• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
De eerbied voor de ziel van de naaste: de ergenis
Ergernis is de houding die of het gedrag dat anderen ertoe brengt om kwaad te begaan. Degene die aanstoot geeft, wordt een verleider voor zijn naaste. Hij tast zowel de deugd als de rechtschapenheid aan; hij kan zij n broeder meetrekken in het geestelijk verderf. De ergernis is een zware zonde, als men door handeling of een verzuim een andere persoon vrijwillig tot een zware zonde brengt.

De ergernis krijgt wel een bijzonder zwaar gewicht op grond van het gezag van diegenen die ergernis veroorzaken of op grond van de kwetsbaarheid van diegenen die er het slachtoffer van zijn. De ergernis was voor de Heer aanleiding tot het uitspreken van een vervloeking: "Maar als iemand een van deze kleinen die in Mij geloven, aanstoot geeft, zou het beter voor hem zijn als men hem een molensteen om de hals hing en hem liet verdrinken in het diepste van de zee" (Mt. 18,6). Vgl. 1 Kor. 8,10-13 Er is sprake van zware ergernis, wanneer die veroorzaakt wordt door diegenen die, van nature of krachtens hun ambt, als taak hebben anderen te onderrichten en op te voeden. Jezus verwijt dit juist aan de Schriftgeleerden en de Farizeeën: Hij vergelijkt hen met wolven in schapenvacht. Vgl. Mt. 7,15

Ergernis kan ook ontstaan door wettelijke voorschriften of instellingen, door de mode of door de publieke opinie.

Zo maken zich schuldig aan ergernis diegenen die wetten uitvaardigen of sociale structuren invoeren die leiden tot zedelijke ontaarding, tot verval van het godsdienstige leven of tot "sociale omstandigheden die, al dan niet gewild, een christelijke levenshouding in overeenstemming met de geboden, uiterst moeilijk en praktisch onmogelijk maken". Paus Pius XII, Radiotoespraak, Op het Hoogfeest van Pinksteren ter gelegenheid van de vijftigste verjaardag van Rerum Novarum, La Solennità (1 juni 1941), 6. AAS 33 (1941) 197 Dit geldt eveneens voor leiders van ondernemingen die voorschriften uitvaardigen die aanzetten tot bedrog, voor meesters die hun kinderen "verbitteren" Vgl. Ef. 6,4 Vgl. Kol. 3,21 of voor hen die, door manipulatie van de publieke opinie, deze afkerig maakt van de morele waarden.

Wie de macht waarover hij beschikt, aanwendt om anderen tot kwaad aan te zetten, maakt zich schuldig aan ergernis en is dus verantwoordelijk voor het kwaad dat hij - rechtstreeks of onrechtstreeks - heeft bevorderd. "Dat er ergernissen komen is onvermijdelijk, maar wee de mens door wiens toedoen ze komen" (Lc. 17, 1).

Document

Naam: CATECHISMUS VAN DE KATHOLIEKE KERK
Soort: Catechismus-Compendium
Datum: 15 augustus 1997
Copyrights: © 1997, Libreria Editrice Vaticana
waarin verwerkt niet officiële aanpassing aan de "editio typica"
Bewerkt: 1 augustus 2021

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam