• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
De maagdelijkheid van Maria

Vanaf de eerste formuleringen van het geloof Vgl. DS 10-64 heeft de Kerk beleden dat Jezus alleen door de kracht van de Heilige Geest in de schoot van de maagd Maria ontvangen is, waarmee zij ook het lichamelijk aspect van dit gebeuren bevestigt: Jezus is ontvangen "van de Heilige Geest zonder mannelijk zaad". Synode van Lateranen, Sessio V (31 okt 649), 4. vert. uit Lat. De Kerkvaders zien in de maagdelijke ontvangenis het teken dat het werkelijk de Zoon van God is die een menselijke natuur, zoals de onze, aangenomen heeft.

Zo zegt de heilige Ignatius van Antiochië (begin tweede eeuw): "Gij zijt vervuld van een vast geloof in onze Heer die 'waarlijk uit het geslacht van David' is 'naar het vlees' (Rom. 1, 3), Zoon van God krachtens Gods wil en almacht, waarachtig geboren uit de Maagd, (...) waarachtig is Hij om ons, onder Pontius Pilatus en de viervorst Herodes, in het vlees vastgenageld (...); en Hij heeft waarachtig geleden, zoals Hij ook waarachtig zichzelf heeft opgewekt. H. Ignatius van Antiochië, Brief aan de Christenen van Smyrna, Epistula ad Smyrnaeos. 1-2, vert. Getijdenboek Lect II,4,125-126

De evangelieverhalen Vgl. Mt. 1, 18-25 Vgl. Lc. 1, 26-38 zien in de maagdelijke ontvangenis een werk van God dat ieder menselijk begrip en iedere menselijke mogelijkheid te boven gaat. Vgl. Lc. 1, 34 "Het kind in haar schoot is van de Heilige Geest", zegt de engel tot Jozef in verband met zijn verloofde Maria (Mt. 1, 20). De Kerk ziet hierin de vervulling van de goddelijke belofte bij monde van de profeet Jesaja gegeven: "Zie de maagd zal zwanger worden en een zoon ter wereld brengen", zoals de Griekse vertaling van Jesaja (Jes. 7, 14) in Matteüs (Mt. 1, 23) luidt.

Het stilzwijgen van het evangelie van Marcus en van de brieven van het Nieuwe Testament over Jezus' maagdelijke ontvangenis, heeft soms mensen in verlegenheid gebracht. Men heeft zich soms ook afgevraagd of het hier geen legendes of theologische constructies zonder historische pretenties betrof. Hierop dient het antwoord te zijn: het geloof in de maagdelijke ontvangenis van Jezus is bij niet-gelovigen, joden en heidenen, op fel verzet, spot of onbegrip gestuit: Vgl. H. Justinus, Dialoog met de Jood Tryphon, Dialogus cum Tryphone Judaeo. 99,7 Vgl. Origenes van Alexandrië, Contra Celsum. 1,32,69 het werd niet gemotiveerd door de heidense mythologie of door de een of andere aanpassing aan de ideeën van de tijd. De betekenis van deze gebeurtenis is slechts voor het geloof toegankelijk, dat haar ziet in "de samenhang tussen de mysteries onderling" Congregatie voor de Geloofsleer, Activiteiten en het gedrag van de Katholieken op het gebied van de politiek (24 nov 2002), 18. vert. uit Lat. in het geheel van de mysteries van Christus, van zijn menswording tot zijn Pasen. De heilige Ignatius van Antiochië getuigt reeds van deze samen hang: "Voor de vorst van deze wereld is de maagdelijkheid van Maria en haar baren verborgen gebleven, evenals de dood van de Heer: drie opzienbarende mysteries, die in de stilte van God tot stand gebracht werden". Vgl. H. Ignatius van Antiochië, Brief aan de Efesiërs, Epistula ad Ephesios. 19,1 Vgl. 1 Kor. 2, 8
Maria - "altijd maagd"

De verdieping van het geloof in het maagdelijk moederschap heeft de Kerk ertoe gebracht de werkelijke en blijvende maagdelijkheid van Maria, Vgl. 2e Concilie van Constantinopel, 8e Zitting - Canones, Sessio VIII - Canones (2 juni 553), 7 zelfs bij het baren van de mensgeworden Zoon van God te belijden. Vgl. H. Paus Leo I de Grote, Over de Menswording van het Woord van God - Aan Bisschop Flavianus, Lectis dilectionis tuae - Tomus I Leonis (13 juni 449), 3.8 Vgl. Paus Pelagius I, Brief Humani Generis (3 feb 557), 2 Vgl. Synode van Lateranen, Sessio V (31 okt 649), 4 Vgl. 16e Synode van Toledo, Symbolum - Geloofsbelijdenis, Credo (2 mei 693), 16 Vgl. Paus Paulus IV, Constitutie, Cum quorumdam hominum (7 aug 1555) Immers, de geboorte van Christus "heeft de maagdelijkheid van zijn moeder niet verminderd, maar geheiligd". 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 57. vert. uit Lat. De liturgie van de Kerk viert Maria als de Aeiparthenos, "altijd maagd". Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 52

Soms brengt men hier tegenin dat de Schrift spreekt over broeders en zusters van Jezus. Vgl. Mc. 3, 31-35 Vgl. Mc. 6, 3 Vgl. 1 Kor. 9, 5 Vgl. Gal. 1, 19 De Kerk heeft deze passages altijd zo verstaan dat hier geen andere kinderen van de maagd Maria worden aangeduid: immers, Jakobus en Jozef, "broeders van Jezus" (Mt. 13, 55) zijn de zonen van een Maria, een leerlinge van Jezus, Vgl. Mt. 27, 56 die veelbetekenend aangeduid wordt als "de andere Maria" (Mt. 28, 1). Het betreft naaste verwanten van Jezus, overeenkomstig een uit het Oude Testament bekende uitdrukking. Vgl. Gen. 13, 8 Vgl. Gen. 14, 16 Vgl. Gen. 29, 15. enz.
Jezus is de enige Zoon van Maria. Maar het geestelijk moederschap Vgl. Joh. 19, 26-27 Vgl. Openb. 12, 17 van Maria strekt zich uit tot alle mensen die Hij is komen redden: "Zij baarde de Zoon, die God gemaakt heeft tot 'de eerstgeborene onder vele broeders' (Rom. 8, 29), d.w.z. gelovigen, aan wier geboorte en vorming zij met moederlijke liefde meewerkt". 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 63. vert. uit Latijn
Het maagdelijk moederschap van Maria in Gods heilsplan
De blik van het geloof kan in het licht van het geheel van de openbaring de mysterieuze redenen ontdekken waarom God in zijn heilsplan gewild heeft dat zijn Zoon geboren werd uit een maagd. Deze redenen betreffen evenzeer de persoon en de verlossende zending van Christus als het aanvaarden door Maria van deze zending voor alle mensen.
De maagdelijkheid van Maria toont dat God bij de menswording geheel en al uit eigen beweging het initiatief genomen heeft. Jezus heeft slechts God als Vader. Vgl. Lc. 2, 48-49 "Nooit raakte hij door de menselijke natuur die Hij had aangenomen, vervreemd van de Vader. Van nature is Hij Zoon van God overeenkomstig zijn godheid, van nature is Hij de zoon van zijn moeder overeenkomstig zijn mensheid, maar eigenlijk de Zoon van de Vader in beide naturen." Synode van Friaul, Geloofsbelijdenis, Credo (), 3
Jezus wordt ontvangen van de heilige Geest in de schoot van de maagd Maria, omdat Hij de "Nieuwe Adam" is Vgl. Lc. 2, 48-49 die aan het begin staat van de nieuwe schepping: "De eerste mens, uit de aarde genomen, is aards; de tweede is uit de hemel" (1 Kor. 15, 47). De mensheid van Christus is vanaf de ontvangenis vervuld van de heilige Geest, want "zo mateloos schenkt God zijn Geest" (Joh. 3, 34). Het is uit "de volheid van Hem", hoofd van de verloste mensheid, Vgl. Kol. 1, 18 dat "wij genade op genade ontvangen" (Joh. 1, 16).
Jezus, de Nieuwe Adam, staat door zijn maagdelijke ontvangenis aan het begin van "de wedergeboorte" van de door het geloof in de heilige Geest aangenomen kinderen. "Hoe zal dit geschieden?" (Lc. 1, 34). Vgl. Joh. 3, 9 De deelname aan het goddelijk leven komt niet voort "uit bloed, noch uit de begeerte van het vlees of de wil van een man, maar uit God" (Joh. 1, 13). Het ontvangen van dit leven is maagdelijk, want het wordt geheel door de Geest aan de mens geschonken. Het bruidskarakter van de menselijke roeping in zijn verhouding tot God Vgl. 2 Kor. 11, 2 komt volmaakt tot vervulling in het maagdelijk moederschap van Maria.

Document

Naam: CATECHISMUS VAN DE KATHOLIEKE KERK
Soort: Catechismus-Compendium
Datum: 15 augustus 1997
Copyrights: © 1997, Libreria Editrice Vaticana
waarin verwerkt niet officiële aanpassing aan de "editio typica"
Bewerkt: 1 maart 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam