455-463 Vgl. 4e Concilie van Lateranen, Hfd 1. Over het Katholieke geloof, Caput 1: De fide catholica (11 nov 1215), 1 Vgl. Concilie van Florence, Decreet, Decretum pro Jacobitis. DS 1333 Vgl. 1e Vaticaans Concilie, 3e Zitting - Dogmatische Constitutie over het Katholieke Geloof, Dei Filius (24 apr 1870), 3
God overtreft de schepping en Hij is erin tegenwoordig
God is oneindig veel groter dan al zijn werken. Vgl. Sir. 43, 28 "Hoger dan de hemel reikt uw majesteit" (Ps. 8, 2), "zijn grootheid is niet te doorgronden" (Ps. 145, 3). Maar omdat Hij de hoogste en vrije Schepper is, eerste oorzaak van al wat bestaat, is Hij in het diepste innerlijk van zijn schepselen aanwezig. "Want door Hem hebben wij het leven, het bewegen en het zijn" (Hand. 17, 28). Volgens de woorden van de heilige Augustinus is Hij "dieper dan mijn diepste innerlijk en hoger dan het hoogste van mij". H. Augustinus, Belijdenissen, Confessiones. 3,6,11. vert uit Lat.
God houdt de schepping in stand en draagt haar
Bij de schepping laat God zijn schepsel niet aan zichzelf over. Hij geeft het niet alleen het zijn en het bestaan, maar Hij houdt het ook in stand op elk ogenblik van zijn bestaan. Hij geeft het de mogelijkheid om te handelen en brengt het naar zijn doel. Het erkennen van onze volledige afhankelijkheid van de Schepper is een bron van wijsheid en vrijheid, van vreugde en vertrouwen.
Want alles wat bestaat hebt Gij lief en Gij verafschuwt niets van wat Gij gemaakt hebt; ja, als Gij iets gehaat hadt, zoudt Gij het niet geschapen hebben. En hoe zou iets in stand zijn gebleven, als Gij het niet gewild hadt, of hoe zou iets behouden zijn, dat door U niet was geroepen? Gij spaart echter alles, omdat het van U is, Gij Heer, die al wat leeft bemint (Wijsh. 11, 24-26).

Document

Naam: CATECHISMUS VAN DE KATHOLIEKE KERK
Soort: Catechismus-Compendium
Datum: 15 augustus 1997
Copyrights: © 1997, Libreria Editrice Vaticana
waarin verwerkt niet officiële aanpassing aan de "editio typica"
Bewerkt: 18 september 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam