• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

In het Evangelie volgens Lucas wordt speciaal aandacht besteed aan de rol van de Heilige Geest en aan de betekenis van het gebed in het dienstwerk van Christus. Jezus bidt precies vóór de beslissende ogenblikken van zijn zending: voordat de Vader getuigenis van Hem aflegt bij zijn Doopsel Vgl. Lc. 3, 21 en bij zijn gedaanteverandering, Vgl. Lc. 9, 28 en voordat Hij door zijn lijden het liefdesplan van zijn Vader vervult. Vgl. Lc. 22, 41-44 Hij bidt ook vóór die beslissende ogenblikken die zullen uitlopen op de keuze en de roeping van de zending van de apostelen: precies vóór de keuze en de roeping van de twaalf Vgl. Lc. 6, 12 en voordat Petrus Hem erkent als "de Gezalfde van God". Vgl. Lc. 9, 18-20 en Hij bidt dat de leider van de apostelen niet verzaakt in de beproeving. Vgl. Lc. 22, 32 In zijn gebed op de momenten vóór de heilsgebeurtenissen die de Vader Hem vraagt te vervullen, legt Jezus, in alle nederigheid en vol vertrouwen, zijn menselijke wil in handen van de liefdevolle wil van de Vader.

"Op een keer was Jezus ergens aan het bidden. Toen Hij ophield, zei een van zijn leerlingen tegen Hem: 'Heer, leer ons bidden"' (Lc. 11, 1). Wordt het verlangen van de leerling om te bidden niet juist gewekt doordat hij zijn Meester gadegeslagen heeft bij het bidden? Pas dan kan hij het leren van de Meester van het gebed. Door de Zoon gade te slaan en naar Hem te luisteren leren de kinderen te bidden tot de Vader.

Jezus trekt zich vaak terug om te bidden: in de eenzaamheid of op een berg, bij voorkeur 's nachts. Vgl. Mc. 1, 35 Vgl. Mc. 6, 46 Vgl. Lc. 5, 16 In zijn gebed draagt Hij de mensen met zich mee - Hij heeft immers ook in zijn vleeswording de menselijke natuur aangenomen -, en doordat Hij zichzelf aanbiedt, biedt Hij de mensen aan de Vader aan. Hij, het Woord dat "het vlees heeft aangenomen", neemt in zijn menselijke gebed deel aan alles wat "zijn broeders" meemaken Vgl. Heb. 2, 12 ; Hij voelt mee met hun zwakheden, om hen ervan te bevrijden. Vgl. Heb. 2, 15 Vgl. Heb. 4, 15 Juist daarom heeft de Vader Hem gezonden. Zijn woorden en werken zijn dan als het ware de zichtbare uitdrukkingsvorm van zijn gebed "in het verborgene".

Uit de tijd van het openbare leven van Christus hebben de evangelisten twee meer expliciete gebeden bewaard. Welnu, elk van beide begint met een dankgebed. In het eerste Vgl. Mt. 11, 25-27 Vgl. Lc. 10, 21-22 belijdt Jezus de Vader, erkent Hem en zegent Hem, omdat Hij de geheimen van het koninkrijk verborgen heeft gehouden voor hen die zich wijs achten, en ze heeft geopenbaard aan "kleinen" (de armen uit de zaligsprekingen). Zijn juichend "Ja, Vader!" komt uit het diepste van zijn hart, uit zij n instemming met het "welgevallen" van de Vader, als een echo van het "fiat" van zijn moeder bij haar ontvangenis en als een voorspel op het "fiat" van Jezus gericht tot zijn Vader tijdens zijn doodstrijd. Het hele gebed van Jezus ligt vervat in deze liefdevolle instemming van zijn menselijke hart met het "geheim raadsbesluit" van de Vader Vgl. Ef. 1, 9 .

Het tweede gebed wordt vermeld door de heilige Johannes Vgl. Joh. 11, 41-42 en speelt zich af vóór de opwekking van Lazarus. Het dankgebed gaat vooraf aan de gebeurtenis: "Vader, Ik dank U dat Gij Mij verhoord hebt", hetgeen inhoudt dat de Vader altijd gehoor geeft aan zijn verzoek; en Jezus voegt er onmiddellijk aan toe: "Ik wist wel, dat Gij Mij altijd verhoort", hetgeen inhoudt dat Jezus van zijn kant op standvastige wijze vraagt. Zodoende openbaart het gebed van Jezus, gedragen door de dankzegging ons, hoe we moeten vragen: voordat de gave gegeven wordt, stemt Jezus in met Hem die geeft en in zijn gaven zichzelf geeft. De gever is kostbaarder dan de verleende gave, Hij is de "schat", en in Hem is het hart van zijn Zoon; de gave wordt "erbij" Vgl. Mt. 6, 21-33 gegeven.

Het "hogepriesterlijk" gebed van Jezus Vgl. Joh. 17 neemt een unieke plaats in de heilsgeschiedenis in. Aan het einde van de eerste sectie staat een overweging bij dit gebed. Het openbaart in feite het nog steeds actuele gebed van onze Hogepriester en tegelijkertijd bevat het datgene wat Hij ons leert in ons gebed tot onze Vader; dit laatste gebed zal worden behandeld in de tweede sectie.

Document

Naam: CATECHISMUS VAN DE KATHOLIEKE KERK
Soort: Catechismus-Compendium
Datum: 15 augustus 1997
Copyrights: © 1997, Libreria Editrice Vaticana
waarin verwerkt niet officiële aanpassing aan de "editio typica"
Bewerkt: 12 april 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam