• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Het onvervreemdbaar recht op het leven van elke onschuldige menselijke persoon vormt een constitutief element van de burgerlijke samenleving en haar wetgeving:
"De onvervreemdbare rechten van de persoon moeten door de burgerlijke samenleving en de politieke overheid erkend en geëerbiedigd worden. De mensenrechten hangen niet af van de individuele persoon en evenmin van de ouders; ze zijn evenmin concessies van de gemeenschap en van de staat; ze behoren tot de menselijke natuur en zijn inherent aan de persoon, omwille van de scheppingsdaad, waarin de persoon zijn oorsprong vindt. Onder deze fundamentele rechten moeten wij vermelden: het recht op leven en op fysieke integriteit van elke mens, vanaf zijn conceptie tot aan zijn dood". Congregatie voor de Geloofsleer, Over het beginnend menselijk leven en waardigheid van de voortplanting, Donum Vitae (22 feb 1987), 22

"Op het ogenblik dat een positieve wet een categorie van menselijke wezens berooft van de bescherming, die de burgerlijke wetgeving hun moet verzekeren, miskent de staat de gelijkheid van allen voor de wet. Wanneer de staat zijn macht niet ten dienste stelt van de rechten van alle burgers, en speciaal van de zwaksten, wordt de basis zelf van de rechtstaat bedreigd (...). Omdat het kind vanaf het moment van de conceptie moet kunnen rekenen op eerbied en bescherming, zal de wet dus moeten voorzien in geëigende strafrechtelijke sancties voor elke opzettelijke schending van de rechten van het kind". Congregatie voor de Geloofsleer, Over het beginnend menselijk leven en waardigheid van de voortplanting, Donum Vitae (22 feb 1987), 22

Alinea's in de marge van alinea 2273

Eerbied voor de menselijke persoon houdt de eerbiediging in van de rechten die voortvloeien uit zijn waardigheid als schepsel. Deze rechten gaan aan de gemeenschap vooraf en dringen zich aan haar op. Ze vormen de grondslag voor de morele gerechtvaardigdheid van elk gezag: Wanneer een samenleving deze rechten kleineert of weigert ze in haar positieve wetgeving te erkennen, dan ondermijnt zij haar eigen morele legitimiteit. Vgl. H. Paus Johannes XXIII, Encycliek, Vrede op aarde, Pacem in Terris (11 apr 1963), 65 Zonder zo'n eerbied kan een gemeenschap slechts steunen op macht of geweld om te bereiken dat haar onderdanen haar gehoorzamen. Het komt de kerk toe, deze rechten bij de mensen van goede wil in herinnering te brengen, en ze te onderscheiden van misplaatste of valse pretenties.

Document

Naam: CATECHISMUS VAN DE KATHOLIEKE KERK
Soort: Catechismus-Compendium
Datum: 15 augustus 1997
Copyrights: © 1997, Libreria Editrice Vaticana
waarin verwerkt niet officiële aanpassing aan de "editio typica"
Bewerkt: 19 oktober 2020

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2020, Stg. InterKerk, Schiedam