• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Gij zult niet doden (Ex. 20, 13).

Gij hebt gehoord, dat tot onze voorouders gezegd is: "Gij zult niet doden. Wie doodt zal strafbaar zijn voor het gerecht". Maar ik zeg u: al wie vertoornd is op zijn broeder, zal strafbaar zijn voor het gerecht (Mt. 5, 21-22).

"Het menselijk leven is heilig omdat het vanaf zijn oorsprong getekend is door Gods scheppende activiteit en voor altijd een speciale relatie blijft bewaren met zijn Schepper, zijn enige einddoel. God alleen is de meester van het leven, vanaf het begin tot het einde: niemand mag, in welke situatie dan ook, voor zich het recht opeisen om rechtstreeks aan een onschuldig menselijk wezen het leven te ontnemen". Congregatie voor de Geloofsleer, Over het beginnend menselijk leven en waardigheid van de voortplanting, Donum Vitae (22 feb 1987), 5

Het getuigenis van de Heilige Schrift
In het verhaal van de moord van Kaïn op zijn broer Abel, Vgl. Gen. 4, 8-12 toont de Schrift hoe, vanaf het begin van de geschiedenis van het mensdom, ten gevolge van de erfzonde, woede en begeerlijkheid in de mens aanwezig zijn. De mens is de vijand geworden van zijn naaste. God laakt de gruwelijkheid van deze broedermoord: "Wat hebt gij gedaan? Hoor het bloed van uw broer roept uit de grond tot mij. Daarom zult gij vervloekt zijn, verbannen van de grond die zijn mond heeft geopend om uit uw hand het bloed van uw broer te ontvangen" (Gen. 4, 10-11).
Het verbond tussen God en de mensheid is doorweven met herinneringen aan de goddelijke gave van het menselijk leven en aan het moordende geweld van de mens:
Uw eigen bloed zal ik terugeisen (...). Wie het bloed van een mens vergiet, diens bloed wordt door mensen vergoten, want naar zijn beeld heeft God de mens gemaakt (Gen. 9, 5-6).
Het Oude Testament heeft het bloed steeds als een heilig teken van het leven beschouwd. Vgl. Lev. 17, 14 En dit inzicht blijft noodzakelijkerwijs voor alle eeuwen gelden.
De Schrift preciseert wat door het vijfde gebod verboden wordt: "Breng iemand die onschuldig is en in zijn recht staat niet ter dood" (Ex. 23, 7). Het vrijwillig doden van een onschuldige is ernstig in strijd met de menselijke waardigheid, met de gulden regel en de heiligheid van de Schepper. De wet die dit verbiedt is universeel geldig: zij verplicht allen en iedereen, overal en altijd.
In de bergrede herinnert de Heer aan dit gebod: "Gij zult niet doden" (Mt. 5, 21) maar Hij verbiedt eveneens alle woede, haat en wraak. Meer nog, Christus vraagt aan zijn leerlingen de andere wang toe te keren Vgl. Mt. 5, 22-39 en hun vijanden te beminnen. Vgl. Mt. 5, 44 Hij zelf heeft zich niet verdedigd en legde Petrus op, het zwaard in de schede te steken. Vgl. Mt. 26, 52

Document

Naam: CATECHISMUS VAN DE KATHOLIEKE KERK
Soort: Catechismus-Compendium
Datum: 15 augustus 1997
Copyrights: © 1997, Libreria Editrice Vaticana
waarin verwerkt niet officiële aanpassing aan de "editio typica"
Bewerkt: 22 mei 2021

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2021, Stg. InterKerk, Schiedam