• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Wie trouw wil blijven aan de beloften van zijn Doopsel en weerstand bieden aan de bekoringen, zal ervaar moeten zorgen de juiste middelen aan te wenden: zelfkennis, beoefening van de ascese aangepast aan de concrete situaties, onderhouden van Gods geboden, beoefenen van de zedelijke deugden en trouw aan het gebed. "Door de onthouding worden wij namelijk bijeengebracht en teruggebracht naar het Ene, dat wij hebben verlaten om tot de vele dingen te vervallen". H. Augustinus, Belijdenissen, Confessiones. 10,29 (vert. Wijdeveld)
De deugd van kuisheid behoort tot het domein van de kardinale deugd van matigheid, die de zinnelijke hartstochten en strevingen van de mens van de rede wil doordringen.
Zelfbeheersing is een zaak van lange adem. Men mag nooit denken dat men ze eens voor altijd verworven heeft. In elke levensfase zal men zich ervoor moeten inspannen. Vgl. Tit. 2, 1-6 De vereiste inspanning kan intenser zijn in bepaalde perioden van het leven, wanneer bijvoorbeeld de persoonlijkheid gevormd wordt, in de kinderjaren en de jonge volwassenheid.
De kuisheid kent bepaalde groeiwetten, die verlopen via fasen, waarin zij nog onvolmaakt is en maar al te vaak onderhevig aan zonde. "De deugdzame en kuise mens moet zichzelf, dag in dag uit, vormen door middel van talrijke, herhaalde en vrije keuzen. Zo leert hij het zedelijk goede kennen, beminnen en beoefenen volgens de verschillende fasen van een groeiproces". H. Paus Johannes Paulus II, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Over de taken van het christelijk gezin in de wereld van deze tijd, Familiaris Consortio (22 nov 1981), 34
De kuisheid is weliswaar een zeer persoonlijke opgave, maar ze veronderstelt ook een culturele inspanning, want "de groei van de menselijke persoon en de uitbouw van de maatschappij zelf zijn van elkaar afhankelijk". 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 25. § 1 De kuisheid veronderstelt eerbied voor de rechten van de persoon, in het bijzonder voor het recht op die informatie en opvoeding, die de morele en spirituele dimensies van het menselijk leven eerbiedigen.
De kuisheid is een morele deugd. Maar het is ook een gave van God, een genade, een vrucht van geestelijke oefening. Vgl. Gal. 5, 22 De heilige Geest geeft aan hen, die door het water van het doopsel herboren werden, de genade om de zuiverheid van Christus na te volgen. Vgl. 1 Joh. 3, 3
De volledigheid van de zelfgave
Liefde is het vormend beginsel van alle deugden. Onder haar invloed wordt de kuisheid als het ware de leerschool voor de zelfgave van de persoon. Zelfbeheersing is gericht op de gave van zichzelf. Wie de kuisheid beoefent, wordt daardoor voor zijn naaste een getuige van de trouw en de tederheid van God.
De deugd van kuisheid komt tot bloei in de vriendschap. Zij wijst de leerling van Christus erop hoe men Hem kan volgen en navolgen, die ons tot zijn eigen vrienden heeft uitgekozen, Vgl. Joh. 15, 15 zich totaal voor ons heeft gegeven en ons laat delen in zijn goddelijk leven. Kuisheid is belofte van onsterfelijkheid.

De kuisheid krijgt vooral gestalte in de vriendschap met de naaste, vriendschap die groeit tussen personen van hetzelfde of van verschillend geslacht, betekent een grote weldaad voor allen. Ze leidt tot de geestelijke gemeenschap.

Document

Naam: CATECHISMUS VAN DE KATHOLIEKE KERK
Soort: Catechismus-Compendium
Datum: 15 augustus 1997
Copyrights: © 1997, Libreria Editrice Vaticana
waarin verwerkt niet officiële aanpassing aan de "editio typica"
Bewerkt: 1 april 2021

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam