• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Deze vrij geschonken gave van het kindschap door aanneming vereist van onze kant een voortdurende bekering en een nieuw leven. Het bidden tot onze Vader moet in ons twee fundamentele instellingen tot ontwikkeling brengen: Het verlangen en de wil om op Hem te lijken. Wij waren al geschapen naar zijn evenbeeld. Door de genade hebben wij de gelijkenis met Hem teruggekregen. Dienovereenkomstig moeten wij ook handelen.

Hij wil dat wij (...) Hem Vader noemen en dat (...) wij kinderen van God heten. Wij moeten daarom goed beseffen, geliefde broeders en zusters, dat wij ons als kinderen van God behoren te gedragen. H. Cyprianus van Carthago, De Dominica Oratione. 11, vert. Getijdenboek Lect. I,5,85

Gij kunt uw Vader niet de God van alle goeds noemen, als uw hart wreed en onmenselijk blijft. Want in dat geval draagt ge in uzelf niet meer het kenmerk van de goedheid van uw hemelse Vader. H. Johannes Chrysostomos, Preek over het Evangelie volgens Mattheüs, In Matthaeum Homilia. 7,14, vert. uit Gr.

Wij moeten onophoudelijk de schoonheid van de Vader beschouwen en onze ziel daarvan doordringen. H. Gregorius van Nyssa, Over het gebed des Heren, De oratione Dominica. 2, vert uit Gr. vert. uit Lat.

Alinea's in de marge van alinea 2784

Christus' oproep tot bekering blijft evenwel weerklinken in het leven van de Christenen. Deze tweede bekering is een ononderbroken opgave voor heel de Kerk die "in haar eigen schoot zondaars omvat" en die zich dus, "tezelfdertijd heilig en altijd tot zuivering geroepen, onophoudelijk toelegt op boetvaardigheid en levensvernieuwing". 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 8. vert. uit Lat. Dit streven naar bekering is niet zonder meer mensenwerk, maar een ontroering van "het vermorzelde hart" (Ps. 51, 19) dat aangetrokken en bewogen wordt door de genade Vgl. Joh. 6, 44 Vgl. Joh. 12, 32 om te beantwoorden aan de barmhartige liefde van God, die ons het eerst heeft liefgehad. Vgl. 1 Joh. 4, 10

De genade is een deelname aan het leven van God en leidt ons binnen in de innigheid van het trinitair leven: door het Doopsel heeft de Christen deel aan de genade van Christus, hoofd van zijn lichaam. Als "aangenomen zoon" kan hij God voortaan "Vader" noemen in de eenheid met de enige Zoon. Hij ontvangt het leven van de Geest die hem de liefde ingeeft en de Kerk opbouwt.

Document

Naam: CATECHISMUS VAN DE KATHOLIEKE KERK
Soort: Catechismus-Compendium
Datum: 15 augustus 1997
Copyrights: © 1997, Libreria Editrice Vaticana
waarin verwerkt niet officiële aanpassing aan de "editio typica"
Bewerkt: 7 november 2019

Referenties naar dit document

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam