• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
De eerbied voor de mens en het wetenschappelijk onderzoek
Wetenschappelijke experimenten, van medische of van psychologische aard, op personen of groepen van mensen, kunnen bijdragen tot de genezing van zieken en tot de vooruitgang van de volksgezondheid.
Zowel het zuiver wetenschappelijk onderzoek als het toegepaste onderzoek vormen een belangrijke vertolking van het meesterschap van de mens over de schepping. Wetenschap en techniek zijn kostbare hulpmiddelen, wanneer ze ten dienste staan van de mens en wanneer ze de algehele ontwikkeling ten bate van allen bevorderen; maar op zichzelf kunnen ze noch de zin van het bestaan, noch de zin van de menselijke vooruitgang verklaren. Wetenschap en techniek zijn gericht op de mens; aan hem danken ze hun ontstaan en hun groei; juist in de menselijke persoon en in zijn morele waarden ligt dus de verwijzing naar hun finaliteit en het besef van hun grenzen.
Het is een illusie te eisen dat het wetenschappelijk onderzoek en de toepassing ervan moreel waardevrij zouden zijn. Toch kan men de criteria voor de oriëntatie van wetenschappelijk onderzoek niet afleiden uit een pure technische efficiëntie, noch uit het nut dat er voor sommigen uit kan voortvloeien ten koste van anderen, noch uit - wat nog erger zou zijn - de heersende ideologieën. Wetenschap en techniek vereisen, vanuit hun intrinsieke betekenis, de onvoorwaardelijke eerbiediging van de fundamentele principes van de zedenwet; ze moeten ten dienste staan van de menselijke persoon, van zijn onvervreemdbare rechten en tevens van zijn waarachtig en integraal welzijn in overeenstemming met Gods heilsplan en wil.
De onderzoeken of experimenten bij de mens kunnen geen daden legitimeren die op zichzelf strijdig zijn met de menselijke waardigheid en met de zedenwet. De eventuele instemming van de betrokkenen kan zulke daden niet rechtvaardigen. Proefnemingen op mensen zijn moreel niet aanvaardbaar, als ze onevenredig grote of vermijdbare risico's meebrengen voor het leven of de fysieke en psychische integriteit van de betrokkenen. Proefnemingen op mensen zijn niet in overeenstemming met de menselijke waardigheid, als ze plaatsvinden zonder de bewust gegeven toestemming van de persoon of van zijn rechthebbenden.
Orgaan transplantatie is in overeenstemming met de morele wet als de gevaren en de fysieke en psychologische risico's voor de donor in evenwicht zijn met het goed dat bij de ontvanger beoogd wordt. Orgaan-donatie na de dood is een nobele en verdienstelijke daad en dient te worden aangemoedigd als een uiting van onbaatzuchtige solidariteit. Het is moreel niet aanvaardbaar als de donor of zijn rechthebbenden niet hun uitdrukkelijke toestemming hebben gegeven. Bovendien is het moreel ontoelaatbaar om rechtstreeks een blijvende verminking of de dood van een mens te veroorzaken, zelfs al zou men daardoor het overlijden van anderen kunnen uitstellen.

Document

Naam: CATECHISMUS VAN DE KATHOLIEKE KERK
Soort: Catechismus-Compendium
Datum: 15 augustus 1997
Copyrights: © 1997, Libreria Editrice Vaticana
waarin verwerkt niet officiële aanpassing aan de "editio typica"
Bewerkt: 21 november 2018

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2018, Stg. InterKerk, Schiedam