• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

In de onderdanigheid aan zijn moeder en aan zijn wettelijke vader brengt Jezus op volmaakte wijze het vierde gebod in praktijk. Die onderwerping is het beeld in de tijd van zijn kinderlijke gehoorzaamheid aan zijn hemelse Vader. De dagelijkse gehoorzaamheid van Jezus aan Jozef en Maria kondigde de onderdanigheid van Witte Donderdag aan en liep hierop vooruit: "Niet mijn wil (...)" (Lc. 22, 42). De gehoorzaamheid van Christus in het alledaagse van het verborgen leven was reeds het begin van het herstel van hetgeen de ongehoorzaamheid van Adam verwoest had. Vgl. Rom. 5, 19

Alinea's in de marge van alinea 532

Plichten van de kinderen
Het vaderschap van God is de oorsprong van het menselijk vaderschap; Vgl. Ef. 3, 14 daarop steunt de eer, die de mens aan zijn ouders verschuldigd is. De eerbied, zowel van de minderjarige als van de volwassene kinderen, voor hun vader en hun moeder, Vgl. Spr. 1, 8 Vgl. Tobit 4, 3-4 wordt gevoed door de natuurlijke eerbied, die ontstaat door de band die hen verenigt. Het goddelijk gebod vraagt om deze genegenheid. Vgl. Ex. 20, 12
Het respect voor de ouders (de kinderlijke piëteit) is gebaseerd op de erkentelijkheid voor hen die door de gave van het leven, door hun liefde en hun werk, de kinderen ter wereld gebracht hebben en hun de kans gegeven hebben om te groeien in gestalte, in wijsheid en genade. "Eer uw vader met heel uw hart en vergeet de barensweeën van uw moeder niet Bedenk dat gij uw leven aan hen te danken hebt! En wat kunt gij teruggeven van wat zij u gegeven hebben?" (Sir. 7, 27-28)
Kinderlijke eerbied komt tot uiting in waarachtige volgzaamheid en gehoorzaamheid. "Neem de voorschriften van uw vader in acht, mijn zoon, en verwerp de lering van uw moeder niet (...). Zij zullen u leiden waar gij gaat; zij waken over u waar gij ligt en wordt gij wakker, dan spreken zij u toe". (Spr. 6, 20-22) "Een wijze zoon laat zich door zijn vader vermanen, maar een spotter luistert niet naar verwijten". (Spr. 13, 1)
Zolang het kind in het huis van zijn ouders woont, moet het gehoorzamen aan elke vraag van de ouders, wanneer die vraag gerechtvaardigd wordt door het welzijn van het kind of dat van het gezin. "Kinderen, gehoorzaamt uw ouders in alles, want dit is de Heer welgevallig" (Kol. 3, 20). Vgl. Ef. 6, 1 De kinderen moeten ook gehoorzamen aan de redelijke voorschriften van hun opvoeders en van al diegenen waaraan de ouders hen hebben toevertrouwd. Maar indien een kind in geweten overtuigd is dat het zedelijk slecht is aan een bepaald bevel te gehoorzamen, mag het dit niet uitvoeren.
Ook wanneer ze gaandeweg volwassen worden, zullen de kinderen hun ouders blijven eerbiedigen. Zij zullen tegemoetkomen aan hun wensen, ze zullen hen graag om raad vragen en hun terechte vermaningen aanvaarden. Wanneer de kinderen zelfstandig worden, houdt de verplichting hun ouders te gehoorzamen op, maar niet het respect, dat zij blijvend verschuldigd zijn. Dat vindt immers zijn oorsprong in de vrees van God, die één van de gaven van de heilige Geest is.
Het vierde gebod herinnert de volwassen geworden kinderen aan hun verantwoordelijkheid tegenover hun ouders. In de mate van het mogelijke moeten zij hen materiële en morele hulp bieden, wanneer ze op leeftijd gekomen zijn en in periodes van ziekte, eenzaamheid of moedeloosheid. Jezus herinnert ons aan die plicht van erkentelijkheid. Vgl. Mc. 7, 10-12
De Heer heeft aan de vader aanzien gegeven bij zijn kinderen, en Hij heeft het oordeel van de moeder bindend gemaakt voor haar zonen. Wie zijn vader hoogacht, krijgt vergeving van zijn zonden en wie zijn moeder eer bewijst, is als iemand die schatten verzamelt. Wie zijn vader hoogacht, zal vreugde aan zijn kinderen beleven en als hij bidt, wordt hij verhoord. Wie zijn vader eer bewijst, zal lang leven, en wie luistert naar de Heer zal zijn moeder aanzien geven (Sir. 3, 2-6).

Zoon verzorg uw vader als hij oud is, en doe hem geen verdriet, zolang hij leeft. Ook al is zijn verstand verzwakt, gij moet het hem niet kwalijk nemen, en hem niet verachten, gij die nog al uw krachten hebt (...). Hij die zijn vader in de steek laat, staat gelijk met een godslasteraar en wie zijn moeder treitert, is door de Heer vervloekt (Sir. 3, 12-13.16).

De kinderlijke eerbied bevordert de harmonie van het hele gezinsleven en heeft ook invloed op de relaties tussen broers en zussen. De eerbied voor de ouders heeft een gunstige uitstraling op het hele familieleven. "De kroon van de bejaarden zijn hun kindskinderen" (Spr. 17, 6). "Verdraagt elkander liefdevol, in alle deemoed, zachtheid en lankmoedigheid" (Ef. 4, 2).
De christenen moeten een speciale dankbaarheid betonen tegenover degenen van wie ze de gaven van het geloof, de genade van het doopsel en het leven in de kerk ontvangen hebben. Dat kunnen hun ouders zijn, of andere familieleden, hun grootouders, zielzorgers, catechisten of andere leraren of vrienden. "Uw ongeveinsd geloof komt mij voor de geest, dat geloof dat eerst uw grootmoeder Loïs en uw moeder Eunike bezield heeft en nu ook, daarvan ben ik zeker, leeft in u" (2 Tim. 1, 5).
De doodsangst in Getsemane

De beker van het Nieuwe Verbond waarop Jezus bij het laatste avondmaal vooruitgelopen is door zichzelf aan te bieden Vgl. Lc. 22, 20 , ontvangt Hij vervolgens uit handen van de Vader in zijn doodsangst in Getsemane Vgl. Mt. 26, 42 door "gehoorzaam te worden tot de dood" (Fil. 2, 8). Vgl. Heb. 5, 7-8 Jezus bidt: "Mijn Vader, als het mogelijk is, laat deze beker Mij voorbijgaan..." (Mt. 26, 39). Hij drukt zo de afschuw uit die de dood betekent voor zijn menselijke natuur. Zijn menselijke natuur is immers, evenals de onze, bestemd voor het eeuwige leven; bovendien was zij, anders dan de onze, volkomen vrij van de zonde Vgl. Heb. 4, 15 die de dood veroorzaakt Vgl. Rom. 5, 12 ; maar bovenal is de menselijke natuur van Jezus opgenomen in de goddelijke persoon van de "leidsman ten leven" (Hand. 3, 15), van de "levende". Vgl. Openb. 1, 17 Vgl. Joh. 1, 4 Vgl. Joh. 5, 26 Door met zijn menselijke wil ermee in te stemmen dat de wil van de Vader geschiede Vgl. Mt. 26, 42 , aanvaardt Hij zijn verlossende dood om in zijn eigen lichaam onze zonden op het kruishout te dragen" (1 Pt. 2, 24).

Document

Naam: CATECHISMUS VAN DE KATHOLIEKE KERK
Soort: Catechismus-Compendium
Datum: 15 augustus 1997
Copyrights: © 1997, Libreria Editrice Vaticana
waarin verwerkt niet officiële aanpassing aan de "editio typica"
Bewerkt: 17 oktober 2019

Referenties naar dit document

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam