• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
De Zoon van God "die uit de hemel is neergedaald, niet om zijn eigen wil te doen, maar die van de Vader die Hem gezonden heeft" Vgl. Joh. 6, 38 , "zegt, als Hij in de wereld komt: (...) Hier ben Ik (...) Ik ben gekomen, o God, om uw wil te doen (...) Door die wil zijn wij geheiligd, eens voor al, door het offer van het lichaam van Jezus Christus" (Heb. 10, 5-10). Vanaf het eerste ogenblik van zijn menswording verenigt Hij zichzelf geheel met Gods heilsplan in zijn verlossende zending, "Mijn spijs is, de wil te doen van Hem die Mij gezonden heeft en zijn werk te volbrengen" (Joh. 4, 34). Het offer van Jezus "voor de zonden van de hele wereld" (1 Joh. 2, 2) is de uitdrukking van zijn liefdesgemeenschap met de Vader: "Hierom heeft de Vader Mij lief, omdat Ik mijn leven geef" (Joh. 10, 17). "De wereld moet weten dat Ik de Vader liefheb en dat Ik handel zoals Hij Mij bevolen heeft" (Joh. 14, 31).

Alinea's in de marge van alinea 606

Heel het leven van Christus is een mysterie van verlossing. De verlossing verkrijgen wij voor alles door het bloed van het kruis, Vgl. Ef. 1, 7 Vgl. Kol. 1, 13-14 Vgl. 1 Pt. 1, 18-19 maar dit mysterie is in het gehele leven van Christus werkzaam: reeds in zijn menswording, waardoor Hij door arm te worden ons verrijkt met zijn armoede, Vgl. 2 Kor. 8, 9 in zijn verborgen leven, dat door zijn onderdanigheid Vgl. Lc. 2, 51 onze ongehoorzaamheid weer goedmaakt, in zijn woord, dat zijn toehoorders rein maakt, Vgl. Joh. 15, 3 in zijn genezingen en duiveluitdrijvingen, waardoor Hij "onze zwakheden heeft weggenomen en onze ziekten heeft gedragen" (Mt. 8, 17), Vgl. Jes. 53, 4 in zijn verrijzenis, waardoor Hij ons rechtvaardigt. Vgl. Rom. 4, 25
Met het doopsel aanvaardt en begint Jezus zijn zending als lijdende Dienaar. Hij laat zich bij de zondaars rekenen. Vgl. Jes. 53, 12 Hij is al "het Lam Gods dat de zonde van de wereld wegneemt" (Joh. 1, 29). Hij loopt al vooruit op het "doopsel" van zijn bloedige dood. Vgl. Mc. 10, 38 Vgl. Lc. 12, 50 Hij komt reeds "de gerechtigheid volledig vervullen" (Mt. 3, 15), d.w.z. Hij onderwerpt zich geheel aan de wil van zijn Vader: uit liefde stemt Hij in met dit doopsel van de dood tot vergeving van onze zonden. Vgl. Mt. 26, 39 Op deze aanvaarding antwoordt de stem van de Vader die heel zijn welbehagen vindt in zijn Zoon. Vgl. Lc. 3, 22 Vgl. Jes. 42, 1 De Geest die Jezus vanaf zijn ontvangenis in volheid bezit, komt op Hem "rusten" Vgl. Joh. 1, 32-33 Vgl. Jes. 11, 2 Hij zal voor heel de mensheid de bron van deze Geest zijn. Bij zijn doop "ging de hemel open" (Mt. 3, 16), die de zonde van Adam gesloten had; en het water wordt door de afdaling van Jezus en de Geest geheiligd, een begin van de nieuwe schepping.

Document

Naam: CATECHISMUS VAN DE KATHOLIEKE KERK
Soort: Catechismus-Compendium
Datum: 15 augustus 1997
Copyrights: © 1997, Libreria Editrice Vaticana
waarin verwerkt niet officiële aanpassing aan de "editio typica"
Bewerkt: 7 november 2019

Referenties naar dit document

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam