• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
De Evangelies zijn geschreven door mensen die hoorden tot de eerste gelovigen Vgl. Mc. 1, 1 Vgl. Joh. 21, 24 en die anderen in dit geloof wilden laten delen. Toen zij eenmaal in het geloof de persoon van Jezus hadden leren kennen, hebben zij de sporen van zijn mysterie in heel zijn aardse leven kunnen zien en aan anderen kunnen laten zien. Alles in het leven van Jezus staat in het teken van zijn mysterie, te beginnen bij de doeken waarin Hij bij zijn geboorte gewikkeld werd, Vgl. Lc. 2, 7 tot aan de azijn van zijn lijden Vgl. Mt. 27, 48 en de zweetdoek van zijn verrijzenis. Vgl. Joh. 20, 7 Door zijn optreden, wonderen en woorden is geopenbaard dat "in Hem de godheid in heel haar volheid lijfelijk aanwezig is" (Kol. 2, 9). Zijn mensheid verschijnt zo als het "sacrament", d.w.z. het teken en het instrument van zijn godheid en het heil dat Hij komt brengen: wat er zichtbaar was in zijn aardse leven, voerde tot het onzichtbare mysterie van zijn goddelijke afstamming en zijn verlossende zending.

Alinea's in de marge van alinea 515

Bij het tot stand komen van de evangelies kan men drie fases onderscheiden:
  1. Het leven en de leer van Jezus. De Kerk gelooft vast dat de vier Evangelies, "waarvan zij de historiciteit zonder aarzelen bevestigt, getrouw weergeven wat Jezus, de Zoon van God, tijdens zijn leven onder de mensen werkelijk gedaan en geleerd heeft voor hun eeuwig heil, tot op de dag waarop Hij ten hemel is opgenomen".
  2. De mondelinge Overlevering. "De apostelen hebben na de Hemelvaart van de Heer datgene wat Hij gezegd en gedaan had, aan hun toehoorders doorgegeven met het vollediger inzicht dat zijzelf genoten, onderricht als zij waren door de glorievolle gebeurtenissen van Christus en verlicht door de Geest van waarheid".
  3. De geschreven Evangelies."De gewijde schrijvers hebben bij het schrijven van de vier Evangelies een keuze gedaan uit het vele dat mondeling of ook reeds schriftelijk was overgeleverd, en andere zaken tot een synthese samengevoegd of met het oog op de situatie van de kerken uitgelegd. Tenslotte hebben zij de vorm van de prediking behouden, altijd zó dat zij ons de zuivere waarheid over Jezus meedeelden". 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Goddelijke openbaring, Dei Verbum (18 nov 1965), 19. , vert. uit Lat.
Jezus sluit zich uit vrije wil bij de verlossende liefde van de Vader aan
Door zich in zijn menselijk hart aan te sluiten bij de liefde van de Vader voor de mensen heeft Jezus "hen tot het uiterste toe bemind" (Joh. 13, 1), " want geen groter liefde kan iemand hebben dan deze, dat hij zijn leven geeft voor zijn vrienden" (Joh. 15, 13). Zo is in het lijden en de dood zijn mensheid het vrije en volmaakte instrument geworden van zijn goddelijke liefde, die het heil van de mensen wil Vgl. Heb. 2, 10.17-18 Vgl. Heb. 4, 15 Vgl. Heb. 5, 7-9 . Hij heeft immers vrijwillig zijn lijden en zijn dood op zich genomen uit liefde voor zijn Vader en voor de mensen die de Vader wil redden: "Niemand neemt Mij mijn leven af, maar Ik geef het uit Mijzelf" (Joh. 10, 18). Vandaar de soevereine vrijheid van de Zoon van God, wanneer Hijzelf de dood ingaat Vgl. Joh. 18, 4-6 Vgl. Mt. 26, 53 .
De Kerk - universeel sacrament van het heil
Het Griekse woord mysterion wordt in het Latijn op twee manieren vertaald: mysterium en sacramentum. De term sacramentum wijst eerder op het zichtbare teken van de verborgen heilswerkelijkheid. De term mysterium geeft eerder deze laatste werkelijkheid zelf aan. In deze zin is Christus zelf het heilsmysterie: er is geen ander mysterie Gods dan Christus. Vgl. H. Augustinus, Brieven, Epistulae. 187,11.34 Het heilswerk van zijn heilige en heiligmakende mensheid is het sacrament van het heil dat zichtbaar wordt en werkzaam is in de sacramenten van de Kerk (door de Oosterse Kerken ook "heilige mysteries" genoemd). De zeven sacramenten zijn de tekenen en de instrumenten waarmee de heilige Geest de genade van Christus verspreidt in de Kerk, waarvan Hij, Christus, het hoofd is en die zijn lichaam is. De Kerk bevat dus de onzichtbare genade die zij betekent, en deelt deze mee. Het is in deze analoge zin dat zij "sacrament" genoemd wordt.
Tegelijkertijd heeft de Kerk altijd erkend, dat in het lichaam van Jezus, "Hij die als God onzichtbaar is, (is) zichtbaar onder ons verschenen". Prefatie van Kerstmis, vert. Altaarmissaal (NL) 628; Missaal voor Zon- en Feestdagen (B), 233 De individuele bijzonderheden van het lichaam van Christus brengen immers de goddelijke persoon van de Zoon van God tot uitdrukking. Deze heeft de trekken van zijn menselijk lichaam tot de zijne gemaakt, zodat zij, voorgesteld in een heilige afbeelding, vereerd kunnen worden, want de gelovige die de afbeelding ervan vereert, "vereert daarin de persoon die afgebeeld wordt". 2e Concilie van Nicea, Actus 7a - De definitie aangaande heilige afbeeldingen, Actus 7a - Definitio de sacris imaginibus (13 okt 787), 1

Document

Naam: CATECHISMUS VAN DE KATHOLIEKE KERK
Soort: Catechismus-Compendium
Datum: 15 augustus 1997
Copyrights: © 1997, Libreria Editrice Vaticana
waarin verwerkt niet officiële aanpassing aan de "editio typica"
Bewerkt: 7 november 2019

Referenties naar dit document

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam