• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
De macht van de Satan is echter niet oneindig. Hij is maar een schepsel, machtig op grond van het feit dat hij louter geest is, maar nog altijd een schepsel: hij kan de grondvesting van het rijk van God niet verhinderen. Hoewel Satan in de wereld werkzaam is uit haat jegens God en zijn rijk in Jezus Christus, en zijn handelen zware schade toebrengt - van geestelijke en zelfs indirect van fysieke aard - aan iedere mens afzonderlijk en aan de maatschappij in haar geheel, wordt dit handelen toegelaten door de goddelijke voorzienigheid, die met kracht en met zachte hand de geschiedenis van de mens en de wereld leidt. Het toelaten door God van het handelen van de duivel is een groot mysterie, maar "wij weten dat God in alles het heil bevordert van die Hem liefhebben" (Rom. 8, 28).

Alinea's in de marge van alinea 395

De voorzienigheid en de aanstoot van het kwaad
Als God de almachtige Vader, Schepper van de geordende en goede wereld, voor al zijn schepselen zorgt, waarom bestaat dan het kwaad? Op deze even klemmende als onvermijdelijke, deze even smartelijke als mysterieuze vraag kan niet vlug een afdoend antwoord gegeven worden. Het geheel van het christelijk geloof vormt het antwoord op deze vraag: de goedheid van de schepping, het drama van de zonde, de geduldige liefde van God die de mens tegemoet komt door verbintenissen die Hij telkens met hem sluit, door de verlossende menswording van zijn Zoon, door de gave van de Geest, door de gemeenschap van de kerk, door de kracht van de sacramenten, door de roeping tot een gelukzalig leven waarmee de vrije schepselen op uitnodiging van God van tevoren hun instemming kunnen betuigen, maar waaraan zij zich ook door een verschrikkelijk mysterie, van meet af aan kunnen onttrekken. Er is geen enkel aspect van de christelijke boodschap dat niet voor een gedeelte een antwoord is op het probleem van het kwaad.
Men spreekt van exorcisme, wanneer de kerk publiek en gezagvol in naam van Jezus Christus vraagt dat een persoon of een voorwerp beschermd mag worden tegen de greep van de Boze en aan zijn macht onttrokken zal zijn. Jezus zelf heeft het toegepast. Vgl. Mc. 1, 25. e.v. Ook de macht en de taak van de kerk om exorcisme toe te passen, komen van Jezus zelf. Vgl. Mc. 3, 15 Vgl. Mc. 6, 7.13 Vgl. Mc. 16, 17 In eenvoudige vorm wordt het exorcisme toegepast bij de viering van het Doopsel. Het plechtige, zogenaamde "grote exorcisme" mag alleen door een priester en met verlof van de bisschop worden uitgeoefend. Men moet hier met voorzichtigheid te werk gaan door de regels die door de Kerk vastgelegd zijn, strikt te onderhouden. Het exorcisme is bedoeld om duivels uit te drijven of om iemand te bevrijden van demonische overheersing, uit kracht van het geestelijk gezag dat Jezus aan zijn Kerk heeft toevertrouwd. De situatie ligt heel anders wanneer er sprake is van een ziekte, vooral een psychische ziekte. De behandeling daarvan valt onder de medische wetenschap. Voordat men een exorcisme uitspreekt, is het dus belangrijk na te gaan of het wel om een aanwezigheid van de duivel en niet om een ziekte gaat. Vgl. Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 1172
Maar waarom heeft God de eerste mens niet verhinderd te zondigen? De heilige Leo de Grote geeft als antwoord: "Door de onuitsprekelijke genade van Christus hebben wij een groter goed ontvangen dan wat wij door de afgunst van de demon verloren hadden". H. Paus Leo I de Grote, Sermones. 73,4. vert uit Lat. En de heilige Thomas van Aquino zegt: "Niets verzet zich ertegen dat de menselijke natuur na de zonde tot een hoger doel bestemd is. God laat immers toe dat er kwaad geschiedt om er een groter goed uit de doen ontstaan. Vandaar wordt er gezegd: 'Waar de zonde heeft gewoekerd, werd de genade mateloos' (Rom. 5, 20); bij het zegenen van de paaskaars wordt gezegd: 'Gelukkige schuld, waaraan wij de Verlosser danken!"'. H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae. 3.1,3 ad. 3, vert. uit Lat.

De laatste bede tot onze Vader klinkt ook door in het gebed van Jezus: "Ik bid niet, dat Gij hen uit de wereld wegneemt, maar dat Gij hen bewaart voor het kwaad" (Joh. 17, 15). Deze vraag heeft betrekking op ons, op ieder van ons persoonlijk, maar het gaat steeds om "ons" die bidden, in gemeenschap met de hele Kerk en met als doel de verlossing van de hele menselijke gemeenschap. Het gebed van de Heer maakt ons onophoudelijk ontvankelijk voor de volle omvang van het heilsbestel. Onze onderlinge afhankelijkheid in het drama van de zonde en de dood wordt omgezet in solidariteit binnen het lichaam van Christus, in de "gemeenschap van de heiligen". Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Over de verzoening en boete in de zending van de Kerk in deze tijd, Reconciliatio et paenitentia (2 dec 1984), 16

In deze bede is het kwade geen abstract begrip, maar het duidt een persoon aan, de Satan, de Boze, de engel die zich verzet tegen God De duivel (dia-bolos) is degene die "dwarsligt" bij het plan van God en bij zijn "heilswerk" dat in Christus voltooid is.

"Satan, die de hele wereld verleidt" (Openb. 12, 9) "was van begin af aan een moordenaar (...) een leugenaar, ja, de aartsleugenaar" (Joh. 8, 44). Door hem zijn de zonde en de dood in de wereld gekomen en door zijn definitieve nederlaag zal heel de schepping "uit zonde en dood (...) opgericht" worden. Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten, Editio typica tertio emendata 2002/2008, Missale Romanum (6 okt 2008). Eucharistisch gebed IV, Altaarmissaal (NL) blz. 713; Missaal voor Zon en Feestdagen (B) 306. "Wij weten dat een kind van God niet zondigt; de Zoon van God behoedt hem, en de boze heeft geen vat op hem. Wij weten dat wij bij God horen, terwijl de hele boze wereld in de macht van de boze ligt" (1 Joh. 5, 18-19):

De Heer, die uw zonde heeft weggenomen en uw fouten vergeven heeft, is ook bij machte om u te beschermen en te behoeden voor de hinderlagen van de duivel, die uw tegenstander is. Zodoende kan de vijand, die gewoon is de schuldigheid voort te brengen, u niet overrompelen. Wie zich toevertrouwt aan God, vreest de duivel niet. "Indien God voor ons is, wie zal dan tegen ons zijn?" (Rom. 8, 31). H. Ambrosius van Milaan, Boek, Over de Sacramenten, De Sacramentis (1 jan 387). 5,30 vert. uit Lat.

De overwinning op de "vorst van de wereld" Vgl. Joh. 14, 30 is, voorgoed, behaald in het uur waarin Jezus zich vrijwillig overlevert aan de dood om ons zijn leven te geven. Dan wordt er geoordeeld over deze wereld en de vorst van deze wereld wordt "buitengeworpen" Vgl. Joh. 12,31 Vgl. Openb. 12,11 "Hij zet de achtervolging in op de vrouw", Vgl. Openb. 12, 13-16 maar hij heeft geen vat op haar: de nieuwe Eva, "vol van genade" van de heilige Geest, wordt bewaard voor de zonde en van het bederf van de dood (Onbevlekte Ontvangenis en Tenhemelopneming van de allerheiligste Moeder van God, Maria, altijd maagd) "Toen, om zijn woede op de vrouw te koelen, ging de draak heen, om de overige van haar kinderen te beoorlogen" (Openb. 12, 17). Daarom bidden de Geest en de Kerk: "Kom, Heer Jezus" (Openb. 22, 17.20), omdat zijn komst ons immers zal verlossen van de Boze.

Wanneer wij vragen om verlost te worden van de Boze, bidden wij evenzeer om bevrijd te worden van al het kwaad, in heden, verleden en toekomst, dat hij tot stand brengt of waarvan hij de aanstichter is In deze afsluitende bede brengt de Kerk heel de ellende van de wereld tot de Vader. Met de verlossing uit al het kwaad dat de mensheid neerdrukt, smeekt zij de kostbare gave van de vrede af en de genade van de volhardende verwachting van de wederkomst van Christus. Door zo te bidden loopt zij in de nederigheid van het geloof vooruit op het moment waarop alles en iedereen onder een hoofd wordt gebracht in Hem die "de sleutels van de dood en het dodenrijk heeft" (Openb. 1, 18), "'die is en die was en die komt', de Albeheerser" (Openb. 1, 8): Vgl. Openb. 1, 4

Verlos ons, Heer, van alle kwaad, geef vrede in onze dagen; dat wij, gesteund door uw barmhartigheid, vrij mogen zijn van zonde en beveiligd tegen alle onrust, hoopvol wachtend op de komst van Jezus, Messias, uw Zoon. Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten, Editio typica tertio emendata 2002/2008, Missale Romanum (6 okt 2008). Embolisme, Altaarmissaal (NL) blz. 715; Missaal voor Zon. en Feestdagen (B), 360

Document

Naam: CATECHISMUS VAN DE KATHOLIEKE KERK
Soort: Catechismus-Compendium
Datum: 15 augustus 1997
Copyrights: © 1997, Libreria Editrice Vaticana
waarin verwerkt niet officiële aanpassing aan de "editio typica"
Bewerkt: 12 augustus 2021

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam