• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
God zegent diegenen die de armen te hulp komen en veroordeelt hen die zich van hen afwenden: "Geef aan wie u vraagt, en wend u niet af als iemand van u lenen wil" (Mt. 5, 42). "Voor niets hebt gij ontvangen, voor niets moet gij geven" (Mt. 10, 8). Jezus zal de uitverkorenen herkennen aan datgene wat zij voor de armen gedaan hebben. Vgl. Mt. 25, 31-36 Wanneer "aan armen de blijde boodschap wordt verkondigd" (Mt. 11, 5) Vgl. Lc. 4, 18 , is dit het teken van Christus' aanwezigheid.
"De liefde van de Kerk voor de armen (...) maakt deel uit van haar hechte traditie". H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van de encycliek Rerum Novarum, Centesimus Annus (1 mei 1991), 57 Ze vindt haar inspiratie in het Evangelie van de zaligsprekingen, Vgl. Lc. 6, 20-22 in Jezus' armoede Vgl. Mt. 8, 20 en in zijn aandacht voor de armen. Vgl. Mc. 12, 41-44 De liefde voor de armen is zelfs één van de redenen waarom de mens tot arbeid verplicht is, want door "zich in te zetten met eerlijke arbeid, kan hij aan de behoeftige iets geven" (Ef. 4, 28). Deze plicht betreft niet enkel de materiële armoede, maar eveneens de vele vormen van culturele en religieuze armoede. H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van de encycliek Rerum Novarum, Centesimus Annus (1 mei 1991), 57
Liefde voor de armen is niet te verzoenen met een buitensporig verlangen naar rijkdom of met het egoïstisch gebruik ervan:
En gij nu die rijk zijt: weent en jammert om de rampen die over u komen. Uw rijkdom is verrot en uw mooie kleren zijn door motten aangetast. Uw goud en zilver is verroest. Die roest zal tegen u getuigen en als een vuur uw vlees verteren. Schatten hebt gij verzameld, terwijl het de laatste dagen zijn. Hoort, het loon dat gij hebt onthouden aan de arbeiders die uw velden hebben gemaaid, roept luid, en de kreten van uw oogsters zijn doorgedrongen tot de oren van de Heer der heerscharen. Gij hebt op aarde gezwelgd en gebrast, gij hebt u vetgemest voor de dag van de slachting. Gij hebt de rechtvaardige gevonnist en vermoord, hij heeft geen verweer tegen u (Jak. 5,1-6).
De heilige Johannes Chrysostomus herhaalt het met aandrang: "De armen niet laten delen in uw eigen bezittingen is hen bestelen en hen beroven van het leven. Wat we bezitten is niet ons eigendom, het is het hunne". H. Johannes Chrysostomos, De Lazaro Concio. 1,6 "Op de eerste plaats moet men voldoen aan de eisen van de rechtvaardigheid, uit vrees dat men anders als liefdegave zou aanbieden, wat men in feite verschuldigd is krachtens de rechtvaardigheid": 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over het lekenapostolaat, Apostolicam Actuositatem (18 nov 1965), 8
Wanneer wij aan de armen de voor hen onmisbare goederen bezorgen, zijn dat geen bewijzen van onze persoonlijke vrijgevigheid; we geven hun immers slechts wat hun toekomt. Het is veel meer een plicht van rechtvaardigheid die we vervullen, dan een daad van naastenliefde. H. Paus Gregorius de Grote, Herderlijke Regel, Regula pastoralis. 3,21
De werken van barmhartigheid zijn daden van naastenliefde waardoor we de medemens te hulp komen in zijn lichamelijke en geestelijke noden. Vgl. Jes. 58, 6-7 Vgl. Heb. 13, 3 Onderricht geven, goede raad verstrekken, troost brengen en moed inspreken zijn geestelijke werken van barmhartigheid, evenals vergiffenis schenken en onrecht geduldig verdragen. De lichamelijke werken van barmhartigheid zijn dan: de hongerigen spijzen, de vreemdelingen herbergen, de naakten kleden, de zieken en de gevangenen bezoeken, de doden begraven. Vgl. Mt. 25, 31-46 De aalmoes die men aan de armen verstrekt, Vgl. Tobit 4, 5-11 Vgl. Sir. 17, 22 is een van de belangrijkste getuigenissen van de broederlijke liefde: het is ook een daad van gerechtigheid die aan God welgevallig is: Vgl. Mt. 6, 2-4
Wie dubbele kleding heeft, laat hij delen met wie niets heeft, en wie voedsel heeft laat hij hetzelfde doen (Lc. 3, 11). Geef liever datgene wat ge bezit als aalmoes, dan is voor u alles rein (Lc. 11, 41). Stel dat een broeder of zuster geen kleren heeft en niets om te eten, en iemand van u zou zeggen: "Geluk ermee! Houd u warm en eet maar goed" en hij zou niets doen om in hun stoffelijke nood te voorzien, wat heeft dat voor zin? (Jak. 2, 15-16). Vgl. 1 Joh. 3, 17
De menselijke ellende is in haar uiteenlopende vormen van materiële ontbering, onderdrukking, lichamelijke en psychische kwalen en tenslotte de dood het duidelijke teken van de aangeboren toestand van zwakheid, waarin de mens zich bevindt sinds de erfzonde, en van de nood aan verlossing. Daarom heeft deze ellende het medelijden opgewekt van Christus, onze Verlosser, die ze op zich heeft willen nemen en zich heeft willen vereenzelvigen met de minsten van zijn broeders en zusters. Daarom zijn diegenen die door tegenslagen en ellende getroffen worden het voorwerp van een voorkeursliefde van de Kerk, die zich, ondanks de tekortkomingen van velen van haar leden, vanaf het begin zich onophoudelijk heeft ingespannen om de nood van de armen te verlichten, hen te verdedigen en hen te bevrijden. Zij heeft dit gedaan door ontelbare werken van barmhartigheid en naastenliefde, die nu ook nog overal noodzakelijk zijn". Congregatie voor de Geloofsleer, Over de christelijke vrijheid en bevrijding, Libertatis conscientia (22 mrt 1986), 68

Vanaf het Oude Testament werden allerlei maatregelen genomen ten gunste van de armen (jaar van kwijtschelding van schulden, verbod om te lenen tegen rente en verbod van pandgeving, verplichting tienden te betalen, dagelijkse uitbetaling van de dagloner, recht van nalezen van wijndruiven en korenaren); al deze maatregelen waren een antwoord op de aansporing van Deuteronomium: "Armen zullen er altijd zijn in het land; juist daarom gebied ik u: doe uw beurs wijd apen voor uw behoeftige en arme landgenoot" (Deut. 15, 11). Jezus zegt hierover: "De armen houdt gij altijd bij u, Mij echter niet altijd" (Joh. 12, 8). Zo ontkracht Hij niet de scherpte van de aloude uitspraken: "Dan kopen wij de kleine man voor geld, de arme voor een paar schoenen..." (Am. 8, 6), maar nodigt Hij ons uit om in de armen, zijn broeders, zijn aanwezigheid te herkennen: Vgl. Mt. 25, 40

Toen de heilige Rosa van Lima door haar moeder werd berispt, omdat zij in haar huis armen en zieken opnam, antwoordde ze: "Wanneer we de armen en de zieken dienen, dienen wij Jezus. Daarom mogen wij het nooit nalaten onze naasten te helpen, want in hen dienen wij Jezus." H. Rosa van Lima, Vita mirabilis. P. Hansen (Louvain, 1668)

Document

Naam: CATECHISMUS VAN DE KATHOLIEKE KERK
Soort: Catechismus-Compendium
Datum: 15 augustus 1997
Copyrights: © 1997, Libreria Editrice Vaticana
waarin verwerkt niet officiële aanpassing aan de "editio typica"
Bewerkt: 19 juni 2017

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2017, Stg. InterKerk, Schiedam