• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
De reden van de missie. De Kerk heeft altijd al aan de liefde van God voor alle mensen de verplichting en de kracht van haar missionaire bezieling ontleend: "Want de liefde van Christus laat ons geen rust (...)" (2 Kor. 5, 14). Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over het lekenapostolaat, Apostolicam Actuositatem (18 nov 1965), 6 Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Over de blijvende geldigheid van de missie-opdracht, Redemptoris Missio (7 dec 1990), 11 Immers, "God wil dat alle mensen gered worden en tot de kennis van de waarheid komen" (1 Tim. 2, 4), God wil het heil van allen door middel van de kennis van de waarheid. Het heil is gelegen in de waarheid, Zij die aan de beweging van de Geest gehoor geven, bevinden zich reeds op de weg van het heil; maar de Kerk, waaraan deze waarheid is toevertrouwd, moet aan hun verlangen tegemoet komen om hun die te brengen. Omdat zij in een universeel heilsplan gelooft, moet zij missionair zijn.

Alinea's in de marge van alinea 851

De heilige Johannes zal nog verder gaan, wanneer hij zegt: "God is liefde" (1 Joh. 4, 8.16): het wezen zelf van God is liefde. Door in de volheid der tijden zijn enige Zoon en Geest van liefde te zenden openbaart God zijn diepste geheim: Vgl. 1 Kor. 2, 7-16 Vgl. Ef. 3, 9-12 Hijzelf is een eeuwige uitwisseling van liefde: Vader, Zoon en heilige Geest, en Hij heeft ons voorbestemd eraan deel te hebben.
Het is uit deze op liefde gebaseerde kennis van Christus dat het verlangen voortkomt Hem te verkondigen, te "evangeliseren", en anderen te brengen tot het "ja" van het geloof in Jezus Christus. Maar tegelijkertijd doet zich de behoefte ja gevoelen dit geloof steeds beter te leren kennen. Hiertoe zullen allereerst de belangrijkste benamingen waarmee Jezus aangesproken wordt, vermeld worden, in overeenstemming met de volgorde van de geloofsbelijdenis: Christus, Zoon van God, Heer (artikel 2). De geloofsbelijdenis belijdt vervolgens de belangrijkste geheimen van het leven van Christus: die van zijn menswording (artikel 3), die van zijn Pasen (artikel 4 en artikel 5) , en tenslotte die van zijn verheerlijking (artikel 6 en artikel 7) .

God "wil dat alle mensen gered worden en tot de kennis van de waarheid" d.w.z. van Jezus Christus, "komen" (1 Tim. 2, 4). Vgl. Joh. 14, 6 Christus moet derhalve aan alle volken en alle mensen verkondigd worden en zo moet de openbaring de uiteinden der aarde bereiken.

"God beschikte in zijn overgrote welwillendheid dat, wat Hij tot heil van alle volken geopenbaard had, tot in eeuwigheid ongerept zou blijven en aan alle geslachten doorgegeven zou worden." 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Goddelijke openbaring, Dei Verbum (18 nov 1965), 7. vert. uit Lat.
God is ook waarheidsgetrouw wanneer Hij zich openbaart: het onderricht dat van God komt, is "de ware leer" (Mal. 2, 6). Wanneer Hij zijn Zoon in de wereld zal zenden, dan zal dat zijn "om getuigenis af te leggen van de waarheid" (Joh. 18, 37). "Wij weten dat de Zoon van God gekomen is, en ons inzicht gegeven heeft om de waarachtige God te kennen" (1 Joh. 5, 20). Vgl. Joh. 17, 3
De sociale plicht tot godsdienstigheid en het recht op godsdienstvrijheid
"Alle mensen zijn ertoe gehouden de waarheid, vooral wanneer deze betrekking heeft op God en op zijn kerk, te zoeken en haar, zodra zij haar kennen, aan te nemen en te bewaren". 2e Vaticaans Concilie, Verklaring, Over de godsdienstvrijheid - Het recht van de persoon en van de gemeenschappen op sociale en burgerlijke vrijheid in godsdienstige aangelegenheden, Dignitatis Humanae (7 dec 1965), 1 Deze plicht vloeit voort uit "de natuur van de mens zelf". 2e Vaticaans Concilie, Verklaring, Over de godsdienstvrijheid - Het recht van de persoon en van de gemeenschappen op sociale en burgerlijke vrijheid in godsdienstige aangelegenheden, Dignitatis Humanae (7 dec 1965), 2 Dit is niet in strijd met een "waarachtige eerbied" voor de verscheidene godsdiensten "die toch niet zelden een straal weerspiegelen van die Waarheid, welke alle mensen verlicht", 2e Vaticaans Concilie, Verklaring, Over de houding van de Kerk tegenover niet-christelijke godsdiensten, Nostra Aetate (28 okt 1965), 2 noch met de plicht van naastenliefde die de christen aanspoort "om met liefde, voorzichtigheid en geduld om te gaan met de mensen die in dwaling leven of onwetend zijn omtrent het geloof". 2e Vaticaans Concilie, Verklaring, Over de godsdienstvrijheid - Het recht van de persoon en van de gemeenschappen op sociale en burgerlijke vrijheid in godsdienstige aangelegenheden, Dignitatis Humanae (7 dec 1965), 14
De zending van het leergezag is verbonden met het definitieve karakter van het verbond dat door God in Christus met zijn volk aangegaan is; dit leergezag moet het beschermen tegen afwijkingen en tekortkomingen en het de objectieve mogelijkheid geven zonder dwaling het authentieke geloof te belijden. De pastorale taak van het leergezag houdt derhalve onder meer in erop toe te zien dat het volk van God blijft in de waarheid die bevrijdt. Om dit dienstwerk te vervullen heeft Christus de herders begiftigd met het charisma van de onfeilbaarheid inzake geloof en zeden. Dit charisma kan op verschillende manieren uitgeoefend worden:

Document

Naam: CATECHISMUS VAN DE KATHOLIEKE KERK
Soort: Catechismus-Compendium
Datum: 15 augustus 1997
Copyrights: © 1997, Libreria Editrice Vaticana
waarin verwerkt niet officiële aanpassing aan de "editio typica"
Bewerkt: 10 juli 2021

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam