• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
De onbevlekte ontvangenis
Om Moeder van de Verlosser te zijn werd Maria "door God begiftigd met gaven die pasten bij een zo grote taak". 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 56. vert. uit Lat. De engel Gabriël begroet haar op het ogenblik van de boodschap als "vol van genade". (Lc. 1, 28) Immers, om de vrijwillige instemming van haar geloof te kunnen geven bij de aankondiging van haar roeping moest zij geheel gedragen worden door Gods genade.

De Kerk is zich door de eeuwen heen ervan bewust geworden dat Maria, door God "begenadigd" Vgl. Lc. 1, 28 , vanaf haar ontvangenis verlost was. Dat belijdt het dogma van de onbevlekte ontvangenis, door Paus Pius IX in 1854 afgekondigd:

De gelukzalige maagd Maria is bij het eerste ogenblik van haar ontvangenis door een bijzondere genadegave en voorrecht van de almachtige God met het oog op de verdiensten van Christus Jezus, de Verlosser van het menselijk geslacht, gevrijwaard van elke smet van de erfzonde. Z. Paus Pius IX, Dogmatische Bul, Ineffabilis Deus (8 dec 1854), 22. vert uit Lat.
Deze "luister van een uitzonderlijke heiligheid" waarmee zij "vanaf het eerste ogenblik van haar ontvangenis gesierd is", 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 56. vert uit Lat. verkrijgt zij geheel van Christus: zij is "met het oog op de verdiensten van haar Zoon op een meer verheven wijze verlost". 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 53. vert. uit Lat. Méér dan elke andere geschapen persoon heeft de Vader haar "in de hemelen in Christus gezegend met elke geestelijke zegen" (Ef. 1, 3). Hij heeft haar "in Hem uitverkoren vóór de grondlegging van de wereld, om heilig en vlekkeloos te zijn voor zijn aangezicht. Vgl. Ef. 1, 4
De Kerkvaders uit de oosterse traditie noemen de Moeder van God "de geheel heilige" (Panaghia) , zij vieren haar als "vrij van iedere zondesmet, als het ware gevormd door de heilige Geest en gemaakt tot een nieuw schepsel". 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 56. vert. uit Lat. Door Gods genade is Maria heel haar leven lang vrij van iedere persoonlijke zonde gebleven.
"Mij geschiede naar uw woord..."
Op de boodschap dat zij door de kracht van de heilige Geest "de Zoon van de Allerhoogste" zal baren zonder gemeenschap met een man te hebben, Vgl. Lc. 1, 28-37 heeft Maria geantwoord met "de gehoorzaamheid van het geloof" Vgl. Rom. 1, 5 , in de stellige zekerheid dat "voor God niets onmogelijk is": "Zie de dienstmaagd des Heren, mij geschiede naar uw woord" (Lc. 1, 37-38). Zo werd Maria, door in te stemmen met het woord van God, Moeder van Jezus en, door met geheel haar hart de goddelijke heilswil te volgen, zonder dat ook maar een enkele zonde haar weerhield, leverde zij zich geheel over aan de persoon en het werk van haar Zoon om afhankelijk van Hem en samen met Hem, door Gods genade, het mysterie van de verlossing te dienen. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 56
Zoals de heilige Ireneüs zegt: "door haar gehoorzaamheid is zij oorzaak van het heil geworden, zowel voor zichzelf als voor de gehele mensheid" H. Ireneüs van Lyon, Tegen de ketters, Adversus Haereses. 3, 22, 4. Ook zegt een niet gering aantal oude Kerkvaders met hem: "De knoop van Eva's ongehoorzaamheid werd ontward door de gehoorzaamheid van Maria; wat de maagd Eva heeft gebonden door haar ongeloof, heeft de maagd Maria ontbonden door haar geloof" H. Ireneüs van Lyon, Tegen de ketters, Adversus Haereses. 3, 22, 4. Maria met Eva vergelijkend noemen zij Maria "de moeder van de levenden" en verklaren herhaaldelijk: "de dood kwam door Eva, het leven door Maria". 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 56. vert. uit Lat.
Het goddelijk moederschap van Maria
Maria, in de evangelies "de Moeder van Jezus" genoemd (Joh. 2, 1)(Joh. 19, 25), Vgl. Mt. 13, 55 wordt in de kracht van de Geest reeds voor de geboorte van haar zoon aangesproken als "de Moeder van mijn Heer" (Lc. 1, 43). Immers, Hij, die door haar als mens van de heilige Geest ontvangen is en die werkelijk haar Zoon naar het vlees geworden is, is niemand anders dan de eeuwige Zoon van de Vader, de tweede persoon van de heilige Drieëenheid. De Kerk belijdt dat Maria werkelijk Moeder van God (Theotokos) Vgl. Concilie van Efese, 2e Brief van Cyrillus van Alexandrië aan Nestorius - 1e Zitting van Cyrillianen op het Concilie van Efeze, Epistula II Cyrilli Alexandrini ad Nestorium (24 feb 430), 2 is.

Document

Naam: CATECHISMUS VAN DE KATHOLIEKE KERK
Soort: Catechismus-Compendium
Datum: 15 augustus 1997
Copyrights: © 1997, Libreria Editrice Vaticana
waarin verwerkt niet officiële aanpassing aan de "editio typica"
Bewerkt: 19 juni 2017

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2017, Stg. InterKerk, Schiedam