• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Plichten van de burgers
Al wie aan het gezag onderworpen is, moet zijn meerderen beschouwen als vertegenwoordigers van God, die hen heeft aangesteld als uitdelers van zijn gaven: Vgl. Rom. 13, 1-2 "Onderwerpt u aan alle menselijke instellingen terwille van de Heer. (...) Leeft als vrije mensen maar maakt als dienstknechten van God van de vrijheid geen voorwendsel voor de ondeugd" (1 Pt. 2, 13.16). De loyale medewerking omvat het recht, soms zelfs de plicht om gegronde kritiek uit te oefenen op wat in hun ogen afbreuk doet aan de menselijke waardigheid of aan het algemeen welzijn.
Het is de plicht van de burgers om samen met de burgerlijke overheid bij te dragen tot het welzijn van de samenleving in een geest van waarheid, rechtvaardigheid, solidariteit en vrijheid. De liefde voor het vaderland en de dienst eraan behoren tot de plicht van erkentelijkheid en naastenliefde. De gehoorzaamheid aan het wettelijk gezag en het dienen van het algemeen welzijn vragen van de burgers dat zij hun rol in het leven van de politieke gemeenschap vervullen.
De onderdanigheid aan het gezag en de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het algemeen welzijn leggen de zedelijke verplichting op om belasting te betalen, gebruik te maken van het stemrecht en het land te verdedigen:
Geeft ieder wat hem toekomt: belasting en rechten aan wie gij belasting en rechten verschuldigd zijt; ontzag en eerbied aan wie ontzag en eerbied toekomen (Rom. 13, 7).

(De christenen) wonen in hun eigen vaderland, maar als waren zij daar gevestigde vreemdelingen. Zij hebben alles gemeenschappelijk met de anderen als burgers, en zij hebben van alles te verduren als vreemden (...). Zij gehoorzamen aan de geldende wetten, maar zij overtreffen deze door hun levenswijze (...). God heeft hen geplaatst op een belangrijke past die zij volstrekt niet magen verlaten. Apostolische Vader, Brief aan Diognetus. 5,5.10; 6,10, vert. Getijdenboek I,3,108

De Apostel spoort ons aan om gebeden te verrichten en te danken voor de koningen en voor allen die gezag uitoefenen, "opdat wij ongestoord en rustig, een in alle opzichten godvruchtig en waardig leven kunnen leiden" (1 Tim. 2, 2).

De rijkere naties zijn verplicht zoveel mogelijk onderdak te bieden aan de vreemdeling die op zoek is naar de veiligheid en het levensonderhoud, dat hij in eigen land niet kan vinden. De overheid moet ervoor zorgen dat het natuurrecht geëerbiedigd wordt, dat de gast onder de bescherming plaatst van degenen die hem ontvangen.
De politieke overheid mag, met het oog op het algemeen welzijn dat zij moet behartigen, het recht van immigratie afhankelijk maken van een aantal juridische voorwaarden, met name van het onderhouden van de plichten van de migranten ten overstaan van het land dat hen opneemt. De immigrant moet met dankbaarheid het materiële en geestelijke erfgoed eerbiedigen van het land dat hem ontvangt; hij moet de wetten ervan onderhouden en mee in de lasten dragen.

Document

Naam: CATECHISMUS VAN DE KATHOLIEKE KERK
Soort: Catechismus-Compendium
Datum: 15 augustus 1997
Copyrights: © 1997, Libreria Editrice Vaticana
waarin verwerkt niet officiële aanpassing aan de "editio typica"
Bewerkt: 10 november 2017

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2017, Stg. InterKerk, Schiedam