• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

In Christus en door zijn menselijke wil is de wil van de Vader op volmaakte wijze en eens voor altijd vervuld. Toen Jezus in deze wereld kwam, heeft Hij gezegd: "Hier ben Ik. Ik ben gekomen, o God om uw wil te doen" (Heb. 10, 7). Vgl. Ps. 40, 8-9 Jezus alleen kan zeggen: "Ik doe altijd wat Hem behaagt" (Joh. 8, 29). In het gebed van zijn doodsstrijd stemt Hij helemaal in met die wil: "Niet mijn wil, maar uw wil geschiede!" (Lc. 22, 42). Vgl. Joh. 4, 34 Vgl. Joh. 5, 30 Vgl. Joh. 6, 38 Daarom ook heeft Jezus "zich gegeven voor onze zonden volgens de wil van onze God en Vader" (Gal. 1, 4). "Door die wil zijn wij geheiligd, eens voor al, door het offer van het lichaam van Jezus Christus" (Heb. 10, 10).

Alinea's in de marge van alinea 2824

De menselijke wil van Christus
Op overeenkomstige wijze heeft de kerk op het Zesde Oecumenische Concilie Derde Concilie van Constantinopel in 681 beleden dat Christus op grond van zijn twee naturen, twee beginselen van willen en handelen heeft, een goddelijk en een menselijk, niet tegengesteld aan elkaar, maar samenwerkend, zodat het mensgeworden Woord op menselijke wijze, in gehoorzaamheid aan zijn Vader, alles gewild heeft wat Hij op goddelijke wijze met de Vader en de heilige Geest tot ons heil besloten heeft. Vgl. 3e Concilie van Constantinopel, 18e Zitting - Definitie over de twee willen en werkzaamheden in Christus, Sessio XVIII - Definitio de duabus in Christo voluntatibus et opertionibus, 4-7 De menselijke wil van Christus "volgt zijn goddelijke wil zonder er weerstand aan te bieden of zich ertegen te verzetten, maar hij voegt zich veeleer naar deze goddelijke en almachtige wil." 3e Concilie van Constantinopel, 18e Zitting - Definitie over de twee willen en werkzaamheden in Christus, Sessio XVIII - Definitio de duabus in Christo voluntatibus et opertionibus, 4. vert. uit Lat.
De doodsangst in Getsemane

De beker van het Nieuwe Verbond waarop Jezus bij het laatste avondmaal vooruitgelopen is door zichzelf aan te bieden Vgl. Lc. 22, 20 , ontvangt Hij vervolgens uit handen van de Vader in zijn doodsangst in Getsemane Vgl. Mt. 26, 42 door "gehoorzaam te worden tot de dood" (Fil. 2, 8). Vgl. Heb. 5, 7-8 Jezus bidt: "Mijn Vader, als het mogelijk is, laat deze beker Mij voorbijgaan..." (Mt. 26, 39). Hij drukt zo de afschuw uit die de dood betekent voor zijn menselijke natuur. Zijn menselijke natuur is immers, evenals de onze, bestemd voor het eeuwige leven; bovendien was zij, anders dan de onze, volkomen vrij van de zonde Vgl. Heb. 4, 15 die de dood veroorzaakt Vgl. Rom. 5, 12 ; maar bovenal is de menselijke natuur van Jezus opgenomen in de goddelijke persoon van de "leidsman ten leven" (Hand. 3, 15), van de "levende". Vgl. Openb. 1, 17 Vgl. Joh. 1, 4 Vgl. Joh. 5, 26 Door met zijn menselijke wil ermee in te stemmen dat de wil van de Vader geschiede Vgl. Mt. 26, 42 , aanvaardt Hij zijn verlossende dood om in zijn eigen lichaam onze zonden op het kruishout te dragen" (1 Pt. 2, 24).

Document

Naam: CATECHISMUS VAN DE KATHOLIEKE KERK
Soort: Catechismus-Compendium
Datum: 15 augustus 1997
Copyrights: © 1997, Libreria Editrice Vaticana
waarin verwerkt niet officiële aanpassing aan de "editio typica"
Bewerkt: 10 juli 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam