• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Het mysterie van de schijnbare onmacht van God
Het geloof in God de almachtige Vader kan op de proef gesteld worden door de ervaring van het kwaad en het lijden. Soms kan het lijken alsof God afwezig is en niet in staat het kwaad te verhinderen. Welnu, God de Vader heeft zijn almacht op de meest mysterievolle manier geopenbaard in de vrijwillige vernedering en in de verrijzenis van zijn Zoon, waardoor Hij het kwaad overwonnen heeft. Zo is de gekruisigde Christus "Gods kracht en Gods wijsheid. Want de dwaasheid van God is wijzer dan de mensen en de zwakheid van God is sterker dan de mensen" (1 Kor. 1, 24-25). In de verrijzenis en de verheffing van Christus heeft de Vader "de sterkte van zijn kracht" ontplooid en getoond "met welke buitengewone grootheid zijn macht voor ons gelovigen bekleed is" (Ef. 1, 19-22).

Alinea's in de marge van alinea 272

De voorzienigheid en de aanstoot van het kwaad
Als God de almachtige Vader, Schepper van de geordende en goede wereld, voor al zijn schepselen zorgt, waarom bestaat dan het kwaad? Op deze even klemmende als onvermijdelijke, deze even smartelijke als mysterieuze vraag kan niet vlug een afdoend antwoord gegeven worden. Het geheel van het christelijk geloof vormt het antwoord op deze vraag: de goedheid van de schepping, het drama van de zonde, de geduldige liefde van God die de mens tegemoet komt door verbintenissen die Hij telkens met hem sluit, door de verlossende menswording van zijn Zoon, door de gave van de Geest, door de gemeenschap van de kerk, door de kracht van de sacramenten, door de roeping tot een gelukzalig leven waarmee de vrije schepselen op uitnodiging van God van tevoren hun instemming kunnen betuigen, maar waaraan zij zich ook door een verschrikkelijk mysterie, van meet af aan kunnen onttrekken. Er is geen enkel aspect van de christelijke boodschap dat niet voor een gedeelte een antwoord is op het probleem van het kwaad.
Maar waarom heeft God de eerste mens niet verhinderd te zondigen? De heilige Leo de Grote geeft als antwoord: "Door de onuitsprekelijke genade van Christus hebben wij een groter goed ontvangen dan wat wij door de afgunst van de demon verloren hadden". H. Paus Leo I de Grote, Sermones. 73,4. vert uit Lat. En de heilige Thomas van Aquino zegt: "Niets verzet zich ertegen dat de menselijke natuur na de zonde tot een hoger doel bestemd is. God laat immers toe dat er kwaad geschiedt om er een groter goed uit de doen ontstaan. Vandaar wordt er gezegd: 'Waar de zonde heeft gewoekerd, werd de genade mateloos' (Rom. 5, 20); bij het zegenen van de paaskaars wordt gezegd: 'Gelukkige schuld, waaraan wij de Verlosser danken!"'. H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae. 3.1,3 ad. 3, vert. uit Lat.
Jezus sluit zich uit vrije wil bij de verlossende liefde van de Vader aan
Door zich in zijn menselijk hart aan te sluiten bij de liefde van de Vader voor de mensen heeft Jezus "hen tot het uiterste toe bemind" (Joh. 13, 1), " want geen groter liefde kan iemand hebben dan deze, dat hij zijn leven geeft voor zijn vrienden" (Joh. 15, 13). Zo is in het lijden en de dood zijn mensheid het vrije en volmaakte instrument geworden van zijn goddelijke liefde, die het heil van de mensen wil Vgl. Heb. 2, 10.17-18 Vgl. Heb. 4, 15 Vgl. Heb. 5, 7-9 . Hij heeft immers vrijwillig zijn lijden en zijn dood op zich genomen uit liefde voor zijn Vader en voor de mensen die de Vader wil redden: "Niemand neemt Mij mijn leven af, maar Ik geef het uit Mijzelf" (Joh. 10, 18). Vandaar de soevereine vrijheid van de Zoon van God, wanneer Hijzelf de dood ingaat Vgl. Joh. 18, 4-6 Vgl. Mt. 26, 53 .
De verrijzenis van Christus is een voorwerp van geloof in zoverre ze een transcendent ingrijpen van God zelf is in de schepping en de geschiedenis. Hierin zijn de drie goddelijke personen tegelijkertijd samen werkzaam en tonen zij hun eigen oorspronkelijkheid. Ze heeft plaatsgevonden door de macht van de Vader, die Christus, zijn Zoon, "opgewekt heeft" Vgl. Hand. 2, 24 en zo op volmaakte wijze zijn menselijke natuur - met zijn lichaam - in de Drieëenheid heeft binnengeleid. Jezus wordt definitief "naar de Geest aangewezen als Zoon van God door Gods machtige daad, door zijn opstanding uit de doden" (Rom. 1, 3-4). De heilige Paulus benadrukt de openbaring van Gods macht Vgl. Rom. 6, 4 Vgl. 2 Kor. 13, 4 Vgl. Fil. 3, 10 Vgl. Ef. 1, 19-22 Vgl. Heb. 7, 16 door het werk van de Geest die de dode menselijke natuur van Jezus tot leven gewekt heeft en deze geroepen heeft tot de glorievolle staat van Heer.

Document

Naam: CATECHISMUS VAN DE KATHOLIEKE KERK
Soort: Catechismus-Compendium
Datum: 15 augustus 1997
Copyrights: © 1997, Libreria Editrice Vaticana
waarin verwerkt niet officiële aanpassing aan de "editio typica"
Bewerkt: 12 augustus 2021

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam