• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
De Kerk - tegelijkertijd zichtbaar en geestelijk

"De enige Middelaar, Christus, heeft zijn heilige kerk, gemeenschap van geloof, hoop en liefde, hier op aarde gevestigd als een zichtbaar geheel, dat Hij voortdurend ondersteunt en waardoor Hij aan allen genade en waarheid meedeelt". 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 8 De Kerk is tegelijkertijd:

  • "een gemeenschap met een hiërarchische structuur en het mystiek lichaam van Christus;
  • een zichtbare vergadering en een geestelijke gemeenschap;
  • een aardse Kerk en een met hemelse gaven bedeelde kerk".

Deze dimensies vormen tezamen "één complexe werkelijkheid, samengesteld een uit een menselijk en een goddelijk element": 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 8

Het is eigen aan de Kerk tegelijk menselijk en goddelijk te zijn, zichtbaar, maar rijk aan onzichtbare werkelijkheden, opgaande in het werk en gewijd aan de beschouwing, in de wereld aanwezig en toch op pelgrimstocht, en wel zo dat in haar het menselijke in ondergeschiktheid gericht is op het goddelijke, het zichtbare op het onzichtbare; het werken op het beschouwen, het heden op de toekomstige stad waarnaar wij zoeken. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de heilige liturgie, Sacrosanctum Concilium (4 dec 1963), 2

Deemoed! Verhevenheid! Zowel tent van Cedar als heiligdom van God; zowel aardse woning als hemels paleis; zowel huis van klei als koninklijk hof; zowel lichaam van de dood als tempel van licht; tenslotte zowel voorwerp van verachting voor de hoogmoedigen als bruid van Christus! Zij is zwart van het stof, maar mooi, dochter van Jeruzalem, hoewel vermoeidheid en smart van de lange ballingschap haar bleek gemaakt hebben, siert haar toch een hemelse schoonheid. H. Bernardus van Clairvaux, Homilies over het Hooglied, Sermones in Canticum Canticorum. 27,14, vert. uit Lat.

Alinea's in de marge van alinea 771

"Terwijl Christus echter "heilig, schuldeloos en onbesmet is, geen zonde heeft gekend, maar alleen de zonden van het volk kwam uitboeten, heeft de kerk zondaars in haar midden; zij is tegelijkertijd heilig en tot uitzuivering geroepen en streeft voortdurend boetedoening en vernieuwing na". 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 8. vert. uit Lat. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de oecumene, Unitatis Redintegratio (21 nov 1964), 3.6 Alle leden van de Kerk, met inbegrip van haar bedienaren, moeten erkennen dat zij zondaars zijn. Vgl. 1 Joh. 1, 8-10 In allen bevindt het onkruid van de zonde zich nog onder de tarwe van het Evangelie, tot het einde der tijden. Vgl. Mt. 13, 24-30 De Kerk brengt dus zondaars bijeen die door het heil van Christus gegrepen zijn, maar die nog altijd op weg zijn naar heiliging.
De Kerk is dus heilig, ook al bergt zij in haar schoot zondaars; want zelf kent zij geen enkel ander leven dan dat van de genade; als haar leden waarlijk hierdoor gevoed worden, dan worden zij hierdoor geheiligd; als zij zich hieraan echter onttrekken, dan vervallen zij tot zonden en lopen zij een bezoedeling van de ziel op die haar heiligheid belemmert. Daarom lijdt de Kerk onder deze zonden en doet zij boete hiervoor, terwijl ze tegelijkertijd de macht heeft haar kinderen door het bloed van Christus en de gave van de heilige Geest hiervan te bevrijden. H. Paus Paulus VI, Motu Proprio, Sollemnis Professio Fidei - Ter afsluiting van het jaar van het geloof, Solemni hac liturgia - Credo van het Volk van God (30 juni 1968), 19. vert. uit Lat.

Een gemeenschap is een groep personen die op organische wijze met elkaar ver bonden zijn door een eenheidsprincipe dat elk van hen overstijgt. Een dergelijke gemeenschap, die zowel zichtbaar als geestelijk is, duurt voort in de tijd: ze neemt het verleden op en bereidt de toekomst voor. Door haar wordt elke mens "erfgenaam", ontvangt hij "talenten" die zijn identiteit verrijken en waarvan hij de vruchten moet laten gedijen. Vgl. Lc. 19, 13.15 Terecht is iedereen verplicht zich in te zetten voor de gemeenschap waarvan hij deel uitmaakt, en tevens moet hij de gezagdragers respecteren die verantwoordelijk zijn voor het gemeenschappelijk welzijn.

De drie staten van de Kerk. "Totdat daarom de Heer komt in zijn heerlijkheid en vergezeld van al zijn engelen en totdat de dood vernietigd is en alles aan Hem is onderworpen, zijn sommigen van zijn leerlingen hier op aarde op pelgrimstocht, worden anderen, nadat zij gestorven zijn, gelouterd en weer anderen verheerlijkt en zien zij in volle klaarheid de drie-ene God, zoals Hij is". 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 49. vert. uit Lat.
Maar allen echter leven wij, hoewel in verschillende gradaties en op verschillende wijze, in de gemeenschap van dezelfde liefde tot God en de naaste, en wij zingen hetzelfde loflied tot onze God. Immers, allen die van Christus zijn, vormen één Kerk, omdat zij zijn Geest hebben, en zijn in Hem met elkaar verbonden. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 49. vert. uit Lat.

Document

Naam: CATECHISMUS VAN DE KATHOLIEKE KERK
Soort: Catechismus-Compendium
Datum: 15 augustus 1997
Copyrights: © 1997, Libreria Editrice Vaticana
waarin verwerkt niet officiële aanpassing aan de "editio typica"
Bewerkt: 11 oktober 2021

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam