• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
God zegent diegenen die de armen te hulp komen en veroordeelt hen die zich van hen afwenden: "Geef aan wie u vraagt, en wend u niet af als iemand van u lenen wil" (Mt. 5, 42). "Voor niets hebt gij ontvangen, voor niets moet gij geven" (Mt. 10, 8). Jezus zal de uitverkorenen herkennen aan datgene wat zij voor de armen gedaan hebben. Vgl. Mt. 25, 31-36 Wanneer "aan armen de blijde boodschap wordt verkondigd" (Mt. 11, 5) Vgl. Lc. 4, 18 , is dit het teken van Christus' aanwezigheid.

Alinea's in de marge van alinea 2443

Jezus draagt zijn leerlingen uitdrukkelijk op Hem te verkiezen boven al het andere en boven alle anderen en dat "ze zich zouden losmaken van alles wat ze bezitten" (Lc. 14, 33) omwille van Hem en van het Evangelie. Vgl. Mc. 8, 35 Kort voor zijn lijden stelt Hij hun de arme weduwe van Jeruzalem ten voorbeeld, die van haar armoede alles offerde waar ze van leven moest. Vgl. Lc. 21, 4 Het gebod zich te onthechten van de rijkdommen, betekent een absolute verplichting om het rijk der hemelen binnen te komen.
Alle gelovigen "moeten erop bedacht zijn om hun gemoed zó te richten, dat zij zich bij het nastreven van de volmaakte liefde niet laten tegenhouden door het gebruik van de aardse goederen en de gehechtheid aan de rijkdom tegen de geest van evangelische armoede in". 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 42
"Zalig de armen van geest" (Mt. 5, 3). De zaligsprekingen tonen ons een orde van geluk en genade, van schoonheid en van vrede. Jezus prijst de vreugde van de armen, aan wie het rijk reeds toebehoort: Vgl. Lc. 6, 20
Het mensgeworden Woord noemt "armoede van geest" de vrijwillige nederigheid van de menselijke geest, die bereid is tot zelfverloochening; en de apostel geeft ons de armoede van God tot voorbeeld, wanneer hij zegt: "Om onzentwil is Hij arm geworden (1 Kor. 8, 9)". H. Gregorius van Nyssa, Over de Zaligsprekingen, De Beatitudinibus. 1: PG 44, 1200D

De Heer klaagt over de rijken, omdat zij troost vinden in de overvloed van hun bezittingen (Lc. 6, 24). "De hoogmoedige zoekt de aardse macht, terwijl de arme van geest het rijk der hemelen zoekt". H. Augustinus, De sermone Domini in monte. 1,1.3: PL 34, 1232 Zich vol vertrouwen overgeven aan de voorzienigheid van de hemelse Vader bevrijdt de mens van zorgen voor de dag van morgen. Vgl. Mt. 6, 25-34 Het vertrouwen op God bereidt de mens voor op de gelukzaligheid van de armen. Zij zullen God zien.

Tenslotte deelt het Volk van God in de koninklijke functie van Christus. Christus oefent zijn koningschap uit door alle mensen tot zich te trekken door zijn dood en verrijzenis. Vgl. Joh. 12,32 Christus, koning en heer van het heelal, is dienaar van allen geworden. Hij is "niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen en zijn leven te geven als losprijs voor velen" (Mt. 20,28). Voor de Christen "is heersen. Hem dienen, 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 36 vooral "in de armen en de noodlijdenden in wie de kerk het beeld van haar arme en lijdende Stichter herkent. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 8. vert. uit Lat. Het Volk van God verwezenlijkt zijn "koninklijke waardigheid" door een leven overeenkomstig deze roeping: met Christus te dienen.
Allen immers die in Christus zijn herboren, worden door het teken van het kruis tot koningen gemaakt en door de zalving van de heilige Geest tot priesters gewijd. Alle van de Geest en inzicht vervulde christenen moeten dus beseffen dat zij, zonder deel te hebben aan deze bijzondere dienst van ons ambt, toch eveneens een koninklijke afkomst en een priesterlijke taak bezitten. Want wat is zo koninklijk als de menselijke geest die in onderwerping aan God heerst over het lichaam ? En wat is zo priesterlijk als aan de Heer een zuiver geweten te wijden en Hem vanaf het altaar van het hart reine gaven van godsvrucht aan te bieden? H. Paus Leo I de Grote, Sermones. 4,1, vert. Getijdenboek Lect. I,8,2.9
Het mysterie van Kerstmis
Jezus is in de nederigheid van een stal geboren, in een arm gezin; Vgl. Lc. 2, 6-7 eenvoudige herders zijn de eerste getuigen van het gebeuren. In deze armoede manifesteert zich de heerlijkheid van de hemel. Vgl. Lc. 2, 5-20 De Kerk wordt niet moe de luister van deze nacht te bezingen:
De Maagd brengt heden de Eeuwige ter wereld
en de aarde biedt de Ontoegankelijke een grot.
Engelen en herders prijzen Hem
en de wijzen met de ster naderen,
want Gij zijt voor ons geboren,
klein kind, eeuwige God! Kontakion voor de dag van de geboorte van Christus van Romanos van Melode

Het koninkrijk behoort aan de armen en de kleinen, d.w.z. aan hen die het met een deemoedig hart in zich opgenomen hebben. Jezus is gezonden "om aan de armen de Blijde Boodschap te brengen" (Lc. 4, 18). Vgl. Lc. 7, 22 Hij noemt hen zalig "omdat aan hen het rijk der hemelen behoort (Mt. 5, 3); aan de "kleinen" heeft de Vader willen openbaren wat verborgen blijft voor de wijzen en de verstandigen. Vgl. Mt. 11, 25 Jezus deelt van kribbe tot kruis in het leven van de armen; Hij kent honger, Vgl. Mc. 2, 23-26 Vgl. Mt. 21, 18 dorst Vgl. Joh. 4, 6-7 Vgl. Joh. 19, 28 en gebrek. Vgl. Lc. 9, 58 Wat meer is: Hij vereenzelvigt zich met armen van allerlei slag en maakt van de daadwerkelijke liefde jegens hen een voorwaarde om in zijn koninkrijk binnen te treden. Vgl. Mt. 25, 31-46

Maar op haar pelgrimstocht heeft de Kerk ook ervaren "welk een afstand er is tussen de boodschap die zij uitdraagt, en de menselijke zwakheid van hen aan wie het Evangelie wordt toevertrouwd". 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 43. § 6 vert. uit Lat. Alleen door voort te gaan op de weg " van boetedoening en vernieuwing" 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 8. vert. uit Lat. Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 15 en "door de nauwe deur van het kruis" 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de missie-activiteit van de Kerk, Ad Gentes Divinitus (7 dec 1965), 1 kan het volk van God het rijk van Christus verbreiden. Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Over de blijvende geldigheid van de missie-opdracht, Redemptoris Missio (7 dec 1990), 12-20 Immers, "zoals Christus het verlossingswerk heeft volbracht in armoede en vervolging, zo is ook de Kerk geroepen dezelfde weg te gaan om de mensen de vruchten van het heil mee te delen". 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 8. vert. uit Lat.

Document

Naam: CATECHISMUS VAN DE KATHOLIEKE KERK
Soort: Catechismus-Compendium
Datum: 15 augustus 1997
Copyrights: © 1997, Libreria Editrice Vaticana
waarin verwerkt niet officiële aanpassing aan de "editio typica"
Bewerkt: 22 mei 2021

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam