• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x

De eerbied voor de menselijke waardigheid vraagt dat men, in economische aangelegenheden, de deugd van matigheid betracht om de gehechtheid aan de aardse goederen te beperken; de deugd van rechtvaardigheid om de rechten van de medemens te beschermen en hem te geven wat hem toekomt, en de solidariteit, volgens de gouden regel en de vrijgevigheid van de Heer die "hoewel hij rijk was, om onzentwil arm is geworden, opdat wij rijk zouden worden door zijn armoede" (2 Kor. 8, 9).

Alinea's in de marge van alinea 2407

De matigheid is de morele deugd die de aantrekkingskracht van de genoegens tempert en evenwicht brengt in het gebruik van de geschapen goederen. Ze verzekert de beheersing van de wil over de instincten en houdt de verlangens binnen de grenzen van de betamelijkheid. De matige persoon richt de strevingen van zijn zinnen op het goede, behoudt een gezonde bescheidenheid en "laat zich niet meeslepen door eigen zin en kracht om te wandelen naar de begeerten van zijn hart" (Sir. 5, 2). Vgl. Sir. 37, 27-31 De matigheid wordt dikwijls geprezen in het Oude Testament: "Loop niet achter uw begeerten aan en houd u ver van uw lusten" (Sir. 18, 30). In het Nieuwe Testament wordt ze "bezonnenheidingetogenheid" of "soberheid" genoemd. Wij moeten "bezonnen, rechtvaardig en vroom leven in deze tijd" (Tit. 2, 12).

Goed leven is niets anders dan God beminnen met heel zijn hart, met heel zijn ziel en met al zijn krachten. Men behoudt voor Hem heel zijn liefde (door de matigheid) die door geen ongeluk aan het wankelen wordt gebracht (wat bij de sterkte hoort), die slechts Hem alleen gehoorzaamt (en dat is de rechtvaardigheid), die waakt om alle dingen te onderscheiden uit vrees verrast te worden door list of leugen (dit is de voorzichtigheid). H. Augustinus, De levenswijze van de katholieke kerk en over die van de manicheeërs, De moribus ecclesiae catholicae et de moribus Manicheorum. 1,25,46
Zie ook:

N.v.d.r.: "Bezonnenheid" is de vertaling in de Willibrordvertaling 1975 van het "sobrie" in de Vulgaat, waar de Canisiusvertaling nog "ingetogenheid" gebruikt en wat dichter tegen "sobrie" aanligt dan "bezonnenheid".

De rechtvaardigheid is de morele deugd die bestaat in de voortdurende en vaste wil om aan God en de naaste te geven waar ze recht op hebben. Rechtvaardigheid tegenover God wordt "deugd van godsvrucht" genoemd. Rechtvaardigheid ten opzichte van de mensen leidt ertoe de rechten van ieder te eerbiedigen en in de menselijke verhoudingen de harmonie tot stand te brengen die de rechtschapenheid bevordert ten opzichte van de personen en het algemeen welzijn. De rechtvaardige mens, die zo dikwijls vermeld wordt in de heilige boeken, onderscheidt zich door de tot houding geworden rechtschapenheid van gedachten en gedrag jegens zijn naaste. "Wees niet partijdig bij het rechtspreken: begunstig de arme niet en zie de rijke niet naar de ogen; spreek rechtvaardig recht over uw volksgenoten" (Lev. 19, 15). "Meesters, betracht jegens uw slaven recht en billijkheid in het besef dat ook gij een meester hebt in de hemel" (Kol. 4, 1).

Het solidariteitsbeginsel, ook wel "vriendschap" of "sociale naastenliefde" genoemd, is een directe eis van de menselijke en christelijke broederlijkheid. Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, De ontwikkeling van de mens en de samenleving
Twintig jaar na Populorum Progressio van Paus Paulus VI, Sollicitudo Rei Socialis (30 dec 1987), 38-40
Vgl. H. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van de encycliek Rerum Novarum, Centesimus Annus (1 mei 1991), 10

Een tegenwoordig wijd verspreide dwaling is de onachtzaamheid voor de wet van menselijke solidariteit en naastenliefde, opgelegd zowel door de gemeenschappelijke oorsprong en de gelijkheid van de redelijke natuur bij alle mensen, tot welk volk ze ook behoren, alsook door het verlossend offer, dat door Christus op het altaar van kruis aan zijn hemelse Vader gebracht is voor de zondige mensheid". Paus Pius XII, Encycliek, Over de eenheid van de menselijke maatschappij, Summi Pontificatus (20 okt 1939)

Document

Naam: CATECHISMUS VAN DE KATHOLIEKE KERK
Soort: Catechismus-Compendium
Datum: 15 augustus 1997
Copyrights: © 1997, Libreria Editrice Vaticana
waarin verwerkt niet officiële aanpassing aan de "editio typica"
Bewerkt: 22 mei 2021

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam