• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Jezus heeft vooral aanstoot gegeven, omdat Hij zijn barmhartige houding jegens zondaars vereenzelvigd heeft met Gods eigen houding jegens hen Vgl. Mt. 9, 13 Vgl. Hos. 6, 6 . Hij heeft zelfs te verstaan gegeven dat Hij, door met zondaars aan tafel aan te zitten Vgl. Lc. 15, 1-2 , hen toeliet tot het Messiaanse feestmaal Vgl. Lc. 15, 23-32 . Maar het is heel in het bijzonder door de zonden te vergeven dat Jezus de religieuze autoriteiten van Israël voor een dilemma geplaatst heeft. Zouden zij niet terecht zeggen in hun ontzetting: "Wie anders kan er zonden vergeven dan God alleen?" (Mc. 2, 7). Of Jezus lastert God door zonden te vergeven, want dan is het een mens die zich aan zichzelf gelijk maakt Vgl. Joh. 5, 18 Vgl. Joh. 10, 33 , of Hij spreekt de waarheid en zijn persoon stelt dan de naam van God tegenwoordig en openbaart deze Vgl. Joh. 17, 6.26 .

Alinea's in de marge van alinea 589

In de heilsgeschiedenis heeft God zich er niet mee tevreden gesteld Israël te bevrijden "uit het slavenhuis" (Deut. 5, 6) door het uit Egypte te laten vertrekken. Hij redt het nog steeds uit de zonde. Omdat de zonde nog altijd een belediging van God is, Vgl. Ps. 51,6 kan Hij alleen haar vergeven. Vgl. Ps. 51, 12 Daarom zal Israël door zich steeds meer bewust te worden van de universaliteit van de zonde uiteindelijk slechts het heil kunnen zoeken in het aanroepen van God, de Verlosser. Vgl. Ps. 79, 9
God alleen vergeeft de zonde

God alleen vergeeft zonden. Vgl. Mc. 2, 7 Aangezien Jezus de Zoon van God is, zegt Hij over zichzelf: "De Mensenzoon heeft de macht op aarde zonden te vergeven" (Mc. 2, 10) en Hij oefent deze macht ook uit: "Uw zonden zijn u vergeven!" (Mc. 2, 5) Vgl. Lc. 7, 48 . Zelfs nog meer: krachtens zijn goddelijk gezag geeft Hij deze macht aan de mensen, Vgl. Joh. 20, 21-23 opdat zij die uitoefenen in zijn naam.

De naam Jezus betekent dat de naam van God zelf tegenwoordig is in de persoon van zijn Zoon, Vgl. Hand. 5, 41 Vgl. 3 Joh. 7 die mens geworden is voor de algehele en definitieve verlossing uit de zonde. Het is de goddelijke naam die alleen het heil brengt Vgl. Joh. 3, 5 Vgl. Hand. 2, 21 en die voortaan door allen aangeroepen kan worden, want Hij heeft zich met alle mensen verenigd door de menswording, Vgl. Rom. 10, 6-13 en wel zo dat "er geen andere Naam onder de hemel is waarin wij gered moeten worden" (Hand. 4, 12). Vgl. Hand. 9, 14 Vgl. Jak. 2, 7

Document

Naam: CATECHISMUS VAN DE KATHOLIEKE KERK
Soort: Catechismus-Compendium
Datum: 15 augustus 1997
Copyrights: © 1997, Libreria Editrice Vaticana
waarin verwerkt niet officiële aanpassing aan de "editio typica"
Bewerkt: 12 augustus 2021

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam