• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

"Geef ons": mooi is dit vertrouwen van de kinderen die alles van hun Vader verwachten "Hij laat de zon opgaan over slechten en goeden en laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen" (Mt. 5, 45) en Hij "voedt" alle levenden "op hun tijd" (Ps. 104, 27) Jezus leert ons deze bede: in feite wordt hierdoor onze Vader verheerlijkt, omdat erkend wordt, hoe goed Hij is en elke goedheid te boven gaat.

"Geef ons" geeft ook nog uiting aan het verbond: Hij hoort bij ons en wij horen bij Hem en Hij is er voor ons. Maar dat "ons" erkent Hem ook als de Vader van alle mensen en wij bidden tot Hem voor alle mensen, in solidariteit met hun noden en smarten.

"Ons brood" Het is onmogelijk dat de Vader, die ons het leven geeft, ons niet het voedsel geeft dat noodzakelijk is voor het leven, alle "passende" goederen, stoffelijk en geestelijk In de Bergrede legt Jezus de nadruk op dit kinderlijk vertrouwen waardoor wij meewerken aan de Voorzienigheid van onze Vader Vgl. Mt. 6, 25-34 Jezus verplicht ons daarmee geenszins tot passiviteit, Vgl. 2 Tess. 3, 6-13 maar Hij wil ons bevrijden van elke onrust die ons bezighoudt, en van elke bezorgdheid Zozeer verlaten de kinderen van God zich op Hem:

De Heer belooft aan allen die op zoek zijn naar zijn rijk en zijn gerechtigheid, dat hun alles als toegift gegeven zal worden. Alle goederen zijn van God Daarom zal wie God bezit niets tekort komen, als hij tenminste zelf niet ten opzichte van God tekortschiet. H. Cyprianus van Carthago, De Dominica Oratione. 21, vert uit Lat.

Maar de aanwezigheid van hen die honger hebben door gebrek aan brood, laat een andere diepte van deze bede uitkomen Het drama van de honger in de wereld betekent voor de Christenen die bidden in waarheid, een oproep tot een doelmatige verantwoordelijkheid jegens hun broeders, zowel in hun persoonlijke gedragingen als in hun solidariteit met de menselijke gemeenschap Deze bede uit het gebed van de Heer kan niet los gezien worden van de gelijkenis van de arme Lazarus Vgl. Lc. 16, 19-31 en die van het laatste oordeel. Vgl. Mt. 25, 31-46

Net zoals de gist in het deeg moet het nieuwe van het rijk de aarde in beweging brengen door de Geest van Christus. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over het lekenapostolaat, Apostolicam Actuositatem (18 nov 1965), 5 Het vernieuwende moet tot uiting komen in de totstandkoming van de rechtvaardigheid in de intermenselijke en sociale, de economische en internationale betrekkingen, zonder ooit uit het oog te verliezen dat er zonder mensen die rechtvaardig willen zijn, geen rechtvaardige structuur bestaat.

Het gaat om "ons" brood, d.w.z. één brood voor "velen". De armoede van de zaligsprekingen bestaat in de deugd van het delen: deze armoede is een oproep tot het meedelen van en het laten delen in de stoffelijke en geestelijke goederen, niet uit dwang maar uit liefde, opdat de overvloed van de ene groep de noden van de andere te hulp komt. Vgl. 2 Kor. 8, 1-15

"Bid en werk." [H. Benedictus van Nursia, Regel voor monniken, Regula monasticorum. 20;48 "Bidt, alsof alles van God zou afhangen, en werkt, alsof alles van u zou afhangen". Toegeschreven aan de heilige Ignatius van Loyola; (Vgl. J. de Guibert S.J., La spirituaIité de Ia Compagnie de Jésus Esquisse historique, Rome 1953, blz. 137). Ook nadat wij ons werk gedaan hebben, blijft het voedsel een gave van onze Vader; het is goed om Hem erom te vragen en Hem ervoor dank te brengen. Dat is de diepere betekenis van de zegening van de tafel in een christelijk gezin.

Deze bede en de verantwoordelijkheid die ze met zich meebrengt, zijn ook nog van toepassing op een ander soort honger waardoor de mensen wegkwijnen: "De mens leeft niet van brood alleen, maar van alles wat uit de mond van de Heer komt" (Mt. 4, 4) Vgl. Deut 8,3 , d.w.z. zijn woord en zijn adem. De Christenen moeten al hun krachten aanwenden om "de blijde boodschap te verkondigen aan de armen" Er heerst honger op aarde, "geen honger naar brood, geen dorst naar water, maar honger en dorst om het woord van de Heer te horen" (Am 8, 11). Daarom heeft de specifiek christelijke betekenis van deze vierde bede betrekking op het brood des levens: het woord van God dat wij aanvaarden in het geloof, het lichaam van Christus dat wij ontvangen in de Eucharistie. Vgl. Joh. 6, 26-58

"Heden" is ook een uitdrukking van vertrouwen. De Heer leert ons deze uitdrukking; Vgl. Mt. 6, 34 Vgl. Ex. 16, 19 wij zouden ons niet aanmatigen ze uit te vinden Omdat het vooral gaat om het woord van God en Om het lichaam van zijn Zoon, is dit "heden" niet alleen het heden van onze vergankelijke tijd: het is het heden van God:

Als u dagelijks het brood ontvangt, dan is er voor u dagelijks een "heden". Als Christus heden de uwe is dan verrijst Hij dagelijks voor u. Hoe kan dat? "Gij zijt mijn zoon, Ik heb u heden verwekt" (Ps. 2, 7). "Heden" wil dus zeggen: wanneer Christus verrijst. H. Ambrosius van Milaan, Over de Sacramenten, De Sacramentis. 5,26, vert. uit Lat.

"Dagelijks". Dit woord, epiousios, wordt nergens anders in het Nieuwe Testament gebruikt. Als wij het opvatten in temporele zin, wordt hiermee voor de duidelijkheid het woord "heden" Vgl. Ex. 16, 19-21 herhaald; zo worden wij bevestigd in een vertrouwen "zonder voorbehoud". Opgevat in kwalitatieve zin verwijst het naar het levensnoodzakelijke en in bredere zin naar alles wat dient tot ons levensonderhoud. Vgl. 1 Tim. 6, 8 Als wij het opvatten in letterlijke zin (epiousios: "bovennatuurlijk"), is het een rechtstreekse verwijzing naar het brood des levens, het lichaam van Christus, "geneesmiddel voor onsterfelijkheid" H. Ignatius van Antiochië, Brief aan de Efesiërs, Epistula ad Ephesios. 20,2, in: PG 5,661; zonder dit bovennatuurlijk brood hebben wij het leven niet in ons. Vgl. Joh. 6, 53-56 Met de zojuist genoemde betekenis wordt ook de hemelse betekenis duidelijk: "vandaag" is de dag van de Heer, de dag van het feestmaal van het rijk, waarop wij in de eucharistie vooruitlopen; hierin hebben wij reeds een voorsmaak van het rijk dat komen gaat. Daarom is het passend om de dienst van de eucharistie "elke dag" te vieren.

De Eucharistie is ons dagelijks brood. Dit goddelijk voedsel heeft de kracht om één te maken: wij worden Lichaam van Christus, zijn ledematen, zodat wij zijn wat we ontvangen. (...) Maar ook de lezingen die u elke dag in de kerk hoort zijn dagelijks brood, ook de hymnen die u hoort en zingt zijn dagelijks brood. Dat alles hebben wij nodig op onze pelgrimstocht. H. Augustinus, Sermones. 57,7,7, vert. uit Lat.

De Vader van de hemel spoort ons aan om als kinderen van de hemel te vragen om het brood van de hemel. Vgl. Joh. 6, 51 Christus "zelf is het brood dat gezaaid is in de maagd; gegist in het vlees, is gekneed door het lijden gebakken in de oven van het graf, toevertrouwd aan de kerk, gedragen naar de altaren en het levert dagelijks aan de gelovigen voedsel uit de hemel". H. Petrus Chrysologus, Sermones. 67,7

Document

Naam: CATECHISMUS VAN DE KATHOLIEKE KERK
Soort: Catechismus-Compendium
Datum: 15 augustus 1997
Copyrights: © 1997, Libreria Editrice Vaticana
waarin verwerkt niet officiële aanpassing aan de "editio typica"
Bewerkt: 19 juni 2017

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2017, Stg. InterKerk, Schiedam