• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
De erfzonde - een wezenlijke geloofswaarheid
Met het voortschrijden van de openbaring wordt ook de realiteit van de zonde duidelijk gemaakt. Hoewel Gods volk uit het Oude Testament het verdriet in het menselijk bestaan bezien heeft in het licht van het verhaal van de zondeval in Genesis, kon het de uiteindelijke betekenis van dit verhaal, die pas in het licht van de dood en de verrijzenis van Jezus Christus duidelijk wordt, niet begrijpen. Vgl. Rom. 5, 12-21 Men moet Christus kennen als de bron van genade om Adam te herkennen als de bron van zonde. De Geest, de Helper, gezonden door de verrezen Christus, Hij is het die gekomen is "om de wereld te overtuigen van wat zonde is" (Joh. 16, 8) door Hem die haar Verlosser is, te openbaren.

Alinea's in de marge van alinea 388

In de heilsgeschiedenis heeft God zich er niet mee tevreden gesteld Israël te bevrijden "uit het slavenhuis" (Deut. 5, 6) door het uit Egypte te laten vertrekken. Hij redt het nog steeds uit de zonde. Omdat de zonde nog altijd een belediging van God is, Vgl. Ps. 51,6 kan Hij alleen haar vergeven. Vgl. Ps. 51, 12 Daarom zal Israël door zich steeds meer bewust te worden van de universaliteit van de zonde uiteindelijk slechts het heil kunnen zoeken in het aanroepen van God, de Verlosser. Vgl. Ps. 79, 9
Ten overstaan van de bekoorlijke en mysterievolle aanwezigheid van God ontdekt de mens zijn kleinheid. Voor de brandende doornstruik trekt Mozes zijn sandalen uit en bedekt hij zijn gezicht ten overstaan van de goddelijke heiligheid Vgl. Ex. 3, 5-6 . In tegenwoordigheid van de heerlijkheid van de driewerf heilige God roept Jesaja uit: "Wee mij! Ik ben verloren! Ik ben een mens met onreine lippen" (Jes. 6, 5). Bij het zien van de goddelijke tekenen die Jezus stelt, roept Petrus uit: "Heer, ga van mij weg, want ik ben een zondaar" (Lc. 5, 8). Maar omdat God heilig is, kan Hij de mens vergeven die tegenover Hem erkent dat hij een zondaar is. "Neen, Ik zal mijn vlammende toorn toch niet koelen (... ) want ik ben God, Ik ben geen mens, Ik ben de Heilige in uw midden". (Hos. 11, 9). De apostel Johannes zal eveneens zeggen: "Dan mogen wij' ook voor zijn aanschijn ons geweten geruststellen, ook als het ons veroordeelt, want God is groter dan ons hart en Hij weet alles" (1 Joh. 3, 19-20).

"In werkelijkheid vindt het mysterie van de mens alleen zijn verklaring in het licht van het mysterie van het mensgeworden Woord": 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 22. § 1, vert uit Lat.

De oorsprong van het menselijk geslacht gaat volgens de apostel Paulus terug op twee mensen, Adam en Christus... Paulus zegt: "De eerste mens, Adam, werd een levend wezen; de tweede Adam werd een levendmakende Geest" (1 Kor. 15, 45). Die eerste is door die tweede geschapen. Van Hem heeft hij ook een ziel ontvangen zodat hij leeft... De tweede Adam heeft zijn beeld afgedrukt in de eerste, toen Hij hem vormde uit klei. Daarom nam Hij diens menselijke persoon aan en nam Hij zijn naam over. Zo ontbrak Hem niets van wat Hij als een beeld van zichzelf had geschapen: de eerste Adam en de laatste Adam. Die eerste heeft een begin, die laatste heeft geen einde. Die laatste is in feite ook zelf de eerste, want Hij zegt: "Ik ben de eerste en de laatste" (Openb. 1, 8). H. Petrus Chrysologus, Sermones. Serm. 117, vert Getijdenboek Lect II,796
Pas wanneer het uur gekomen is waarop Hij verheerlijkt zal worden, belooft Jezus de komst van de heilige Geest, aangezien zijn dood en verrijzenis de vervulling van de aan de vaderen gedane belofte zullen zijn: Vgl. Joh. 14, 16-17.26 Vgl. Joh. 15, 26 Vgl. Joh. 16, 7-15 Vgl. Joh. 17, 26 de Geest van waarheid, de andere Paracleet, zal op Jezus' gebed door de Vader gegeven worden. Hij zal door de Vader in naam van Jezus gezonden worden; Jezus zal Hem zenden, wanneer Hij bij de Vader is, want Hij is voortgekomen uit de Vader. De heilige Geest zal komen, wij zullen Hem kennen en Hij zal voor altijd bij ons zijn, Hij zal bij ons verblijven; Hij zal ons alles onderrichten en zal ons in herinnering brengen alles wat Christus gezegd heeft, en Hij zal getuigenis van Hem afleggen; Hij zal ons leiden naar de gehele waarheid en zal Christus verheerlijken. Hij zal de wereld het overtuigend bewijs leveren van wat zonde, gerechtigheid en oordeel is.

Document

Naam: CATECHISMUS VAN DE KATHOLIEKE KERK
Soort: Catechismus-Compendium
Datum: 15 augustus 1997
Copyrights: © 1997, Libreria Editrice Vaticana
waarin verwerkt niet officiële aanpassing aan de "editio typica"
Bewerkt: 12 augustus 2021

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam