• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
"Het rijk Gods is nabij"
"Nadat Johannes was gevangen genomen, ging Jezus naar Galilea en verkondigde er Gods Blijde Boodschap. Hij zei: 'De tijd is vervuld en het Rijk Gods is nabij; bekeert u en gelooft in de Blijde Boodschap"' (Mc. 1, 15). "Om de wil van de Vader te vervullen heeft Christus het koninkrijk der hemelen op aarde doen beginnen". 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 3. vert. uit Lat. Wel, de wil van de Vader houdt in "de mensen [te] verheffen tot deelname aan het goddelijk leven". 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 2. vert. uit Lat. Hij doet dit door de mensen rondom zijn Zoon, Jezus Christus, te verzamelen. Deze verzameling is de Kerk, die op aarde "het zaad en het begin van het koninkrijk van God" 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 5. vert. uit Lat. is.
Christus staat in het midden van deze verzameling mensen in "Gods familie". Hij roept hen rondom zich samen door zijn woord, door zijn tekenen die het rijk van God zichtbaar maken, door het zenden van zijn leerlingen. Hij zal de komst van zijn rijk vooral verwezenlijken door het grote mysterie van zijn Pasen: zijn dood op het kruis en zijn verrijzenis. "En wanneer Ik van de aarde zal zijn omhooggeheven, zal Ik allen tot Mij trekken" (Joh. 12, 32). Alle mensen zijn tot deze vereniging met Christus geroepen. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 3
De verkondiging van het rijk Gods
Alle mensen zijn geroepen binnen te gaan in het koninkrijk. Allereerst verkondigd aan de kinderen van Israël, Vgl. Mt. 10, 5-7 is dit Messiaanse koninkrijk bestemd om de mensen van alle volken op te nemen. Vgl. Mt. 8, 11 Vgl. Mt. 28, 19 Om binnen te treden moet men het woord van Jezus in zich opnemen.
Het woord van de Heer wordt immers vergeleken met het zaad dat op de akker gezaaid wordt; zij die het met geloof aanhoren en gerekend worden tot de kleine kudde van Christus, hebben het koninkrijk in zich opgenomen. Daarna ontkiemt het zaad uit eigen kracht en schiet het op tot de tijd van de oogst. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 5. vert. uit Lat.

Het koninkrijk behoort aan de armen en de kleinen, d.w.z. aan hen die het met een deemoedig hart in zich opgenomen hebben. Jezus is gezonden "om aan de armen de Blijde Boodschap te brengen" (Lc. 4, 18). Vgl. Lc. 7, 22 Hij noemt hen zalig "omdat aan hen het rijk der hemelen behoort (Mt. 5, 3); aan de "kleinen" heeft de Vader willen openbaren wat verborgen blijft voor de wijzen en de verstandigen. Vgl. Mt. 11, 25 Jezus deelt van kribbe tot kruis in het leven van de armen; Hij kent honger, Vgl. Mc. 2, 23-26 Vgl. Mt. 21, 18 dorst Vgl. Joh. 4, 6-7 Vgl. Joh. 19, 28 en gebrek. Vgl. Lc. 9, 58 Wat meer is: Hij vereenzelvigt zich met armen van allerlei slag en maakt van de daadwerkelijke liefde jegens hen een voorwaarde om in zijn koninkrijk binnen te treden. Vgl. Mt. 25, 31-46

Jezus nodigt de zondaars uit aan de tafel van het koninkrijk: "Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars" (Mc. 2, 17). Vgl. 1 Tim. 1, 15 Hij nodigt hen uit tot bekering, zonder welke men het koninkrijk niet kan binnengaan, maar Hij toont hun ook in woord en daad hoe grenzeloos de barmhartigheid van zijn Vader is jegens hen Vgl. Lc. 15, 11-32 en hoe immens de "vreugde in de hemel over " een zondaar die zich bekeert" (Lc. 15, 7). Het uiterste bewijs van deze liefde zal het offer zijn van zijn eigen leven "tot vergeving van zonden" (Mt. 26, 28).
Door middel van zijn parabels, die heel typerend zijn voor zijn onderricht, roept Jezus mensen op zijn koninkrijk binnen te gaan. Vgl. Mc. 4, 33-34 Hiermee nodigt Hij uit tot het feestmaal van zijn koninkrijk, Vgl. Mt. 22, 1-14 en vraagt Hij tevens een radicale keuze: om het koninkrijk te verwerven moet men alles geven; Vgl. Mt. 13, 44-45 woorden zijn niet voldoende, er zijn daden nodig. Vgl. Mt. 21, 28-32 De parabels zijn als spiegels voor de mens: neemt hij als een rotsgrond of als een goede aarde het woord in zich op? Vgl. Mt. 13, 3-9 Wat doet hij met de ontvangen talenten? Vgl. Mt. 25, 14-30 Jezus en de tegenwoordigheid van het koninkrijk in deze wereld staan, zij het verborgen centraal in de parabels. Men moet het koninkrijk binnengaan, d.w.z. leerling worden van Christus om "de geheimen van het rijk der hemelen te kennen" (Mt. 13, 11). Voor hen die "erbuiten staan" (Mc. 4, 11), blijft alles raadselachtig. Vgl. Mt. 13, 10-15

Document

Naam: CATECHISMUS VAN DE KATHOLIEKE KERK
Soort: Catechismus-Compendium
Datum: 15 augustus 1997
Copyrights: © 1997, Libreria Editrice Vaticana
waarin verwerkt niet officiële aanpassing aan de "editio typica"
Bewerkt: 2 juni 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam