• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
De kenmerken van het volk van God
Het volk van God heeft bepaalde kenmerken die het duidelijk onderscheiden van alle religieuze, etnische, politieke of culturele groeperingen in de geschiedenis:
  • Het is het volk van God: God hoort eigenlijk tot geen enkel volk, maar Hij heeft zich een volk verworven uit hen die vroeger geen volk vormden: "een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilige natie" (1 Pt. 2, 9).
  • Men wordt lid van dit volk niet door een lichamelijke geboorte, maar door "wedergeboorte", "uit water en geest" (Joh. 3, 3-5), d.w.z. door het geloof in Christus en het doopsel.
  • Dit volk heeft als Hoofd Jezus Christus (Gezalfde, Messias): omdat dezelfde zalving, de heilige Geest, zich vanuit het Hoofd in het lichaam verspreidt, is het "het messiaans volk".
  • "De toestand van dit volk is de waardigheid van de vrijheid van de kinderen van God, in wier harten de heilige Geest woont als in een tempel".
  • Zijn wet is het nieuwe gebod lief te hebben, zoals Christus zelf ons heeft liefgehad. Vgl. Joh. 13, 34 Dit is de "nieuwe" wet van de heilige Geest" Vgl. Rom. 8, 2 Vgl. Gal. 5, 25 .
  • Zijn zending is het zout der aarde en licht der wereld te zijn. Vgl. Mt. 5, 13-16 "Het is voor heel de mensheid een zeer krachtige kiem van eenheid, hoop en heil". 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 9. vert. uit Lat.
  • Zijn bestemming is tenslotte "het koninkrijk Gods. Het rijk dat door God zelf op aarde begonnen is en steeds verder verbreid moet worden, totdat het op het einde der tijden ook door Hem zelf voltooid wordt". 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 9. vert. uit Lat.

Alinea's in de marge van alinea 782

"Christengelovigen zijn zij die, door het Doopsel in Christus ingelijfd, tot volk van God zijn gemaakt, en aldus het priesterlijke, profetische en koninklijke ambt van Christus op hun wijze deelachtig, ieder volgens zijn eigen plaats, geroepen worden de zending uit te voeren die God aan de kerk ter vervulling in de wereld toevertrouwd heeft". Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 204. § 1 Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 31

Wanneer wij zeggen "onze" Vader, erkennen wij in eerste instantie dat al zijn beloften van liefde zoals ze door de profeten zijn aangekondigd, in het nieuwe en eeuwige verbond vervuld zijn in Christus: wij zijn "zijn" volk geworden en Hij is voortaan "onze" God. Door deze nieuwe verbintenis, die zonder enige verdienste werd aangeboden, horen wij bij elkaar: door liefde en trouw Vgl. Hos. 2, 21-22 Vgl. Hos. 6, 1-6 moeten wij beantwoorden aan "de genade en de waarheid" die ons gegeven werden in Jezus Christus (Joh. 1, 17).

Ingelijfd in de Kerk, het lichaam van Christus
Door het Doopsel zijn wij ledematen van het lichaam van Christus geworden. "Daarom (...) zijn wij elkanders ledematen" (Ef. 4, 25). Door het Doopsel worden wij in de Kerk ingelijfd. Uit de doopvont wordt het ene Volk van God van het Nieuwe Verbond geboren, dat alle natuurlijke of menselijke grenzen van de volken, culturen, rassen en geslachten overschrijdt: "Wij zijn immers in de kracht van een en dezelfde Geest door de doop ��n enkel lichaam geworden" (1 Kor. 12, 13).
De zalving. De symboliek van de zalving met olie is eveneens kenmerkend voor de heilige Geest, zelfs zó dat zalving en heilige Geest synoniem geworden zijn. Vgl. 1 Joh. 2, 20.27 Vgl. 2 Kor. 1, 21 Bij de christelijke initiatie is de zalving het sacramentele teken van het vormsel. In de Oosterse Kerken wordt ze daarom terecht "chrismatie" genoemd. Men moet echter teruggaan naar de eerste zalving die de heilige Geest verricht heeft, om de hele kracht ervan te kunnen begrijpen: de zalving van Jezus. Christus ("Messias" in het Hebreeuws) betekent "gezalfd" met de Geest van God. In het Oude Verbond zijn er "gezalfden" van de Heer geweest. Vgl. Ex. 30, 22-32 Onder hen was koning David, de gezalfde uitstek Vgl. 1 Sam. 16, 13 Maar Jezus is op een unieke manier de gezalfde van God: de menselijke natuur die de Zoon aanneemt, is in haar geheel "gezalfd met de heilige Geest". Jezus is "Christus" geworden door de heilige Geest. Vgl. Lc. 4, 18-19 Vgl. Jes. 61, 1 De maagd Maria ontvangt Christus van de heilige Geest. Bij zijn geboorte kondigt de heilige Geest, door de engel, Hem aan als Christus Vgl. Lc. 2, 11 en zet Hij Simeon ertoe aan naar de tempel te komen om de Gezalfde van de Heer te zien; Vgl. Lc. 2, 26-27 Hij is het die Christus vervult Vgl. Lc. 4, 1 en zijn kracht is het die van Christus uitgaat als Hij genezingen verricht en heil brengt. Vgl. Lc. 6, 19 Vgl. Lc. 8, 46 Hij is het tenslotte die Jezus uit de doden opwekt. Vgl. Rom. 1, 4 Vgl. Rom. 8, 11 Dan stort Jezus, ten volle tot "Christus" aangesteld in zijn menselijke natuur die over de dood gezegevierd heeft, Vgl. Hand. 2, 36 de heilige Geest in overvloed uit, totdat "de heiligen" in vereniging met het mens-zijn van Gods Zoon, "tezamen komen (...) tot de volmaakte Man, tot de gehele omvang van de volheid van de Christus" (Ef. 4, 13): "de gehele Christus", om een uitdrukking van de heilige Augustinus te gebruiken. H. Augustinus, Sermones. 341, 1, 1. 9, 11

Bevrijding en heil. Door zijn glorierijk kruis heeft Christus het heil verkregen voor alle mensen. Hij heeft hen vrijgekocht van de zonde die hen in slavernij gevangen hield. "Voor de vrijheid heeft Christus ons vrijgemaakt" (Gal. 5, 1). In Hem delen wij in "de waarheid die ons vrij maakt" (Joh. 8, 32). De Heilige Geest is ons geschonken en, zoals de apostel leert, "waar de Geest is, daar is de vrijheid" (2 Kor. 3, 17). Vanaf nu roemen wij op de "vrijheid van de kinderen Gods" (Rom. 8, 21).

De nieuwe wet wordt een wet van liefde genoemd, omdat ze daden doet stellen vanuit de liefde die door de heilige Geest wordt ingestort, eerder dan uit vrees; een wet van genade , omdat ze de genade en de kracht geeft om te handelen door middel van het geloof en de sacramenten; een wet van vrijheid Vgl. Jak. 1,25 Vgl. Jak. 2,12 omdat ze ons bevrijdt van de rituele en juridische verplichtingen van de oude wet en ons aanzet om spontaan onder impuls van de liefde te handelen. Zij doet ons tenslotte overgaan van de staat van dienaar "die niet weet wat zijn Meester doet" naar de staat van vriend van Christus, want "Ik heb u alles meegedeeld wat ik van de Vader heb gehoord" (Joh. 15,15) of ook tot de staat van erfgenaam. Vgl. Gal. 4,1-7.21-31 Vgl. Rom. 8,15

De missie - een vereiste voor de katholiciteit van de Kerk
De missionaire opdracht. "Door God tot de volken gezonden om het universeel sacrament van het heil te zijn, streeft de Kerk ernaar, krachtens de diepste eisen van haar eigen katholiciteit en in gehoorzaamheid aan de opdracht van haar Stichter, het Evangelie te verkondigen aan alle mensen". 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de missie-activiteit van de Kerk, Ad Gentes Divinitus (7 dec 1965), 1. vert. uit Lat. "Gaat dus en maakt alle volkeren tot mijn leerlingen en doopt hen in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest en leert hun te onderhouden alles wat Ik u bevolen heb, Zie, Ik ben met u alle dagen tot aan de voleinding der wereld" (Mt. 28, 19-20).
De Kerk - voltooid in heerlijkheid
"De Kerk (...) zal slechts in de hemelse heerlijkheid voltooid worden", 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 48 bij de glorievolle komst van Christus. Tot die dag "gaat de kerk voort op haar pelgrimstocht door de vervolgingen van de wereld en de vertroostingen van God heen". H. Augustinus, Over de Stad Gods, De Civitate Dei. 18,51 Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 8 Hier beneden weet zij zich in ballingschap, ver van de Heer, Vgl. 2 Kor. 5, 6 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 6 en zij verlangt naar de komst in volheid van het koninkrijk, "het uur waarop zij in heerlijkheid met haar koning verenigd wordt". 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 5 De glorievolle voltooiing van de kerk en door haar van de wereld zal niet zonder zware beproevingen tot stand komen. Dan pas "zullen alle rechtvaardigen (...), te beginnen met Adam, 'vanaf Abel, de rechtvaardige, tot de laatste uitverkorene toe', in de universele kerk bij de Vader verzameld worden". 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 2. vert. uit Lat.

Document

Naam: CATECHISMUS VAN DE KATHOLIEKE KERK
Soort: Catechismus-Compendium
Datum: 15 augustus 1997
Copyrights: © 1997, Libreria Editrice Vaticana
waarin verwerkt niet officiële aanpassing aan de "editio typica"
Bewerkt: 30 maart 2020

Referenties naar dit document

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam