• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Door God met de naam Vader aan te duiden wijst de taal van het geloof voornamelijk op twee aspecten, namelijk dat God van alles de eerste oorsprong is en de transcendente autoriteit en dat Hij tegelijkertijd goedheid en liefdevolle zorg is voor al zijn kinderen. Deze ouderlijke genegenheid van God kan ook met het beeld van het moederschap tot uitdrukking gebracht worden, Vgl. Jes. 66, 13 Vgl. Ps. 131, 2 een beeld dat veeleer de immanentie van God, het innige contact tussen God en zijn schepsel aangeeft. De taal van het geloof put zo uit de ervaring die een mens van zijn ouders heeft, die in zekere zin voor hem de eerste vertegenwoordigers van God zijn. Maar deze ervaring zegt ook dat de menselijke ouders kunnen falen en dat zij het beeld van het vader? en moederschap kunnen misvormen. Dan dient men voor ogen te houden dat God het menselijk onderscheid in geslacht overstijgt. Hij is noch man, noch vrouw, Hij is God. Hij overstijgt eveneens het menselijk vader? en moederschap, Vgl. Ps. 27, 10 aangezien Hij er de oorsprong en de maat van is: Vgl. Ef. 3, 14 Vgl. Jes. 49, 15 niemand is vader zoals God het is.

Alinea's in de marge van alinea 239

God is geenszins als het beeld van de mens. Hij is noch man, noch vrouw. God is zuiver geest, in wie geen plaats is voor verschil in geslacht. Maar de "volmaaktheden" van man en vrouw weerspiegelen iets van de oneindige volmaaktheid van God: die van een moeder Vgl. Jes. 49, 14-15 Vgl. Jes. 66, 13 Vgl. Ps. 131, 2-3 en die van een vader en echtgenoot. Vgl. Hos. 11, 1-4 Vgl. Jer. 3, 4-19

Voordat wij ons deze eerste uitroep van het gebed van de Heer eigen maken, is het nuttig om vol nederigheid ons hart te zuiveren van bepaalde verkeerde voorstellingen uit "deze wereld hier". De nederigheid doet ons erkennen dat "niemand de Vader kent tenzij de Zoon en hij aan wie de Zoon het wil openbaren", d.w.z. "aan kleinen" (Mt. 11, 25-27). De zuivering van het hart heeft betrekking op de vader- en moederbeelden die afkomstig zijn uit onze persoonlijke en culturele geschiedenis en die onze verhouding tot God beïnvloeden. God onze Vader overstijgt de categorieën van de geschapen wereld. Wanneer wij onze denkbeelden uit dit domein op Hem overdragen of tegen Hem uitspelen, dan maken wij afgodsbeelden om te aanbidden of te vernietigen. Bidden tot de Vader is binnengaan in zijn mysterie, Hem benaderen zoals Hij is en zoals de Zoon Hem ons heeft geopenbaard:

De uitdrukking "God de Vader" is nooit eerder aan iemand geopenbaard. Zelfs Mozes, die het aan God zelf had gevraagd, had een andere naam te horen gekregen. Aan ons is die naam geopenbaard in de Zoon. Want "Zoon" houdt de nieuwe naam van Vader in: die van Vader. Tertullianus, De Oratione. 3, vert. uit Lat.

Document

Naam: CATECHISMUS VAN DE KATHOLIEKE KERK
Soort: Catechismus-Compendium
Datum: 15 augustus 1997
Copyrights: © 1997, Libreria Editrice Vaticana
waarin verwerkt niet officiële aanpassing aan de "editio typica"
Bewerkt: 19 oktober 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam