• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Het verbond met Noach
Wanneer eenmaal de eenheid van het menselijk geslacht door de zonde verbroken is, probeert God de mensheid allereerst te redden door in iedere fase aanwezig te zijn. Het verbond met Noach na de zondvloed Vgl. Gen. 9, 9 brengt het principe van het goddelijk heilsbestel tot uitdrukking Jegens de "volken", d.w.z. jegens de mensen die opnieuw verenigd zijn, "ieder naar land, taal en geslacht" (Gen. 10, 5). Vgl. Gen. 10, 20-31
Deze ordening in de veelheid van volken Vgl. Hand. 17, 26-27 is tegelijk kosmisch, sociaal en godsdienstig. Het heeft ten doel de trots in te perken van een gevallen mensheid die, eensgezind in het kwaad, Vgl. Wijsh. 10, 5 uit eigen kracht haar eenheid tot stand zou willen brengen zoals in Babel. Vgl. Gen. 11, 4-6 Maar ten gevolge van de zonde Vgl. Rom. 1, 18-25 bedreigt zowel het polytheïsme als de afgodische verering van het volk en zijn leider, onophoudelijk deze voorlopige heilseconomie met een heidense verwording.
Het verbond van Noach is van kracht, zolang de tijd van de volken Vgl. Lc. 21, 24 duurt tot aan de verkondiging van het evangelie, over de hele wereld. De bijbel vereert enkele grote figuren van de "volken", zoals "Abel de rechtvaardige", de priesterkoning Melchisedek, Vgl. Gen. 14, 18 de voorafbeelding van Christus, Vgl. Heb. 7, 3 of de rechtvaardigen "Noach, Daniël en Job" (Ez. 14, 14). Zo brengt de Schrift tot uitdrukking welke hoge graad van heiligheid zij kunnen bereiken die leven volgens het verbond van Noach, in afwachting van het ogenblik dat de Christus "alle verstrooide kinderen van God samenbrengt" (Joh. 11, 52).
God kiest Abraham
Om de verstrooide mensheid te verzamelen kiest God Abram door hem weg te roepen "uit zijn land, familie en huis" Vgl. Gen. 12, 1 om Abraham van hem te maken, d.w.z. "de vader van een menigte volken" (Gen. 17, 5): "Door u zal zegen komen over alle geslachten op aarde" (Gen. 12, 3 LXX). Vgl. Gal. 3, 8
Het volk dat van Abraham afstamt, zal de bewaarder zijn van de belofte, aan de aartsvaders gedaan, het uitverkoren volk, Vgl. Rom. 11, 28 geroepen om eens het verzamelen van alle kinderen van God binnen de eenheid van de kerk voor te bereiden; Vgl. Joh. 11, 52 Vgl. Joh. 10, 16 dat zal de wortel zijn waarop de heidenen, na gelovig geworden te zijn, Vgl. Rom. 11, 17-18.24 geënt zullen worden.
De aartsvaders en de profeten en andere personen uit het Oude Testament werden altijd vereerd en zullen altijd vereerd worden als heiligen in alle liturgische tradities van de kerk.
God vormt zijn volk Israël
Na de aartsvaders heeft God Israël als zijn volk gevormd door het uit de slavernij van Egypte te redden. Hij heeft met dit volk zijn verbond op de Sinaï gesloten en het door Mozes zijn wet gegeven, opdat het Hem erkent en dient als de enige, levende en ware God. de zorgzame Vader en rechtvaardige rechter, en opdat het uitziet naar de beloofde Verlosser. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Goddelijke openbaring, Dei Verbum (18 nov 1965), 3

Israël is het priesterlijke volk van God, Vgl. Ex. 19, 6 het volk dat "de naam van de Heer, draagt " (Deut. 28, 10). Het is het volk "dat door onze God en Heer het eerst is aangesproken", Missale Romanum, Goede Vrijdag 13, gebed VI, vert. Altaarmissaal (NL) blz. 326; Missaal voor Zon- en Feestdagen (B), 141 het volk van de "oudere broeders" in het geloof van Abraham. Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Toespraak, Ontmoeting met de Joodse gemeenschap tijdens het bezoek aan de Synagoge van Rome (13 apr 1986), 4

Door de profeten voedt God zijn volk op in de hoop op het heil, in de verwachting van een nieuw en eeuwig Verbond, dat voor alle mensen Vgl. Jes. 2, 2-4 bestemd is en dat gegrift zal zijn in de harten. Vgl. Jer. 31, 31-34 Vgl. Heb. 10, 16 De profeten kondigen een radicale verlossing van het volk van God aan, de reiniging van al zijn ontrouw, Vgl. Ez. 36 een heil dat alle volken zal omvatten. Vgl. Jes. 49, 5-6 Vgl. Jes. 53, 11 Het zullen vooral de armen en de nederigen van de Heer Vgl. Sef. 2, 3 zijn die deze hoop zullen dragen. Heilige vrouwen, zoals Sara, Rebecca, Rachel, Mirjam, Debora, Hanna, Judit en Ester hebben de hoop op het heil van Israël levend gehouden. Het zuiverste beeld van deze hoop is Maria. Vgl. Lc. 1, 38
De liefde van God is "eeuwig" (Jes. 54, 8): "Al wijken de bergen en wankelen de heuvels, mijn trouw wijkt niet van u" (Jes. 54, 10). "Mijn liefde voor u duurt eeuwig, Ik blijf u altijd trouw" (Jer. 31, 3).

Document

Naam: CATECHISMUS VAN DE KATHOLIEKE KERK
Soort: Catechismus-Compendium
Datum: 15 augustus 1997
Copyrights: © 1997, Libreria Editrice Vaticana
waarin verwerkt niet officiële aanpassing aan de "editio typica"
Bewerkt: 13 augustus 2018

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2018, Stg. InterKerk, Schiedam