• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Na het concilie van Chalcedon maakten sommigen van de menselijke natuur van Christus een soort persoonlijk subject. Het vijfde oecumenische concilie van Constantinopel van 553 heeft tegen hen beleden: "Er is slechts één hypostase (of persoon) die onze Heer Jezus Christus is, één van de Drieëenheid". 2e Concilie van Constantinopel, 8e Zitting - Canones, Sessio VIII - Canones (2 juni 553), 4. vert. uit Lat. Alles in de mensheid van Christus moet dus toegeschreven worden aan zijn goddelijke persoon als aan zijn eigenlijk subject, Vgl. Concilie van Efese, Anathematismati Cyrilli Alexandrini (22 juni 431), 4 niet alleen de wonderen, maar ook het lijden, Vgl. 2e Concilie van Constantinopel, 8e Zitting - Canones, Sessio VIII - Canones (2 juni 553), 3 en zelfs de dood: "Hij die in het vlees gekruisigd is, onze Heer van de heilige Jezus Christus, is ware God, Heer van de heerlijkheid en een Drieëenheid". 2e Concilie van Constantinopel, 8e Zitting - Canones, Sessio VIII - Canones (2 juni 553), 12. vert. uit Gr.

Alinea's in de marge van alinea 468

De goddelijke personen zijn onderling werkelijk verschillend. "God is een, maar niet op de wijze van een eenling". Geloofsbelijdenis, Fides Damasi, 1. DS 71 "Vader" , "Zoon", "Heilige Geest" zijn niet eenvoudigweg namen die modaliteiten van het goddelijke zijn aangeven, want zij zijn onderling werkelijk verschillend: "Wie de Zoon is, is de Vader niet, noch is wie de Vader is, de Zoon, noch is de Heilige Geest wie de Vader of de Zoon is". 11e Synode van Toledo, Geloofsbelijdenis, Credo (7 nov 675), 25. vert. uit Lat. Zij verschillen onderling door hun oorsprongsrelatie: "Het is de Vader die voortbrengt, de Zoon die voortgebracht wordt, en de Heilige Geest die voortkomt". 4e Concilie van Lateranen, Hfd 2. Over de dwalingen van abt Joachim de Fiore, Caput 2. De errore Abbatis Ioachim (11 nov 1215), 2. vert. uit Lat. De goddelijke eenheid is drieënig.

Op het kruis volbrengt Christus zijn offer
Het is "de liefde tot het uiterste toe" Vgl. Joh. 13, 1 die aan het offer van Christus zijn waarde van verlossing en herstel, verzoening en genoegdoening verleent. Hij heeft ons allen gekend en bemind in het offer van zijn leven Vgl. Gal. 2, 20 Vgl. Ef. 5, 2.25 . "De liefde van Christus laat ons geen rust, sinds wij hebben ingezien dat Een is gestorven voor allen. Maar dan zijn allen gestorven!" (2 Kor. 5, 14). Geen enkele mens, ook al was hij nog zo heilig, was in staat de zonden van alle mensen op zich te nemen en zich als offer voor allen aan te bieden. De aanwezigheid in Christus van de goddelijke persoon van de Zoon, die alle mensen overtreft en tegelijkertijd omvat en die Hem aan het hoofd stelt van heel de mensheid, maakt zijn verlossend offer voor allen mogelijk.

Document

Naam: CATECHISMUS VAN DE KATHOLIEKE KERK
Soort: Catechismus-Compendium
Datum: 15 augustus 1997
Copyrights: © 1997, Libreria Editrice Vaticana
waarin verwerkt niet officiële aanpassing aan de "editio typica"
Bewerkt: 2 juni 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam