• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Het tweede gebed wordt vermeld door de heilige Johannes Vgl. Joh. 11, 41-42 en speelt zich af vóór de opwekking van Lazarus. Het dankgebed gaat vooraf aan de gebeurtenis: "Vader, Ik dank U dat Gij Mij verhoord hebt", hetgeen inhoudt dat de Vader altijd gehoor geeft aan zijn verzoek; en Jezus voegt er onmiddellijk aan toe: "Ik wist wel, dat Gij Mij altijd verhoort", hetgeen inhoudt dat Jezus van zijn kant op standvastige wijze vraagt. Zodoende openbaart het gebed van Jezus, gedragen door de dankzegging ons, hoe we moeten vragen: voordat de gave gegeven wordt, stemt Jezus in met Hem die geeft en in zijn gaven zichzelf geeft. De gever is kostbaarder dan de verleende gave, Hij is de "schat", en in Hem is het hart van zijn Zoon; de gave wordt "erbij" Vgl. Mt. 6, 21-33 gegeven.

Het "hogepriesterlijk" gebed van Jezus Vgl. Joh. 17 neemt een unieke plaats in de heilsgeschiedenis in. Aan het einde van de eerste sectie staat een overweging bij dit gebed. Het openbaart in feite het nog steeds actuele gebed van onze Hogepriester en tegelijkertijd bevat het datgene wat Hij ons leert in ons gebed tot onze Vader; dit laatste gebed zal worden behandeld in de tweede sectie.

Alinea's in de marge van alinea 2604

Het hart van het mensgeworden Woord
Jezus heeft tijdens zijn leven, zijn doodsangst en zijn lijden ons allen en ieder van ons gekend en liefgehad en Hij heeft zich voor ieder van ons overgeleverd: "De Zoon van God heeft mij liefgehad en zichzelf overgeleverd voor mij" (Gal. 2, 20). Hij heeft ons allen liefgehad met een menselijk hart. Daarom "wordt" het heilig Hart van Jezus, doorboord door onze zonden en voor ons heil, Vgl. Joh. 19, 34 "als het ware het teken en symbool bij uitstek (...) van deze liefde waarmee de goddelijke Verlosser de Vader en alle mensen zonder uitzondering onophoudelijk bemint. Paus Pius XII, Encycliek, Over de verering van het Allerheiligst Hart van Jezus, Haurietis aquas in gaudio (15 mei 1956), 27 Vgl. Paus Pius XII, Encycliek, Over het mystieke lichaam van Christus en over de vereniging die wij daarin bezitten met Christus, Mystici Corporis Christi (29 juni 1943). DS 3812
Wanneer zijn uur gekomen is, bidt Jezus tot de Vader. Vgl. Joh. 17 Zijn gebed, het langste dat ons door het evangelie is overgeleverd, omvat de hele scheppings- en heilseconomie, net zo goed als zijn dood en verrijzenis dat doen. Het gebed van zijn Uur blijft zonder ophouden het gebed van Jezus zoals ook Pasen, dat "eens voor al" heeft plaatsgevonden, aanwezig blijft in de liturgie van zijn Kerk.

Document

Naam: CATECHISMUS VAN DE KATHOLIEKE KERK
Soort: Catechismus-Compendium
Datum: 15 augustus 1997
Copyrights: © 1997, Libreria Editrice Vaticana
waarin verwerkt niet officiële aanpassing aan de "editio typica"
Bewerkt: 2 juni 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam