• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

De openbaring van de Heer is de openbaring van Jezus als Messias van Israël, Zoon van God en Verlosser van de wereld. Met het doopsel van Jezus in de Jordaan en de bruiloft van Kana Vgl. Getijdengebed, Antifoon van het Benedictus van de Lauden en het Magnificat van de tweede Vespers van de Openbaring van de Heer, vert. Getijdenboek 162 viert dit feest de aanbidding van Jezus door de "wijzen die uit het oosten kwamen" Vgl. Mt. 2, 1 . In deze "wijzen" vertegenwoordigers van de omringende heidense godsdiensten, ziet het Evangelie de eerstelingen van de volken die de blijde boodschap van het heil door de menswording aannemen. De komst van de wijzen naar Jeruzalem om "hulde te brengen aan de koning van de Joden" Vgl. Mt. 2, 2 laat zien dat zij in Israël, in het Messiaanse licht van de ster van David, Vgl. Num. 24, 17 Vgl. Openb. 22, 16 Hem zoeken die de koning van de volken zal zijn. Vgl. Num. 24, 17-19 Hun komst betekent dat de heidenen Jezus alleen maar kunnen ontdekken en aanbidden als Zoon van God en Heiland van de wereld, als zij zich keren naar de joden Vgl. Joh. 4, 22 en van hen de Messiaanse belofte, zoals die vervat ligt in het Oude Testament, ontvangen. Vgl. Mt. 2, 4-6 De openbaring van de Heer toont dat "alle heidenen hun intrede doen in de familie der aartsvaders H. Paus Leo I de Grote, Sermones. 23, vert. uit Lat. en de Israelitica dignitas - de waardigheid van Israël Romeins Missaal MR, Vigilie van Pasen 26; gebed na de derde lezing, in; Altaarmissaal (NL) bIz. 357; Missaal voor Zon- en Feestdagen (B), 171 verwerven.

Alinea's in de marge van alinea 528

Talrijke joden en zelfs sommige heidenen die hun verwachting deelden, hebben in Jezus de wezenlijke kenmerken herkend van de Messiaanse "zoon van David", door God aan Israël beloofd. Vgl. Mt. 2, 2 Vgl. Mt. 9, 27 Vgl. Mt. 12, 23 Vgl. Mt. 15, 22 Vgl. Mt. 20, 30 Vgl. Mt. 21, 9.15 Jezus heeft de benaming Messias, waarop Hij recht had, Vgl. Joh. 4, 25.26 Vgl. Joh. 11, 27 aanvaard, maar niet zonder terughoudendheid, omdat deze door een deel van zijn tijdgenoten begrepen werd volgens een te menselijke, Vgl. Mt. 22, 41-46 in wezen politieke Vgl. Joh. 6, 15 Vgl. Lc. 24, 21 opvatting.
De verwachting van de Messias en zijn Geest
"Zie, iets nieuws ga Ik maken" (Jes. 43, 19): twee profetische lijnen, waarvan de één gebaseerd is op de verwachting van de Messias en de ander op de aankondiging van een nieuwe Geest, beginnen zich af te tekenen en komen samen in de kleine rest, het volk der armen, Vgl. Sef. 2, 3 dat vol hoop wacht op de " vertroosting van Israël" en de "bevrijding van Jeruzalem". (Lc. 2, 25.38)
Hierboven is gezegd, hoe Jezus de profetieën die Hem betroffen, vervuld heeft. Hier blijft de behandeling beperkt tot de profetieën waarin de verhouding tussen de Messias en zijn Geest helder tot uitdrukking komt.
De gelaatstrekken van de verwachte Messias beginnen zich af te tekenen in het Immanuël-boek Vgl. Jes. 6-12 ("Toen Jesaja de glorie van Christus zag": (Joh. 12, 41)), in het bijzonder in Jes. 11,1-2:
Een twijg ontspruit aan de stronk van Isaï,
een telg ontbloeit aan zijn wortel.
De geest van Jahwe rust op hem,
een geest van wijsheid en inzicht,
een geest van beleid en sterkte,
een geest van kennis en ontzag voor Jahwe. (Jes. 11, 1-2)
De trekken van de Messias worden vooral in de gezangen over de Dienaar b:Jes. 42, 1-9; Mt. 12, 18-21; Joh. 1, 32-34; vervolgens Jes. 49,1-6; vgl. Mt. 3, 17; Lc. 2, 32, tenslotte Jes. 50,4-10 en Jes. 52,13-53 geopenbaard. Deze liederen kondigen de betekenis van het lijden van Jezus aan en geven zo aan hoe Hij zijn heilige Geest zal uitstorten om de menigte te bezielen: niet van buiten af, maar door ons "bestaan van een slaaf" (Fil. 2, 7) aan te nemen. Door onze dood op zich te nemen kan Hij ons laten delen in zijn eigen Geest van leven.
Daarom luidt Christus de verkondiging van de Blijde Boodschap in door de volgende passage uit Jesaja tot de zijne te maken (Lc. 4, 18-19): Vgl. Jes. 61, 1-2
De Geest des Heren is over mij gekomen,
omdat Hij mij gezalfd heeft.
Hij heeft mij gezonden om aan armen de Blijde Boodschap te brengen,
aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken
en aan blinden dat zij zullen zien;
om verdrukten te laten gaan in vrijheid,
om een genadejaar af te kondigen van de Heer.
De profetische teksten die direct verwijzen naar het zenden van de heilige Geest, zijn woorden waarmee God zich tot het hart van zijn volk richt in de taal van de belofte, met de nadruk op "de liefde en de trouw", Vgl. Ez. 11, 19 Vgl. Ez. 36, 25-28 Vgl. Ez. 37, 1-14 Vgl. Jer. 31, 31-34 waarvan de heilige Petrus de vervulling zal verkondigen op Pinkstermorgen. Vgl. Hand. 2, 17.21 Overeenkomstig deze beloften zal de Geest van de Heer in de "eindtijd" het hart van de mensen vernieuwen door er een nieuwe wet in te griffen; Hij zal de verstrooide en verdeelde volken weer verzamelen en met elkaar verzoenen; Hij zal de eerste schepping veranderen en God zal er met de mensen in vrede wonen.
Om de komst van Christus voor te bereiden gedurende de tijd van de beloften is het volk van de "armen", Vgl. Sef. 2, 3. enz. Vgl. Ps. 22, 27. enz. Vgl. Ps. 34, 3. enz. Vgl. Jes. 49, 13. enz. Vgl. Jes. 61, 1. enz. de nederigen en de zachtmoedigen, die zich geheel en al overgeven aan de mysterievolle heilsbeschikkingen van hun God, zij die op de gerechtigheid wachten en niet op die van de mensen, dit volk is uiteindelijk het grote werk van de verborgen zending van de heilige Geest. Het is de gesteldheid van hun hart, gezuiverd en verlicht door de Geest, die in de psalmen tot uitdrukking komt. Uit deze armen vormt de Geest voor de Heer "een welbereid volk". Vgl. Lc. 1, 17
Immers, "het heilsbestel van het Oude Verbond had als belangrijkste bestaansgrond de komst van Christus, ons aller Verlosser (... ) voor te bereiden". "Ofschoon die boeken ook onvolmaakte en tijdgebonden zaken bevatten", leggen de boeken van het Oude Testament getuigenis af van heel de goddelijke pedagogie van de reddende liefde van God: "Hierin ligt een verheven leer over God, een weldadige wijsheid over het leven van de mens, een bewonderenswaardige rijkdom aan gebeden en tenslotte het geheim van ons heil verborgen". 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Goddelijke openbaring, Dei Verbum (18 nov 1965), 15. , vert. uit Lat.

Document

Naam: CATECHISMUS VAN DE KATHOLIEKE KERK
Soort: Catechismus-Compendium
Datum: 15 augustus 1997
Copyrights: © 1997, Libreria Editrice Vaticana
waarin verwerkt niet officiële aanpassing aan de "editio typica"
Bewerkt: 17 oktober 2019

Referenties naar dit document

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam