• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Gij zult geen echtbreuk plegen (Ex. 20, 14)(Deut. 5, 17).

Gij hebt gehoord dat er gezegd is: "Gij zult geen echtbreuk plegen". Maar Ik zeg u: "Al wie naar een vrouw kijkt om haar te begeren, heeft in zijn hart al echtbreuk met haar gepleegd" (Mt. 5, 27-28).

"God is liefde. In zichzelf beleeft Hij een mysterie van gemeenschap en van liefde. Als God het mens-zijn van de man en de vrouw naar zijn beeld schept, prent Hij hen ook de roeping tot liefde en gemeenschap in evenals het vermogen ertoe en de verantwoordelijkheid ervoor. H. Paus Johannes Paulus II, Postsynodale Apostolische Exhortatie, Over de taken van het christelijk gezin in de wereld van deze tijd, Familiaris Consortio (22 nov 1981), 11 "God schiep de mens naar zijn beeld (...), man en vrouw schiep Hij hen" (Gen. 1, 27); "Wees vruchtbaar en word talrijk" (Gen. 1, 28); "Op de dag dat God Adam schiep, maakte Hij hem op God gelijkend. Man en vrouw schiep Hij hen; Hij zegende hen en noemde hen mens op de dag dat zij geschapen werden" (Gen. 5, 1-2).

Alinea's in de marge van alinea 2331

Gelijkheid en verschil, door God gewild
Man en vrouw zijn geschapen, d.w.z. zij zijn gewild door God: in een volmaakte gelijkheid als menselijke personen enerzijds en in hun respectieve man- en vrouw-zijn anderzijds. "Man-zijn", "vrouw-zijn" is een goede en door God gewilde werkelijkheid: man en vrouw hebben een waardigheid die zij niet kunnen verliezen en die zij direct van God, hun Schepper, krijgen. Vgl. Gen. 2, 7.22 Man en vrouw zijn met een zelfde waardigheid: "als het beeld van God". In hun "man-zijn" en hun "vrouw-zijn" weerspiegelen zij de wijsheid en de goedheid van de Schepper.
God is geenszins als het beeld van de mens. Hij is noch man, noch vrouw. God is zuiver geest, in wie geen plaats is voor verschil in geslacht. Maar de "volmaaktheden" van man en vrouw weerspiegelen iets van de oneindige volmaaktheid van God: die van een moeder Vgl. Jes. 49, 14-15 Vgl. Jes. 66, 13 Vgl. Ps. 131, 2-3 en die van een vader en echtgenoot. Vgl. Hos. 11, 1-4 Vgl. Jer. 3, 4-19
"De een voor de ander" en "één eenheid in twee"
Samen geschapen, zijn man en vrouw voor elkaar gewild door God. Gods woord geeft ons dit te verstaan in verschillende passages van de gewijde tekst: "Het is niet goed dat de mens alleen blijft. Ik ga een hulp voor hem maken die bij hem past" (Gen. 2, 18). Geen van de dieren is in staat voor de mens een partner te zijn (Gen. 2, 19-20). De vrouw die God "vormt" uit de van de man genomen rib en die Hij naar de man brengt, doet de man een kreet van bewondering slaken, een uitroep van liefde en gemeenschap: "Been van mijn gebeente en vlees van mijn vlees" (Gen. 2, 23). De man ontdekt de vrouw als een ander "ik", als iemand met dezelfde menselijke natuur.

Man en vrouw zijn "voor elkaar gemaakt". niet dat God ze slechts "half" of "onaf" gemaakt zou hebben; Hij heeft hen geschapen om een gemeenschap van personen te vormen, waarbij ieder een "hulp" voor de ander kan zijn, omdat zij tegelijkertijd als persoon gelijk zijn ("been van mijn gebeente...") en elkaar als mannelijk en vrouwelijk wezen aanvullen. In het huwelijk verenigt God hen en wel zo dat ze door "volkomen één te worden" (Gen. 2, 24) het menselijk leven kunnen doorgeven: "Weest vruchtbaar en wordt talrijk, bevolkt de aarde" (Gen. 1, 28). Door aan hun afstammelingen het menselijke leven door te geven werken man en vrouw, als echtgenoten en ouders, op een unieke manier mee aan het werk van de Schepper. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk in de wereld van deze tijd, Gaudium et Spes (7 dec 1965), 50. § 1

In Gods heilsplan hebben man en vrouw de roeping de aarde te "onderwerpen" als Gods "rentmeesters". Deze soevereiniteit mag niet een willekeurige en verwoestende heerschappij zijn. Naar het beeld van de Schepper "die alles wat bestaat, liefheeft" (Wijsh. 11, 24) zijn man en vrouw geroepen deel te nemen aan de goddelijke voorzienigheid ten opzichte van de andere schepselen. Vandaar hun verantwoordelijkheid voor de wereld die God hun heeft toevertrouwd.

God die de mens uit liefde in het bestaan heeft geroepen, heeft hem ook geroepen tot de liefde - een fundamentele roeping die iedere mens is aangeboren. De mens is immers geschapen naar Gods beeld en gelijkenis Vgl. Gen. 1, 27 en God is zelf liefde. Vgl. 1 Joh. 4, 8.16 Omdat God de mens als man en vrouw geschapen heeft, wordt hun wederzijdse liefde een afbeelding van de absolute en onvergankelijke liefde van God voor ieder mens. De mens is goed, heel goed, in de ogen van de Schepper. Vgl. Gen. 1, 31 En deze liefde waar Gods zegen op rust, is bestemd om vruchtbaar te zijn en zich te verwezenlijken in de gemeenschappelijke opdracht om de schepping in stand te houden: "God zegende hen en God sprak tot hen: 'Weest vruchtbaar en wordt talrijk; bevolkt de aarde en onderwerpt haar"' (Gen. 1, 28).

Document

Naam: CATECHISMUS VAN DE KATHOLIEKE KERK
Soort: Catechismus-Compendium
Datum: 15 augustus 1997
Copyrights: © 1997, Libreria Editrice Vaticana
waarin verwerkt niet officiële aanpassing aan de "editio typica"
Bewerkt: 22 mei 2021

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam