• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Christus Jezus
De zending van de Zoon en de heilige Geest in de volheid van de tijd ligt volledig vervat in het feit dat de Zoon vanaf zijn menswording de door de Geest van de Vader Gezalfde is: Jezus is de Christus, de Messias.

Heel het tweede hoofdstuk van de geloofsbelijdenis dient in dit licht gelezen te worden. Heel het werk van Christus is een gezamenlijke zending van de Zoon en de heilige Geest. Hier zij alleen vermeld wat betrekking heeft op de belofte van Jezus de heilige Geest te zenden en op de gave van diezelfde Geest door de verheerlijkte Heer.

Alinea's in de marge van alinea 727

De Messiaanse zalving van Jezus toont zijn goddelijke zending. "Dit geeft trouwens zijn naam zelf al aan. Want in de naam van Christus hoort men drieërlei: Hij die Hem gezalfd heeft, Hij die gezalfd is, en de zalving zelf waarmee Hij gezalfd is: de Vader heeft immers gezalfd, maar de Zoon is gezalfd in de Geest die de zalving is". H. Ireneüs van Lyon, Tegen de ketters, Adversus Haereses. 3,18,3, vert. uit Lat. Zijn eeuwige Messiaanse zalving heeft zich tijdens zijn aardse leven geopenbaard bij zijn doopsel door Johannes, toen "God Hem gezalfd heeft met de heilige Geest en met macht" (Hand. 10, 38), "opdat Hij aan Israël geopenbaard zou worden" (Joh. 1, 31) als zijn Messias. Zijn werken en woorden zullen Hem doen kennen als "de Heilige Gods" Vgl. Mc. 1, 24 Vgl. Joh. 6, 69 Vgl. Hand. 3, 14 .
De zalving. De symboliek van de zalving met olie is eveneens kenmerkend voor de heilige Geest, zelfs zó dat zalving en heilige Geest synoniem geworden zijn. Vgl. 1 Joh. 2, 20.27 Vgl. 2 Kor. 1, 21 Bij de christelijke initiatie is de zalving het sacramentele teken van het vormsel. In de Oosterse Kerken wordt ze daarom terecht "chrismatie" genoemd. Men moet echter teruggaan naar de eerste zalving die de heilige Geest verricht heeft, om de hele kracht ervan te kunnen begrijpen: de zalving van Jezus. Christus ("Messias" in het Hebreeuws) betekent "gezalfd" met de Geest van God. In het Oude Verbond zijn er "gezalfden" van de Heer geweest. Vgl. Ex. 30, 22-32 Onder hen was koning David, de gezalfde uitstek Vgl. 1 Sam. 16, 13 Maar Jezus is op een unieke manier de gezalfde van God: de menselijke natuur die de Zoon aanneemt, is in haar geheel "gezalfd met de heilige Geest". Jezus is "Christus" geworden door de heilige Geest. Vgl. Lc. 4, 18-19 Vgl. Jes. 61, 1 De maagd Maria ontvangt Christus van de heilige Geest. Bij zijn geboorte kondigt de heilige Geest, door de engel, Hem aan als Christus Vgl. Lc. 2, 11 en zet Hij Simeon ertoe aan naar de tempel te komen om de Gezalfde van de Heer te zien; Vgl. Lc. 2, 26-27 Hij is het die Christus vervult Vgl. Lc. 4, 1 en zijn kracht is het die van Christus uitgaat als Hij genezingen verricht en heil brengt. Vgl. Lc. 6, 19 Vgl. Lc. 8, 46 Hij is het tenslotte die Jezus uit de doden opwekt. Vgl. Rom. 1, 4 Vgl. Rom. 8, 11 Dan stort Jezus, ten volle tot "Christus" aangesteld in zijn menselijke natuur die over de dood gezegevierd heeft, Vgl. Hand. 2, 36 de heilige Geest in overvloed uit, totdat "de heiligen" in vereniging met het mens-zijn van Gods Zoon, "tezamen komen (...) tot de volmaakte Man, tot de gehele omvang van de volheid van de Christus" (Ef. 4, 13): "de gehele Christus", om een uitdrukking van de heilige Augustinus te gebruiken. H. Augustinus, Sermones. 341, 1, 1. 9, 11
Met het doopsel aanvaardt en begint Jezus zijn zending als lijdende Dienaar. Hij laat zich bij de zondaars rekenen. Vgl. Jes. 53, 12 Hij is al "het Lam Gods dat de zonde van de wereld wegneemt" (Joh. 1, 29). Hij loopt al vooruit op het "doopsel" van zijn bloedige dood. Vgl. Mc. 10, 38 Vgl. Lc. 12, 50 Hij komt reeds "de gerechtigheid volledig vervullen" (Mt. 3, 15), d.w.z. Hij onderwerpt zich geheel aan de wil van zijn Vader: uit liefde stemt Hij in met dit doopsel van de dood tot vergeving van onze zonden. Vgl. Mt. 26, 39 Op deze aanvaarding antwoordt de stem van de Vader die heel zijn welbehagen vindt in zijn Zoon. Vgl. Lc. 3, 22 Vgl. Jes. 42, 1 De Geest die Jezus vanaf zijn ontvangenis in volheid bezit, komt op Hem "rusten" Vgl. Joh. 1, 32-33 Vgl. Jes. 11, 2 Hij zal voor heel de mensheid de bron van deze Geest zijn. Bij zijn doop "ging de hemel open" (Mt. 3, 16), die de zonde van Adam gesloten had; en het water wordt door de afdaling van Jezus en de Geest geheiligd, een begin van de nieuwe schepping.

Document

Naam: CATECHISMUS VAN DE KATHOLIEKE KERK
Soort: Catechismus-Compendium
Datum: 15 augustus 1997
Copyrights: © 1997, Libreria Editrice Vaticana
waarin verwerkt niet officiële aanpassing aan de "editio typica"
Bewerkt: 7 november 2019

Referenties naar dit document

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam