• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Eerbied voor de heelheid van de schepping
Het zevende gebod vraagt eerbied voor de heelheid van de schepping. De dieren, de planten en de onbezielde wezens waren in het verleden en zijn in het heden en de toekomst, van nature bestemd voor het gemeenschappelijk welzijn van de mensheid. Vgl. Gen. 1, 28-31 Het benutten van de minerale, plantaardige en dierlijke hulpbronnen van het heelal mag men niet scheiden van de eerbied voor de morele wetten. De heerschappij over de bezielde en onbezielde natuur, die de Schepper aan de mens heeft toevertrouwd, is niet absoluut; ze wordt beperkt door de zorg voor de kwaliteit van het leven van de medemens, met inbegrip van de toekomstige generaties; ze vereist een religieuze eerbied voor de heelheid van de schepping. Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van de encycliek Rerum Novarum, Centesimus Annus (1 mei 1991), 37-38

Alinea's in de marge van alinea 2415

Dit betekent: op de juiste manier gebruik maken van al wat geschapen is: het geloof in God, de Enige, brengt ons ertoe alles wat Hij' niet is, te gebruiken in de mate waarin het ons nader tot Hem brengt, en er ons van los te maken in de mate waarin het ons van Hem verwijdert. Vgl. Mt. 5, 29-30 Vgl. Mt. 16, 24 Vgl. Mt. 19, 23-24
O Heer, neem weg van mij wat mij afwendt van U. O Heer, geef ook mij wat mij richt op U. O Heer, onttrek mijzelf aan mij en hecht mij aan U". H. Nicolaas van Flüe, Gebeden
God heeft alles voor de mens geschapen, Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 12. § 1 Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 24. § 3 Vgl. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 39. § 1 maar de mens is geschapen om God te dienen en te beminnen en om Hem heel de schepping, aan te bieden.
Wat is dus het wezen dat geschapen zal worden en dat een dergelijke eer geniet? Dat is de mens, een groot en bewonderenswaardig levend wezen, kostbaarder in Gods ogen dan heel de schepping: voor hem bestaan hemel, aarde en zee en geheel de schepping, aan zijn redding heeft God zoveel waarde gehecht, dat Hij ter wille van hem zelfs zijn enige Zoon niet gespaard heeft. Want God heeft niet nagelaten alles in het werk te stellen om de mens naar Hem te doen opgaan en hem aan zijn rechterhand te plaatsen. H. Johannes Chrysostomos, Preken over Genesis, Sermones in Genesim. 21, vert. uit Gr.
In Gods heilsplan hebben man en vrouw de roeping de aarde te "onderwerpen" als Gods "rentmeesters". Deze soevereiniteit mag niet een willekeurige en verwoestende heerschappij zijn. Naar het beeld van de Schepper "die alles wat bestaat, liefheeft" (Wijsh. 11, 24) zijn man en vrouw geroepen deel te nemen aan de goddelijke voorzienigheid ten opzichte van de andere schepselen. Vandaar hun verantwoordelijkheid voor de wereld die God hun heeft toevertrouwd.
Als teken van de vertrouwelijke omgang met God plaatste God hem in de tuin van Eden. Vgl. Gen. 2, 8 De mens leeft er "om de grond te bewerken en te beheren" (Gen. 2, 15): het werk is geen moeizame inspanning, Vgl. Gen. 3, 17-19 maar een samenwerking van de man en de vrouw met God bij de vervolmaking van de zichtbare schepping.

Document

Naam: CATECHISMUS VAN DE KATHOLIEKE KERK
Soort: Catechismus-Compendium
Datum: 15 augustus 1997
Copyrights: © 1997, Libreria Editrice Vaticana
waarin verwerkt niet officiële aanpassing aan de "editio typica"
Bewerkt: 22 mei 2021

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam