• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

Het "mysterie van het geloof" is iets groots. De Kerk belijdt het in de apostolische geloofsbelijdenis (eerste deel) en ze viert het in de liturgie van de Sacramenten (tweede deel), opdat het leven van de gelovigen gelijkvormig wordt met Christus in de heilige Geest tot heerlijkheid van God de Vader (derde deel). Dit mysterie vereist dus dat de gelovigen erin geloven, dat ze het vieren en dat ze eruit leven in een levendige en persoonlijke relatie met de levende en ware God. Deze relatie is het gebed.

Het gebed als gave van God

"Het gebed is de verheffing van de geest naar God toe of het verzoek aan God om passende goederen". H. Johannes Damascenus, Over het rechte of orthodoxe geloof, De fide orthodoxa. 3.24; vert. uit Gr. Wanneer wij bidden, vanuit welke houding spreken wij dan? Vanuit de hoogte van onze trots en van onze eigen wil, of vanuit de "diepte" (Ps. 130, 1) van een nederig en berouwvol hart? Hij die zich vernedert, wordt verheven. Vgl. Lc. 18, 9-14 De nederigheid is de grondslag voor het gebed. "Want wij weten niet eens hoe wij behoren te bidden" (Rom. 8, 26). Nederigheid is de instelling om voor niets de gave van het gebed te ontvangen: de mens bedelt om God. Vgl. H. Augustinus, Sermones. 56.6,9

"Als ge enig begrip hadt van de gave Gods" (Joh. 4, 10). Het wonder van het gebed komt juist daar aan het licht, bij de bronnen waar wij het water komen zoeken; daar komt Christus elk menselijk wezen tegemoet, Hij gaat als eerste op zoek naar ons en Hij is het die te drinken vraagt, Jezus heeft dorst, zijn vraag komt uit de diepte van God die verlangt naar ons. Of wij ons hier nu van bewust zijn of niet: het gebed is de ontmoeting tussen de dorst van God en die van ons. God dorst ernaar dat wij dorsten naar Hem. Vgl. H. Augustinus, Quaestiones in Heptateuchum. 64,4

"Ge zoudt het aan Hem hebben gevraagd en Hij zou u levend water hebben gegeven" (Joh. 4, 10). Het gebed waarin wij iets vragen, is vreemd genoeg een antwoord. Een antwoord op de klacht van de levende God: "Mij hebben ze verlaten, de bron van levend water, en ze hebben regenbakken gehouwen, vol barsten!" (Jer. 2, 13), een gelovig antwoord op de gratis belofte van het heil, Vgl. Joh. 7, 37-39 Vgl. Jes. 12, 3 Vgl. Jes. 51, 1 een antwoord van liefde op de dorst van de eniggeboren Zoon. Vgl. Joh. 19, 28 Vgl. Zach. 12, 10 Vgl. Zach. 13, 1

Het gebed als verbond

Waar komt het gebed van de mens vandaan? Wat ook de taal van het gebed (gebaren en woorden) is, het is heel de mens die bidt. Maar om de plaats aan te geven waaruit het gebed voortkomt, heeft de heilige Schrift het soms over de ziel of over de geest, maar meestal over het hart (meer dan duizend keer). Het hart bidt. Als het ver van God verwijderd is, heeft het geen zin om zich in een gebed te uiten.

Het hart is de plaats waar ik mij bevind, waar ik woon (volgens de Semitische of Bijbelse uitdrukking: waar ik "mijn intrek neem"). Het is ons verborgen middelpunt, niet te bevatten voor onze rede en evenmin voor een ander. alleen de Geest van God kan het peilen en kennen. Het is de plaats van de beslissing, in het diepste van onze psychische neigingen. Het is de plaats van de waarheid, daar waar wij kiezen voor het leven of voor de dood. Het is de plaats van de ontmoeting; want naar het evenbeeld van God leven wij in een relatie: het hart is de plaats van het verbond.

Het christelijk gebed is een relatie van verbond tussen God en de mens in Christus. Het christelijk gebed is zowel goddelijk als menselijk handelen; het komt voort zowel uit de heilige Geest als uit ons, het is helemaal gericht op de Vader en het is in vereniging met de menselijke wil van de mensgeworden Zoon van God.

Het gebed als gemeenschap
In het nieuwe verbond is het gebed de levende relatie van de kinderen van God met hun oneindig goede Vader, met zijn Zoon Jezus Christus en met de heilige Geest. De genade van het rijk Gods bestaat in "de vereniging van de hele heilige Drieëenheid met de hele geest".H. Gregorius van Nazianze, Or. 16,9, vert. uit Gr. Zodoende betekent het leven in gebed: gewoonlijk in de aanwezigheid van de drievuldig heilige God verkeren en in gemeenschap met Hem zijn. Die gemeenschap van leven is altijd mogelijk, omdat wij door het doopsel met Christus één en hetzelfde wezen geworden zijn. Vgl. Rom. 6, 5 Het gebed is christelijk voor zover het gemeenschap met Christus is en zich verbreidt in de kerk, die immers zijn lichaam is. De reikwijdte van het christelijke gebed is de reikwijdte van de liefde van Christus. Vgl. Ef. 3, 18-21

Document

Naam: CATECHISMUS VAN DE KATHOLIEKE KERK
Soort: Catechismus-Compendium
Datum: 15 augustus 1997
Copyrights: © 1997, Libreria Editrice Vaticana
waarin verwerkt niet officiële aanpassing aan de "editio typica"
Bewerkt: 2 juni 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam