• Database vol kerkelijke documenten
  • Geloofsverdieping
  • Volledig in het Nederlands
  • Beheerd door vrijwilligers

Zoeken in kerkelijke documenten en berichten

x
Ik ben Jahwe uw God, die u heb weggeleid uit Egypte, het slavenhuis. Gij zult geen andere goden hebben, ten koste van Mij. Gij zult geen godenbeelden maken, geen afbeelding van enig wezen boven in de hemel, beneden op aarde of in de wateren onder de aarde. Gij zult u voor hen niet ter aarde buigen en hun geen goddelijke eer bewijzen (Ex. 20, 2-5) . Vgl. Dt. 5, 6-9

Er staat geschreven: "De Heer uw God zult gij aanbidden en Hem alleen dienen" (Mt. 4, 10).

God laat zich kennen door te verwijzen naar zijn almachtig, welwillend en bevrijdend optreden in de geschiedenis van het volk, tot wie Hij zich richt: "Ik heb u weggeleid uit Egypte, het slavenhuis". Het eerste woord bevat het eerste gebod van de Wet: "Gij zult de Heer uw God aanbidden en Hem dienen. (...) Gij moogt niet achter andere goden aanlopen" (Dt. 6, 13-14). De eerste oproep en rechtvaardige eis van God is, dat de mens Hem aanvaardt en Hem aanbidt.

Alinea's in de marge van alinea 2084

Om de "Catechismus-Compendium
Tien Geboden
()
" te begrijpen moeten we ze eerst plaatsen in het kader van de uittocht, het grote verlossende optreden van God, dat het middelpunt is van het oude verbond. Of de "woorden" nu geformuleerd zijn als negatieve voorschriften, als verboden, of als positieve geboden (b.v. "Eer uw vader en uw moeder"), steeds geven de "tien woorden" de voorwaarden aan om een leven te leiden dat bevrijd is van de slavernij van de zonde. De decaloog is een weg ten leven:

Als gij Jahwe uw God bemint, zijn wegen gaat en zijn geboden, voorschriften en bepalingen nakomt, dan zult gij leven en talrijk worden (Deut. 30, 16).

Deze bevrijdende kracht van de Catechismus-Compendium
Tien Geboden
()
blijkt onder meer uit het gebod van de sabbatrust, dat eveneens van toepassing is op vreemden en slaven:

Bedenk dat gij slaaf zijt geweest in Egypte en dat Jahwe uw God u met sterke hand en uitgestrekte arm uit dat land heeft geleid. (Deut. 5, 15)
In de zonde heeft de mens zichzelf boven God gesteld en daardoor God geminacht: hij heeft voor zichzelf gekozen tegen God, tegen hetgeen van hem als schepsel gevraagd werd, en sindsdien, tegen hetgeen goed voor hemzelf was. In een staat van heiligheid gesteld, was de mens om door God voorbestemd ten volle "vergoddelijkt" te worden in heerlijkheid. Door de verleiding van de duivel heeft hij "als God willen zijn", Vgl. Gen. 3, 5 maar "zonder God en voor God, en niet overeenkomstig God". H. Maximus Confessor, Ambiguorum Liber. vert uit Gr.

Document

Naam: CATECHISMUS VAN DE KATHOLIEKE KERK
Soort: Catechismus-Compendium
Datum: 15 augustus 1997
Copyrights: © 1997, Libreria Editrice Vaticana
waarin verwerkt niet officiële aanpassing aan de "editio typica"
Bewerkt: 17 september 2019

Opties

Internetadres
Print deze pagina
Dit document bestellen
Startpagina van dit document
Inhoudsopgave van dit document
Referenties naar dit document
Referenties vanuit dit document
Trefwoordenlijst voor dit document
 
|
Pagina delen: 
RK Documenten wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers.
© 1999 - 2019, Stg. InterKerk, Schiedam