• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

In het water van het Doopsel zijn wij rein gewassen, geheiligd, gerechtvaardigd in de naam van de Heer Jezus Christus en door de Geest van onze God" (1 Kor. 6, 11). In ons hele leven "heeft" onze Vader "ons geroepen tot heiliging" (1 Tess. 4, 7), en, omdat "wij dank zij Hem in Christus Jezus zijn, die van Godswege heel onze heiliging is geworden" (1 Kor. 1, 30), is het voor zijn glorie en voor ons leven van beslissend belang dat zijn naam in ons en door ons geheiligd wordt. Zo dringend is onze eerste bede.

Trouwens door wie zou God geheiligd kunnen worden, God, die immers zelf heilig maakt? Maar omdat Hij zelf gezegd heeft: "wees heilig, want Ik ben heilig" (Lev. 11, 44), vragen wij dat wij, die door het doopsel geheiligd zijn, mogen volharden in de richting die wij daarmee ingeslagen zijn. Elke dag smeken wij hierom. Want wij zondigen dagelijks en wij moeten ons van onze zonden reinigen door een steeds hernieuwde (herhaalde) heiliging. Wij bidden dat die heiligheid in ons bewaard wordt. H. Cyprianus van Carthago, De Dominica Oratione. 12, vert. uit Lat.

Of zijn naam al dan niet bij alle volken geheiligd wordt, hangt af van ons leven en, onlosmakelijk daarmee verbonden, van ons gebed:

Wij vragen God dat Hij zijn naam heiligt, omdat Hij door zijn heiligheid de hele schepping redt en heiligt (...). Het gaat hier om de naam die heil brengt aan de wereld die verloren was. Maar eigenlijk vragen wij hiermee dat de naam van God in ons geheiligd wordt door ons leven. Immers, als wij goed leven, wordt daardoor de naam van God gezegend, terwijl die naam gelasterd wordt als wij slecht leven, volgens het woord van de apostel Paulus: "Door uw toedoen wordt Gods naam gelasterd onder de heidenen"  (Rom. 2, 24). Vgl. Ez. 36, 20-22 Wij bidden dus om te verdienen heilig te zijn zoals de naam van onze God heilig is. H. Petrus Chrysologus, Sermones. 71, vert. uit Lat.

Wanneer wij zeggen: "Uw naam worde geheiligd", dan vragen wij daarmee dat zijn naam geheiligd wordt in ons, die in Hem zijn; tegelijkertijd ook dat zijn naam geheiligd wordt in de anderen die de genade van God nog te verwachten hebben; op die manier geven wij gehoor aan de opdracht om te bidden voor allen, zelfs "voor onze vijanden". Dààrom zeggen wij niet uitdrukkelijk: "Uw naam worde geheiligd in ons", want wij bedoelen te zeggen: "Worde geheiligd in allen". Tertullianus, De Oratione. 3, vert. uit Lat.

Deze bede, die alle andere omvat, wordt verhoord door het gebed van Christus, evenals de andere zes beden die nog volgen, verhoord worden. Het gebed tot onze Vader is ons gebed, als het gebeden wordt "in de naam" van Jezus. Vgl. Joh. 14, 13 Vgl. Joh. 15, 16 Vgl. Joh. 16, 24.26 Jezus vraagt in zijn hogepriesterlijk gebed: "Heilige Vader, bewaar in uw Naam hen die Gij Mij gegeven hebt" (Joh. 17, 11).

Document

Naam: CATECHISMUS VAN DE KATHOLIEKE KERK
Soort: Catechismus-Compendium
Datum: 15 augustus 1997
Copyrights: © 1997, Libreria Editrice Vaticana
waarin verwerkt niet officiële aanpassing aan de "editio typica"
Bewerkt: 12 augustus 2021

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam