• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Het Woord is vlees geworden om ons te redden door ons met God te verzoenen: "God heeft ons liefgehad en Hij heeft zijn Zoon gezonden om door het offer van zijn leven onze zonden uit te wissen" (1 Joh. 4, 10). "De Vader heeft zijn Zoon gezonden om de Heiland van de wereld te zijn" (1 Joh. 4, 14). "Christus is verschenen om de zonden weg te nemen" (1 Joh. 3, 5):
Onze natuur was ziek en had behoefte aan iemand die haar genas. De gevallen mens had behoefte aan iemand die hem oprichtte. Hij die het leven verloren had, had behoefte aan iemand die ten leven leidde. Hij die zich verwijderd had van de gemeenschap met het goede, had behoefte aan iemand die hem tot het goede terugbracht. Hij die in duisternis opgesloten was, had de aanwezigheid van het licht nodig. De krijgsgevangene zocht een verlosser, de geboeide een helper, hij die onder het juk van de slavernij gebukt ging, een bevrijder. Waren die redenen onbelangrijk of waren zij niet eerder van die aard dat ze God murwden om af te dalen en de menselijke natuur te bezoeken, daar de mensheid er zo jammerlijk en ongelukkig aan toe was? H. Gregorius van Nyssa, Oratio Catechetica magna. 15, vert. uit Gr.

Alinea's in de marge van alinea 457

Dit verlangen zich geheel en al te wijden aan het heilsplan van de verlossende liefde van zijn Vader bezielt heel het leven van Jezus Vgl. Lc. 12, 50 Vgl. Lc. 22, 15 Vgl. Mt. 16, 21-23 , want zijn verlossend lijden is de bestaansgrond van zijn menswording: " 'Vader, red Mij uit dit uur!' Maar daarom juist ben Ik tot aan dit uur gekomen" (Joh. 12, 27). "Zou ik de beker die mijn Vader Mij gegeven heeft, niet drinken?" (Joh. 18, 11). En nog op het kruis zegt Jezus, "Ik heb dorst" (Joh. 19, 28) en pas daarna "alles volbracht is" (Joh. 19, 30).

God is oneindig goed en al zijn werken zijn goed. Toch ontkomt niemand aan de ervaring van het lijden, van het kwaad in de natuur - dat gepaard schijnt te gaan met de grenzen, eigen aan de schepselen - en vooral aan het probleem van het morele kwaad. Waar komt het kwaad vandaan? "Ik zocht waar het kwaad vandaan. komt, en ik vond de oplossing niet", zegt de heilige Augustinus H. Augustinus, Belijdenissen, Confessiones. 7.7,11, vert uit Lat. en in zijn eigen smartelijk zoeken vindt hij geen andere uitweg dan de bekering tot de levende God. Want "het geheim der goddeloosheid" (2 Tess. 2, 7) wordt slechts duidelijk in het licht van "het geheim van onze godsdienst" (1 Tim. 3, 16). De openbaring van de goddelijke liefde in Christus heeft tegelijk de omvang van het kwaad èn de overvloed van de genade getoond. Vgl. Rom. 5, 20 Wij moeten derhalve het probleem van de oorsprong van het kwaad onder ogen zien door de blik van ons geloof te vestigen op Hem die als enige het kwaad overwonnen heeft. Vgl. Lc. 11, 21-22 Vgl. Joh. 16, 11 Vgl. 1 Joh. 3, 8

Document

Naam: CATECHISMUS VAN DE KATHOLIEKE KERK
Soort: Catechismus-Compendium
Datum: 15 augustus 1997
Copyrights: © 1997, Libreria Editrice Vaticana
waarin verwerkt niet officiële aanpassing aan de "editio typica"
Bewerkt: 7 november 2019

Referenties naar dit document

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam