• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Bij bekoringen in het gebed
De meest gangbare en verborgen bekoring is ons gebrek aan geloof. Dit komt minder tot uiting in een uitgesproken ongelovigheid dan wel in een daadwerkelijke voorkeur. Wanneer wij beginnen te bidden, dwingen zich duizend werken of zorgen op die dwingend geacht worden, alsof zij voorrang hebben; dit is opnieuw het uur van de waarheid voor het hart en zijn voorkeursliefde. Nu eens keren wij ons tot de Heer als de laatste toevlucht: maar geloven wij er werkelijk in? Dan weer nemen wij de Heer als bondgenoot, maar het hart is nog verwaand. In alle gevallen brengt ons gebrek aan geloof aan het licht dat Wij nog niet in de gesteldheid van het nederige hart zijn: "Los van Mij kunt gij niets" (Joh. 15,5).

Alinea's in de marge van alinea 2732

Het hart, dat zodoende vastbesloten is om zich te bekeren, leert bidden in het geloof. Het geloof is een instemming met God op de wijze van een kind; het gaat wat wij voelen en begrijpen, te boven. Het geloof is mogelijk geworden, omdat de welbeminde Zoon voor ons de toegang tot de Vader geopend heeft. Hij kan ons vragen om te "zoeken" en te "kloppen", omdat Hijzelf de poort en de weg is. Vgl. Mt. 7, 7-11.13-14

Het ongeloof is de onverschilligheid ten opzichte van de geopenbaarde waarheid, of de vrijwillige weigering zijn instemming ermee te betuigen. "Ketterij wordt genoemd: het, na het ontvangen van het Doopsel, hardnekkig ontkennen of in twijfel trekken van een of andere waarheid die met goddelijk en katholiek geloof geloofd moet worden; apostasie: het volkomen afwijzen van het christelijk geloof; schisma: het zich onttrekken aan het gezag van de Paus of aan de gemeenschap met de onder zijn gezag staande kerkleden". Wetboek, Codex van het Canonieke recht, Codex Iuris Canonici (25 jan 1983), 751

Er zijn twee soorten van vermetel vertrouwen . Ofwel overschat de mens zijn eigen mogelijkheden (denkend dat hij zichzelf kan redden zonder hulp van boven), ofwel overschat hij de goddelijke almacht en barmhartigheid (hopend dat hij vergiffenis zal verkrijgen zonder bekering of de zaligheid zonder verdienste).

"Zonder Mij kunt gij niets doen"

Jezus zegt: "Ik ben de wijnstok, gij zijt de ranken. Wie in Mij blijft, zoals Ik in hem, die draagt veel vrucht, want los van Mij kunt gij niets" (Joh. 15, 5). De vrucht waarvan hier sprake is, is de heiligheid van een leven, dat vruchtbaar geworden is door de vereniging met Christus. Wanneer wij in Jezus Christus geloven, deel hebben aan zijn mysteries en zijn geboden onderhouden, komt de Verlosser zelf om in ons zijn Vader en zijn broeders, onze Vader en onze broeders, te beminnen. Dankzij de heilige Geest wordt zijn persoon de levende en innerlijke regel van ons handelen. "Dit is mijn gebod dat gij elkander liefhebt, zoals Ik u heb liefgehad" (Joh. 15, 12).

Document

Naam: CATECHISMUS VAN DE KATHOLIEKE KERK
Soort: Catechismus-Compendium
Datum: 15 augustus 1997
Copyrights: © 1997, Libreria Editrice Vaticana
waarin verwerkt niet officiële aanpassing aan de "editio typica"
Bewerkt: 17 oktober 2019

Referenties naar dit document

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam